Welkom terug, zegt België nu

Abou Jahjah werd weggezet als militant moslim In 2006 verliet hij België om te vechten in Libanon Nu is hij opeens wél welkom, omdat hij gematigder is dan Sharia4Belgium

Foto ANP

In 2002 was hij daar opeens, Dyab Abou Jahjah. Een Libanese Belg, frontman van de Arabisch Europese Liga, een zelforganisatie van Noord-Afrikaanse jongeren. Met zijn provocaties en kritische analyses van de Belgische samenleving werd hij beschouwd als een ophitser die de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen onnodig op scherp zette. Onder jonge Maghrebijnen sprak hij echter tot de verbeelding: eindelijk geen ja-knikkende en gedienstige Ali Alibi, maar een welbespraakte man die zelfbewust, eloquent en fel ten strijde trok tegen xenofobie en sociaal-economische uitsluiting.

Vier jaar later vertrok hij naar zijn geboorteland Libanon, gedesillusioneerd geraakt over de tegenwerking die hij kreeg van Belgische en Nederlandse media en politiek. In Libanon nam hij kortstondig de wapens op tegen het Israelische leger dat in een strijd verwikkeld was met Hezbollah. Daarna werkte hij in de marketing.

Tot hij drie maanden geleden plotseling via Twitter bekendmaakte dat hij terug zou keren naar België. Om er zijn strijd tegen xenofobie en uitsluiting voort te zetten, zei hij. Maar een even grote reden was de onveiligheid in Libanon, dat in toenemende mate betrokken raakte bij het gewapende conflict in buurland Syrië.

Het gesprek met Abou Jahjah, nu 42, vindt plaats in een Brussels grand café op het Beursplein. Abou Jahjah is sinds september weer terug in België. „Ik ben nu bezig een nieuwe belangenorganisatie op te zetten”, zegt hij. „Het wordt geen voortzetting van de AEL. Het wordt een niet-etnisch bepaalde, onideologische beweging. We zullen ons inzetten voor de emancipatie van alle minderheden. De organisatie zal zich te zijner tijd ook naar Nederland toe uitbreiden.”

Lees de artikelen over Abou Jahjahs opkomst terug: een groot deel van zijn aantrekkingskracht wordt daarin toegeschreven aan zijn voorkomen. Het was een knappe jongeman die bij voorkeur geheel in het zwart gekleed ging, een strakke en strenge garderobe die goed aansloot op zijn militante ideeënwereld. Zijn dictie was afgemeten, met scherpe politiekwetenschappelijke formuleringen en boude provocaties ging hij de gevestigde orde te lijf.

De Abou Jahjah van nu is grijzer bij de slapen en voller in het gezicht. Hij draagt een ruim wit T-shirt en een zwart vest daarover heen. Hij praat trager en milder. Hij benadrukt zelf dat hij ouder en dus coulanter is geworden. De provocatiezucht van vroeger diende vooral om het establishment duidelijk te maken dat ze er zijn, de jonge allochtonen, en dat ze geen genoegen meer nemen met de rol van gast in hun eigen land.

Nu wil Abou Jahjah een „verbindende functie” uitoefenen. De emancipatiestrijd van minderheden moet een nieuwe fase ingeloodst worden; hij zal nog altijd op de barricaden staan, maar de ongenuanceerde confrontatiepolitiek heeft hij achter zich gelaten.

Juichende ontvangst

Het opvallendste aan Abou Jahjahs terugkeer naar België is de juichende ontvangst die hem in de Vlaamse politiek en media ten deel viel. De hoofdredacteur van De Morgen, Yves Desmet, prees hem als welkome stem in het debat: ‘Welkom terug Abou Jahjah’. Het enfant terrible van weleer kreeg ruim baan in schuldbewuste media die hem vroeger verguisden.

Belangrijkste reden daarvoor, zegt Abou Jahjah zelf, is dat hem een rol wordt toegedicht in de bestrijding van de radicalisering van islamitische jongeren. Nadat hij naar Libanon vertrok en zijn AEL implodeerde, kwam in Antwerpen de radicale Sharia4Belgium op. Leden daarvan werden opgepakt op beschuldiging van het aanzetten tot haat en het ronselen van jongeren voor de jihad in Syrië.

„Er was niet zoveel radicalisering geweest als de AEL niet kapot was gemaakt”, zegt hij. „Misschien hadden deze jongeren in de AEL op een democratische manier kunnen radicaliseren.”

Er bestaat weinig twijfel bij hem dat hij jongeren een alternatief voor het islamitisch-radicalisme kan bieden. Hij wijst op zijn reputatie. Iedereen weet dat Abou Jahjah een grote prijs betaalde voor zijn strijd tegen de marginalisering van minderheden. In 2002 werd hij door toenmalig premier Verhofstadt aangemerkt als agitator van rellen in Antwerpen en gevangen gezet. Zijn rol als uitdager van het establishment heeft zijn aantrekkingskracht op islamitische jongeren nog niet verloren, gelooft hij.

Kan Abou Jahjah inderdaad nog een rol van betekenis spelen? Na zijn terugkeer deden Belgische media een rondgang langs de zogenaamde ‘AEL-generatie’, jonge mensen wier politieke bewustwording gelijk opging met opkomst van de AEL. Hoewel er veel waardering was voor Abou Jahjahs voortrekkersrol indertijd, werd er ook gewezen op de veranderde omstandigheden. De alledaagse xenofobie die in delen van Vlaanderen gemeengoed was, is geslonken.

Niet meer de enige

Daarnaast zijn er andere jongeren opgekomen die een rol zijn gaan spelen in de emancipatiestrijd van minderheden. ‘Net zomin als de emancipatiestrijd te herleiden valt tot alleen maar de AEL, valt ze ook niet samen met haar charismatische en mondige leider Dyab Abou Jahjah’, schreef de Antwerpse auteur Rachida Lamrabet afgelopen september in De Standaard.

Een Nederlandse AEL’er van het eerste uur, Abderrahim Achamrouk (34), gelooft evenmin dat Abou Jahjah dezelfde impact kan hebben als destijds. „Het is een andere tijd. Elf september ligt alweer ver achter ons. Geert Wilders heeft het niet meer zo veel over moslims. Op integratiegebied lijkt het ook rustiger.”

Abou Jahjah haalt zijn schouders op over zoveel scepsis. Hij wijst op het enthousiasme dat zijn terugkeer in sommige kringen losmaakte. De Amsterdamse PvdA-politica Fatima Elatik heeft openlijk haar hoop uitgesproken dat Abou Jahjah „weer een stem in het debat” zal zijn. Rotterdamse politici hebben hem gevraagd mee te denken over de oprichting van een islamitische partij. En in België is hij bezig een brede coalitie op te zetten van mensen die de positie van minderheden vooruit willen helpen.

„Is er nog een rol voor mij? Dat heb ik mij ook afgevraagd. Maar die is er zeker. Anders zouden die Rotterdamse politici niet naar mij toe komen voor advies. Men wil een stem die onafhankelijk en ongecompliceerd is en die ver durft te gaan. Ik durf dingen te zeggen die anderen niet durven omdat ze rekening moeten houden met hun baan en maatschappelijke positie.”

Hij is al een keer verbrand, zegt hij, doelend op de stigmatisering die zijn deel was. Hij is niet bang een tweede keer verbrand te raken.

    • Hassan Bahara