Spontaan was deze noodkreet om Syrië niet echt

Een recordbedrag aan hulpgelden vroegen de VN vorige week, waarvan de helft bestemd voor Syrië. Wat gebeurt er met zo’n mondiale oproep?

Het was „het grootste hulpbedrag ooit gevraagd”, waarvan de helft bestemd was voor de „megacrisis” in Syrië, die „alles overtreft wat we in vele, vele jaren hebben gezien”, zei António Guterres, de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen. Luidkeels probeerden de Verenigde Naties een week geleden fondsen los te krijgen voor humanitaire hulp. De noodkreet haalde de voorpagina’s van kranten, domineerde televisiejournaals.

De VN vroegen in totaal 13 miljard dollar (9,4 miljard euro) om in 2014 noodhulp te kunnen bekostigen, bijna 4 miljard meer dan vorig jaar. De helft is voor hulp aan Syrië, zowel voor de 6,5 miljoen ontheemden in het land zelf als voor de vele gevluchte Syriërs in de overbelaste buurlanden Libanon, Jordanië en Turkije. De VN voorzien dat in 2014 driekwart van de 22,4 miljoen Syriërs noodhulp nodig heeft.

Vanwaar die plotse oproep, en wat gebeurt er als die eenmaal gedaan is? Is het geld al toegezegd?

Het lot van Syrië trekt de meeste aandacht, maar de oproep van vorige week was ook bestemd voor zestien andere landen. De oproep was allerminst spontaan, maar een scharnierpunt in het radarwerk van fondsenwerving dat de VN zijn. De Global Humanitarian Response van half december is eigenlijk een jaarlijkse begrotingspresentatie waarin de organisatie voorspelt hoeveel humanitaire hulp ze in 2014 nodig zal hebben en voor wie.

„De oproep is primair gericht tot onze donoren”, legt Jens Laerke van OCHA uit, de VN-instantie die noodhulp coördineert. „En dat zijn regeringen. Maar we doen de oproep publiek, om aan electoraten duidelijk te maken dat noodhulp nodig blijft.” De timing heeft niks met Kerst te maken, verzekert hij, aan de telefoon vanuit Genève. „We doen dit altijd half december, op tijd voor de begrotingen van donorlanden in het nieuwe jaar.”

Per land wordt er met vertegenwoordigers van de regering, de VN en grote hulporganisaties een precieze inventarisatie van de benodigde hulp en een prognose gemaakt. Ook nationale afstemming is belangrijk, zegt Laerke: „Je wilt niet dat mensen voedsel krijgen zonder dat ze spullen hebben om te koken.” Deze plannen en budgetten – dit jaar van zeventien landen, Syrië incluis – worden beoordeeld en opgeteld door wat je de luchtverkeersleiding van de noodhulp kunt noemen, de Inter Agency Standing Committee. Daarin werken de humanitaire VN-organisaties samen met het Rode Kruis en de Rode Halve Maan, met de IOM (internationale organisatie voor migratie) en de Wereldbank.

De VN doen de oproep, maar verrassend is deze niet – in het diplomatieke circuit circuleren de bedragen al. Donoren bepalen in hoeverre ze daaraan tegemoet komen, wanneer en voor wie. Nationale belangen en expertise spelen mee.

Nog maar weinig landen hebben op de oproep van de VN gereageerd. Dat is niet vreemd: de oproep is voor heel 2014, en in januari wordt een donorconferentie voor Syrië gehouden in Koeweit. Voor Nederland is de oproep vooralsnog geen reden extra geld uit te trekken. Dit jaar heeft het kabinet 46 miljoen euro beschikbaar gesteld. De EU heeft na vorige week evenmin nieuwe toezeggingen gedaan. Sinds het uitbreken van de crisis in Syrië heeft de EU twee miljard euro beschikbaar gesteld.

Wat in 2014 binnen zal komen is min of meer voorspelbaar: 60 procent van de gevraagde 13 miljard dollar. Dat is het gemiddelde van de afgelopen jaren. In 2013 kwam 5,3 miljard dollar binnen, terwijl om 9,3 miljard was gevraagd. De Syriëcrisis zorgde voor hoge giften, maar de noden stegen nog sneller. „Er zijn minder oorlogen die zorgen voor acute noodsituaties”, zegt Joost Herman, hoogleraar Globalisering en Humanitaire Actie aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Maar klimaatverandering zorgt voor meer natuurrampen, en in huidige conflicten zijn burgers vaker doelwit en slachtoffer. Congo heeft al vijftien jaar onafgebroken noodhulp nodig.”

Wordt de oproep van de VN aan de internationale gemeenschap om aan Syrië te geven mede ingegeven door het onvermogen van diezelfde gemeenschap om iets tegen de oorlog in Syrië te doen? „Het is een humanitaire, maar ook een politieke keuze nu zoveel aandacht aan Syrië te besteden”, zegt hoogleraar Herman. „Terwijl elders in de wereld niet minder humanitaire noden bestaan. Het droevige is dat de situatie in Syrië ondanks de massale hulp niet zal verbeteren. Positief is wel dat het humanitaire blikveld verbreed is naar de situatie in buurlanden van Syrië. Misschien lukt het zo Libanon en Jordanië stabiel te houden.”

m.m.v. Mark Kranenburg

    • Maartje Somers