Kerstbundelen: op naar een jaarlijkse literaire staalkaart van de Nederlandse literatuur

Dwars tegen de heersende literaire moraal (angst voor warm sentiment) in, komt uitgeverij Marmer met ‘Het groot kerstverhalenboek’. Thomas de Veen vraagt zich in nrc.next af of serieuze Nederlandse schrijvers zich wel in zo’n ‘onliteraire mal’ laten duwen.

Deinzen Nederlandse schrijvers echt zo terug voor de gezellige Coca-Colakerst, voor de hoopvolle boodschap? In zijn openingsverhaal van Het groot kerstverhalenboek, dat 35 bijdragen van Nederlandse schrijvers bevat, lijkt Tommy Wieringa het volgens nrc.next-redacteur Thomas de Veen te suggereren. Dat verhaal gaat over een man die een (kerst)verhaal probeert te schrijven over neerdwarrelende sneeuwvlokken die smaken naar aardbeienbavarois – een sensatie van een verliefde man met Kerst.

“Geen vruchtbare bodem voor een verhaal, merkt hij: die kerstige sensatie was ‘niet overdraagbaar’.”

Toch zijn er volgens De Veen in Het groot kerstverhalenboek interessante bijdrages te vinden, met kerstdefinities die het meest neigen naar de kerstdefinitie van dichter Ingmar Heytze:

“Kerstmis is bij hem ‘een gevoel dat je toe moet durven laten door je cynisme te laten varen en je hart open te stellen voor de mensen die belangrijk voor je zijn’.”

Talentvolle schrijvers als Vrouwkje Tuinman, Hanneke Hendrix, Maartje Wortel en Erik Nieuwenhuis doen een poging ‘om hun hart zo open te stellen, zónder zoet te worden’ schrijft De Veen. Ze benadrukken in hun verhalen de tragische kant van de feestdagen, zonder ons neer te slaan. Een interessante bundel dus, Het groot kerstverhalenboek. Bovendien iets dat volgens De Veen zou kunnen uitgroeien tot een goede en nieuwe Nederlandse traditie. De kerstbundel als overzicht van de meest talentvolle Nederlandse schrijvers van het moment:

“Een jaarlijkse literaire staalkaart én het ‘Urbi et Orbi’ van de literatuur.”