Uit falend toezicht volgt schuld, Wellink

Wie maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt, moet ook schuld kunnen erkennen, vindt Johan Graafland.

Op 4 december werd Nout Wellink, voormalig president van De Nederlandsche Bank (1997-2011), geïnterviewd in het programma Room for discussion van de Universiteit van Amsterdam.

Uitvoerig stond men stil bij de rol en persoonlijke verantwoordelijkheid van Nout Wellink in de financiële crisis. Voelde hij zich schuldig aan de financiële rampen die zich onder zijn toezicht in Nederland hebben voorgedaan? Wellink erkende verantwoordelijkheid te dragen voor de gebrekkige ingrepen rond Fortis/ABN Amro en ING, maar ontkende nadrukkelijk schuld hieraan.

Deze reactie van Wellink is interessant, omdat het karakteristiek is voor hoe er in de financiële sector – maar niet alleen daar – met de schuldvraag wordt omgegaan.

De reden die Nout Wellink aandraagt om schuld te ontkennen is dat als hij schuld zou toegeven, hij ‘direct een claim aan zijn broek heeft hangen’. Ook de vraag van de interviewer of hij zich misschien wel schuldig voelt, trekt Wellink in het kader van deze juridificering. Want als hij dat zou toegeven, zou volgens Wellink een advocaat meteen op de band springen en beargumenteren dat als Wellink zich in het diepst van zijn hart wel schuldig voelt, hij dan ook zeer waarschijnlijk echt schuldig is.

Tel uit je winst. Wie zou de voormalig toezichthouder hierin ongelijk geven? Verklaart dat ook niet waarom banken in Nederland nooit excuses hebben aangeboden voor hun schadelijke rol in de financiële crisis? Verantwoordelijk? Ja. Maar schuldig? Nee.

Toch klopt er iets niet wanneer verantwoordelijkheid en schuld losgekoppeld worden. Onlangs kwam ik wat laat op mijn kamer op de universiteit en toen ik mijn mail opende, las ik dat ik in het voorbije uur een afspraak had met een medewerker van onze universiteit.

Ik keek in mijn agenda en inderdaad… helemaal over het hoofd gezien. De medewerker was er speciaal voor naar de universiteit gekomen, maar inmiddels op weg naar een volgende afspraak.

Natuurlijk had ik die afspraak niet willens en wetens vergeten. Maar dat neemt niet weg dat ik een fout had gemaakt en een zekere schuld op mij had geladen.

Het speet mij enorm, want ik weet hoe vervelend ik het zelf vind als mij dit zou overkomen. Ik ervoer precies wat Adam Smith beschrijft in The Theory of Moral Sentiments (deel II, sectie 2.2) als hij spreekt over spijt: „het bewustzijn van ongepastheid van gedrag in het verleden, droefheid over de effecten ervan, en medelijden met degenen die erdoor geleden hebben”.

In zo’n geval zijn excuses op zijn plaats. Maar vaker hebben wij de neiging om schuld af te wimpelen door te zeggen: fouten maken is menselijk.

Aan de scheiding van verantwoordelijkheid en schuld die ontstaat wanneer schuld gekoppeld wordt aan juridische aansprakelijkheid is een hoge prijs verbonden. Want als men niet bereid is om fouten toe te geven vanwege angst voor de juridische consequenties, kan het niet anders dan dat dit de beleving van verantwoordelijkheid uitholt.

Waar gezaghebbende en leidinggevende personen in het openbaar ontkennen dat hun fouten laakbaar zijn, zetten zij de toon voor de hele organisatie die zij vertegenwoordigen en – in het geval van Wellink – zelfs voor de hele financiële sector.

Gevoelens van schuld en de daarbij horende beleving van spijt moeten dan systematisch onderdrukt worden om te voorkomen dat zij onderwerp worden van een maatschappelijke discussie.

Dit werkt als een olievlek. Want als de financiële sector laakbaarheid inzake de huidige financiële crisis ontkent, voedt dit ook in de samenleving de gedachte dat verantwoordelijkheid en schuld volstrekt los staan van elkaar. Schuldbesef en beleving van spijt dreigen dan een zeldzaamheid te worden.

Het verbaast dan ook niet meer als wij soms zien dat mensen die door de rechter zelfs schuldig zijn bevonden aan corruptie of andere misdaden, geen gebroken indruk maken, maar veeleer zich strijdbaar tonen vanwege het ‘onrecht’ dat hun wordt aangedaan.

Als mensen geen uiting meer geven aan schuldgevoelens en spijt wanneer zij tekort geschoten zijn in hun verantwoordelijkheid, dan ondergraaft dat het nemen van verantwoordelijkheid om fouten uit het verleden te herstellen.

Want wie spijt kent van de fouten die in het verleden gemaakt zijn, is extra gemotiveerd om herhaling te voorkomen. Maar waar fouten ontkend worden of op de grote hoop van het algehele menselijke tekort worden gegooid, gaat het kritisch zelfonderzoek teloor en blijft de kans op herhaling groot.

    • Johan Graafland