‘Van dit huis maakten ze een ruïne’

„Enkele tientallen gebouwen” heeft de NAM laten stutten. Ook Siemon Winters huis.

„Schobbejakken zijn ’t.” Op klompen sloft Siemon Winter door de werkplaats van zijn Peugeotgarage in het Groningse Fraamklap. „De hoge heren van de NAM”, briest hij, „hebben een ruïne van ons huis gemaakt.”

De autosleutelaar woont met zijn vrouw en drie kinderen in het voorhuis. Dat is vanwege acuut instortingsgevaar op kosten van gaswinningsbedrijf NAM verstevigd met negen stalen stutten op gefixeerde betonplaten. En daar, wijst Winter, loopt een stalen balk diagonaal onder de vloer van de tweelingslaapkamer door. „Anders klapt de muur naar binnen.”

Maar bewoonbaar is het huis nog amper. Langs de balkgaten jagen wind en regen de huiskamer binnen. Op de vloer vallen „elke dag nog brokstukken steen uit de scheuren in de muren”. Er zit niks anders op, zegt Winter, dan het huis „plat te gooien en de NAM ’ns goed op z’n kloten te geven.”

Al sinds augustus vorig jaar, na de aardbeving bij Huizinge, probeert het gezin schadevergoeding te krijgen van het gaswinningsbedrijf. Overeenstemming bleef tot nu toe uit. Connie Winter: „Dan komt er een Haagse meneer met gemanicuurde nagels en biedt hij een paar tientjes. Daar kan je nog niet eens met de familie voor naar de Febo.”

De bodem blijft intussen beven, op 4 september voor het laatst. Connie Winter: „Slapen in het voorhuis lukt me niet meer. Nog een schok en het stort hier in.” Siemon Winter: „Op de grote klap gaan wij hier niet wachten. Voorlopig slapen we in de loods.”