Syrië en de bittere waarheden van...

De gruwelijke burgeroorlog die niet eens zo heel ver van Europa woedt, heeft het afgelopen jaar een aantal bittere waarheden aan het licht gebracht. Voor Syrië zelf, en voor de wijde regio, is het van groot belang die waarheden onder ogen te zien. Anders zal een eind aan dit bloedige conflict nóg langer op zich laten wachten en het gevaar van verspreiding van het geweld buiten de grenzen verder toenemen.

Het genadeloze regime van president Assad, weten we nu, is bereid tot het uiterste te gaan om te overleven en schroomt zelfs niet om gifgas tegen de eigen bevolking in te zetten. De Amerikaanse regering, zo bleek nadat Assad die rode lijn had overschreden, schrikt terug voor een militaire interventie.

De rebellen zijn niet alleen diep verdeeld, maar bestrijden elkaar ook op leven en dood. Extremistische groeperingen, die zich net als het regime dat ze bestrijden schuldig maken aan oorlogsmisdaden, zijn binnen de oppositie steeds dominanter. Fanatieke buitenlandse strijders spelen op het Syrische slagveld een grote rol. En ondanks alle voorspellingen van zijn onafwendbare val zit Assad nog steeds in het zadel. Militair zit het hem de afgelopen maanden mee. Internationaal heeft hij zijn positie versterkt door mee te werken aan de ontmanteling van zijn chemische wapenarsenaal.

In die wanhopige situatie is nauwelijks een sprankje hoop te ontwaren. Het land wordt steeds verder verscheurd, steeds meer stadswijken worden kapot gebombardeerd, mensen worden gedood, verwond en op de vlucht gedreven. Wat een kleine drie jaar geleden begon als een vreedzame opstand tegen een repressief bewind, is uitgelopen op een onstuitbare spiraal van geweld en verwoesting.

Het enige positieve nieuws is dat het opruimen van de chemische wapens, ondanks de extreem moeilijke omstandigheden, voorlopig volgens plan verloopt. En dat de grootmachten Rusland en Amerika hierbij eindelijk samenwerken. Helaas echter wijst niets erop dat de verwijdering van deze massavernietigingswapens, hoe positief op zichzelf ook, het einde van de oorlog dichterbij zal brengen.

De internationale gemeenschap kan hoogstens hopen dat ze via diplomatie een oplossing kan bevorderen. Dan moet ze leren van haar fouten. Door al in 2011 te eisen dat Assad van het toneel zou verdwijnen en in 2012 de verdeelde oppositie tot wettig vertegenwoordiger van het Syrische volk te verklaren, heeft het Westen serieuze onderhandelingen in de weg gestaan. Een diplomatieke oplossing, zo wordt steeds duidelijker, is alleen denkbaar als Assad en zijn regime daarbij betrokken worden, hoe monsterlijk hun misdaden ook zijn. Dat is bitter, maar het voortduren van de oorlog is erger.