Na Zwarte Piet ook vuurwerk onder druk

Volgens GroenLinks, oogheelkundigen en VeiligheidNL doet de landelijke overheid te weinig tegen het afsteken van vuurwerk. Het meldpunt wordt elk jaar populairder.

Nieuwjaar 2013: kinderen steken vuurwerk af in de Rotterdamse wijk Schiebroek. De teller van het meldpunt voor vuurwerkoverlast stond vanochtend op bijna 6.000 klachten. Foto Peter Hilz

Bij het meldpunt voor vuurwerkoverlast van GroenLinks zijn binnen twee dagen al bijna vier keer zo veel klachten binnengekomen als vorig jaar aan de vooravond van Kerstmis. De teller stond vanochtend op bijna 6.000 klachten.

De meldingen gaan over harde knallen, te vroeg afgestoken vuurwerk en onveilige situaties op straat. Vorig jaar waren het er op 24 december 1.500 geteld. „Steeds meer mensen storen zich aan de toenemende vuurwerkoverlast rond Oud en Nieuw”, ervaren de initiatiefnemers van het meldpunt, dat wordt gesteund door het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap. In totaal kwamen er vorig jaar in twee weken 82.000 klachten binnen over vuurwerk.

Volgens GroenLinks doet de landelijke overheid te weinig om de problemen tegen te gaan die vuurwerk afsteken met zich meebrengt. Zo veroorzaakt het jaarlijks voor vele miljoenen euro’s schade, en raken honderden mensen erdoor gewond. De politieke partij wil de omvang van het probleem in kaart brengen. Ze zal de meldingen verwerken in een rapport dat begin volgend jaar aan de Tweede Kamer en vijftien burgemeesters wordt aangeboden.

Vier jaar geleden steunden 63.775 mensen door het zetten van een handtekening een initiatief van GroenLinks voor een verbod op het afsteken van vuurwerk door particulieren. De bedoeling was dat de Tweede Kamer verplicht zou worden te debatteren over zo’n verbod. De Kamercommissie burgerinitiatieven besloot evenwel dat er geen debat kwam, omdat een dergelijk volksinitiatief alleen door het parlement in behandeling wordt genomen als er de afgelopen twee jaar niet eerder een besluit is genomen over het onderwerp. Dat was bij vuurwerk wel het geval.

Ondanks een groeiend aantal klachten en steeds meer waarschuwingen tegen het gebruik van vuurwerk, stijgt het aantal slachtoffers. De laatste jaarwisseling maakte meer vuurwerkslachtoffers dan de vorige zes vieringen. Volgens cijfers van VeiligheidNL zijn tussen 24 december 2012 en 3 januari 2013 bij de spoedeisende hulp van ziekenhuizen 810 mensen behandeld aan verwondingen die aan vuurwerk te wijten waren. Dat is 20 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. Van die 810 waren er 146 zo zwaar gewond dat ze in het ziekenhuis moesten worden opgenomen, het hoogste aandeel in tien jaar.

VeiligheidNL maakt jaarlijks een analyse op basis van registratie van de ziekenhuizen. Ruim een kwart van de verwondingen blijkt volgens deze tellingen veroorzaakt door zwaar professioneel knal- en siervuurwerk en zelfgemaakte vuurwerkbommen.

Na Zwarte Piet kan dus ook die andere decembertraditie op steeds meer kritiek rekenen.

„Zijn jullie vuurwerkhaters?” Het is een vraag die GroenLinks zichzelf stelt op de website van het meldpunt. Dat zijn ze niet. „We houden van vuurwerk als dat veilig en professioneel wordt afgestoken. Jammer genoeg moeten we vaststellen dat de vuurwerktraditie steeds minder het stempel ‘feestelijk’ verdient.”

Voorstanders van vuurwerk wijzen erop dat het om een eeuwenoude traditie gaat, maar volgens het Meldpunt Overlast klopt dat niet. Pas een jaar of vijftig is het gebruik dat particulieren zelf vuurwerk afsteken. „De hoeveelheid en de zwaarte van het vuurwerk is de laatste jaren bovendien spectaculair gestegen.”

Volgens etnoloog Gerard Rooijakkers, die publiceerde over feesten en rituelen, is Nederland uniek in in Europa door de gewoonte ndat particulieren massaal vuurwerk afsteken. „De vorm die het heeft aangenomen – binnen een paar minuten voor miljoenen euro’s vuurwerk de lucht in knallen – zie je vrijwel alleen hier.” De traditie is volgens hem ontstaan door Chinese immigranten die in de jaren 30 naar Nederland kwamen.

Rooijakkers spreekt van „georganiseerde baldadigheid in een samenleving die vergeven is van de regeltjes”.

Hij noemt het „toch mooi” dat „volwassen mannen om twaalf uur naar buiten gaan met een pakketje vuurwerk dat ze al dagen lang klaar hebben liggen. We zijn een samenleving van goede burgers en kantoormensen die één keer per jaar een vrijplaats creëren. Hopelijk blijft dat zo.’