Wat zegt uw spaargeld over pijn en wanhoop?

U doet het vast niet met opzet. Maar met uw financiële gedrag brengt u ministers, beleidsmaker en beroepseconomen in verwarring. Per saldo is economie natuurlijk een vrij simpele wetenschap. Mensen verdienen geld (salaris, pensioen, sociale uitkering, bonus, rente). Ze consumeren dat geld. En wat ze niet consumeren heet spaargeld. Dus als meer mensen minder verdienen, zoals in een economische crisis, dalen consumptie en besparingen.

Het eerste gebeurt wel, maar minder dan je zou verwachten. Het tweede helemaal niet. De eerste tien maanden van dit jaar steeg het spaargeld bij banken met nog eens ruim 4,4 miljard euro naar 327.494.000.000 euro. Wat gebeurt hier?

De economie van de gewone werknemer is in twintig jaar drastisch veranderd. Steeds meer mensen zijn ‘kleine kapitalisten’. Zij bezitten vermogen, zoals die 327 miljard spaargeld. Ze zijn ook huiseigenaar (60 procent huishoudens). Ze hebben een recht op toekomstig vermogen zoals pensioen (ruim 90 procent werknemers, samen zo’n 1.000 miljard euro). Daarnaast hebben zij schulden: studieleningen, consumptief krediet, vooral woninghypotheken.

De ‘kleine kapitalist’ moet baan én carrière onderhouden. Huizenprijzen in de gaten houden. De beurs (beïnvloedt beleggingen van zijn pensioenfonds). De rente (beïnvloedt pensioen én huizenprijzen). De eurocrisis. Centrale banken. Hun beleid, veranderingen en onzekerheden beïnvloeden de financiële beslissingen van miljoenen Nederlanders.

Wat doen we? Nieuwe baan? Nieuw huis? Of toch krediet nemen voor verbouwing? Meer sparen? En consumptie dan?

Zekerheden voor economen bestaan niet meer. Zoals topeconoom Job Swank van De Nederlandsche Bank onlangs in het Financieele Dagblad zei: „De besparingen zijn een bron van onzekerheid. De tegenhanger ervan, de consumptiefunctie, was vroeger een hard gegeven. Die tijd is voorbij sinds burgers ook beheerders van vermogen zijn.”

Dat is geen inzicht waarmee je volgend jaar de Nobelprijs wint, maar Swank verwoordt de onmacht van de beroepseconomen. Op basis van het gedrag van de ‘kleine kapitalist’ is het nog lastiger modellen bouwen die economische trends met enige precisie voorspellen.

De ‘kleine kapitalist’ geeft nu signalen die op z’n minst ongebruikelijk zijn. In zeven van de eerste tien maanden van dit jaar (recentere cijfers zijn er nog niet) hebben Nederlanders meer geld van hun spaarrekening gehaald dan ze die maand hebben ingelegd. Dat is in twintig jaar niet voorgekomen. Het record stond op zes maanden (in 2000 en 2006). Het gebruikelijke patroon is dat Nederlanders meer geld op hun spaarrekening zetten dan opnemen, met uitzondering van ‘dure’ maanden, zoals een enkele vakantiemaand en de cadeaumaanden november en december (Sinterklaas, Kerst).

Het opnemen van spaargeld duidt op twee trends: pijn en groeiende wanhoop. Mensen komen niet meer rond. Door lastenverzwaringen. Of dalende inkomsten (ontslag; WW-uitkering loopt af). Zij teren in op spaargeld om hun consumptie te financieren. Buffers aanspreken is een gebruikelijk fenomeen op het dieptepunt van een crisis.

Maar groeiende wanhoop geeft de crisis scherpe kanten. Mensen trekken zich terug van de arbeidsmarkt, signaleren het Centraal Bureau voor de Statistiek én De Nederlandsche Bank en daardoor daalt nu de werkloosheid. Het opnemen van extra spaargeld kan erop wijzen dat de fiscale maatregel aanslaat dat je een ton belastingvrij kunt schenken als de ontvanger daarmee z’n woningschuld verlaagt. Maar het duidt er ook op dat huiseigenaren de hoop op een omslag in de prijzen opgeven en substantiële bedragen van hun spaarrekeningen halen om schulden af te lossen.

Dat lijkt me een positief signaal. Een teken van realisme.

Dit is het. Meer zit er nu niet in.

    • Menno Tamminga