Opinie

    • Ilja Leonard Pfeijffer

De koning doet het goed bij Geert Wilders

Direct na afloop van de eerste kersttoespraak van koning Willem-Alexander twitterde Geert Wilders: ‘Wat een verademing’. Wat zou hij daarmee bedoelen? Het is bekend dat Wilders zich in het verleden nog al eens heeft gestoord aan de kersttoespraken van Beatrix, die naar zijn smaak een beetje te veel het belang benadrukte van saamhorigheid in een multiculturele samenleving. Daar is Wilders namelijk tegen. Hij houdt niet van saamhorigheid. Hij houdt van hitsen en haatzaaien, van meldpunten en anti-islamstickers. Maar was de toespraak van Willem-Alexander werkelijk zo anders dan die van zijn moeder?

Misschien doelde Wilders in zijn reactie op de passage waarin de koning vertelde hoe erg het is als mensen hun baan verliezen: ‘Veel mensen maken zich zorgen over hun werk en hun inkomen. Zij voelen zich afhankelijk van maatschappelijke krachten waarop zij geen greep hebben.’ De koning doelde ongetwijfeld op de crisis in het algemeen, maar Wilders zou geen moeite hebben om die mysterieuze krachten te benoemen. Dat zijn de Brusselse elite en het monetaire wanbeleid dat ons heeft opgezadeld met die vermaledijde euro.

Maar misschien is er nog meer. Want de toespraak is door onhandigheid van Willem-Alexander en zijn tekstschrijver met enige kwade wil te interpreteren als kritiek op de islam. Tegen het einde van zijn toespraak zei de koning: ‘Met het Kind in de kribbe herleeft de hoop op een nieuw begin. De tijding van Kerstmis is een boodschap van hoop en van licht in de donkerste dagen: het leven doet ertoe; wij samen doen ertoe. Onafhankelijk van geloof of levensovertuiging voelen mensen zich door die boodschap aangesproken.’ Hier wordt het christelijke verhaal over de geboorte van Jezus ten voorbeeld gesteld aan iedereen, onafhankelijk van zijn geloof. Het is een bijna onverbloemde verklaring van de superioriteit van het christendom ten opzichte van alle andere religies.

En halverwege de toespraak is nog een opmerkelijke passage: ‘Natuurgeweld slaat gemeenschappen uiteen. We zien beelden van mensen in geïmproviseerde opvangkampen, op de vlucht voor honger en terreur. We horen woorden van haat die van generatie op generatie worden doorgegeven.’ Wat bedoelt de koning met woorden van haat die van generatie op generatie worden doorgegeven? De context is een beetje warrig. Die gaat over natuurgeweld, honger en terreur. Natuurrampen en voedselgebrek hebben niets met haat te maken. Terreur wel en dat is een begrip dat wij in eerste instantie associëren met de radicale islam.

Daar komt nog bij dat de vluchtelingenkampen in de context onmiddellijk het beeld oproepen van Syrië. En woorden die van generatie op generatie wordt doorgegeven kunnen toch eigenlijk alleen maar de woorden zijn van een heilig boek. In zijn eerste kersttoespraak presenteert de koning de islam als een leer van de haat. Geen wonder dat Wilders blij is.

    • Ilja Leonard Pfeijffer