Jezus werd in het jaar 1 geboren in een stal

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Hij stierf de kruisdood, dus moet hij ooit geboren zijn. Waar, wanneer? In Bethlehem toch, in een stal, in de nacht van 24 op 25 december, toen onze jaartelling bij één begon?

Klopt, als geloofsovertuiging. Daarom vieren we Kerstmis, oftewel de Heilige Mis voor de Christus (Christmas), letterlijk vertaald: voor de Gezalfde, de Messias. De Bijbel is het Woord van God – geen speld tussen te krijgen.

Waarop is het gebaseerd?

De Bijbel bevat slechts één passage over de geboorte van Jezus. Het staat in het Evangelie volgens Lucas, hoofdstuk 2, vers 2 tot en met 21. (Een andere tekst, uit Matteüs 1:18-26, slaan we even over; deze gaat vooral over Jozef, die met een raadsel zit: hoe kan z’n verloofde Maria nu zwanger zijn zonder dat zij seks hebben gehad? Een engel onthult ’s nachts aan Jozef dat de Heilige Geest haar heeft bezwangerd.)

In Lucas’ geboorteverhaal zijn Jozef en Maria van Nazareth naar Bethlehem gereisd, de geboortestad van Jozef, waar hij zich voor een volkstelling moet melden. ’s Nachts baart de hoogzwangere Maria een kind, dat ze in een voederbak te slapen legt. In diezelfde nacht zien herders, die in het veld bij hun kudde waken, een felle ster stralen. Een engel spreekt hen toe: „Vandaag is in de stad van David uw redder geboren; Hij is de Messias.” Daar willen de herders meer van weten. Ze trekken naar Bethlehem om het kind te eren.

En, klopt het?

Bijbelverhalen zijn niet geschreven als nieuwsberichten voor de krant. Het is geloofsliteratuur. Het gaat niet om de controleerbare feiten, maar om de metaforen, om de boodschap die in het verhaal is verpakt.

Jezus’ geboorteverhaal is later, na zijn dood, aan z’n biografie toegevoegd. De sterstatus had hij toen al bereikt, door zijn prediking, gebedsgenezingen en duiveluitdrijvingen, en vooral dankzij de apostel Paulus (geboren omstreeks 3 na Chr. en gestorven om en nabij 65), die druk heeft rondgereisd om Jezus’ woorden en wonderdaden uit te dragen.

Aangenomen wordt dat in Paulus’ gezelschap ene Lucas is meegereisd. Omstreeks het jaar 50 zou hij zich bij Paulus hebben aangesloten. Pas ruim een eeuw later duikt de naam van Lucas op als de schrijver van een van de vele evangelieverhalen over Jezus die dan in omloop zijn.

Het geboorteverhaal van Jezus bevat een literaire kunstgreep: de tocht van Jozef en Maria van hun woonplaats Nazareth naar de stad Bethlehem. Waarom die dagenlange reis gemaakt? Geen peulenschil voor een hoogzwangere vrouw. Het is om Jezus ter wereld te laten komen in de geboortestad van de grote joodse koning David (die zo’n duizend jaar eerder leefde) en hem daarmee een koninklijk aureool te geven. De volkstelling is opgevoerd als verklaring waarom deze barre tocht is gemaakt.

Droogstoppelige factcheckers hebben later gaten geschoten in dit reisverhaal. Ze wijzen erop dat Jezus volgens de evangelist Matteüs is geboren toen Herodes regeerde als koning der Joden; die is in het jaar 4 vóór Christus gestorven. Dit klopt niet met de volkstelling uit het Lucas-verhaal, die waarschijnlijk is gehouden in 6 ná Christus. En om het nog ingewikkelder te maken: onze christelijke jaartelling, die bij Jezus’ geboorte begint, berust sowieso op een rekenfout die een Bulgaarse monnik, Dionysius Exigeus, ook wel Dennis de Dwerg genoemd, in het jaar 525 heeft gemaakt. Algemeen wordt nu aangenomen dat Jezus is geboren in het jaar 6 vóór Christus.

Wie zo naar bijbelverhalen kijkt, roept vooral vragen op waarop de antwoorden niet te geven zijn. Zo hebben ook talloze historici en sterrenkundigen gezocht naar bronnen die aannemelijk maken dat de ‘ster van Bethlehem’ werkelijk heeft geschenen. Als komeet? Of omdat enkele toch al felle sterren toevallig in één lijn boven Bethlehem stonden? De uitkomst laat zich raden: niks gevonden.

Nee, logisch. De felle sterrenstralen, de boodschap van de engel aan de herders, het engelenkoor dat jubelde: het is beeldspraak die gemeengoed is in de taal van oude bijbelboeken. Als engelen spreken namens God is dat nooit zomaar een huishoudelijke mededeling; het gaat met een hoop licht- en geluidseffecten gepaard.

Ach, dat lieve kerstverhaal. Nergens in de evangeliën staat dat Jezus in een stal is geboren. Er waren toen ook helemaal geen stallen in die landstreken. De stal is er later aan toegevoegd, omdat de kleine Jezus een voederbak als wieg zou hebben gehad. Boodschap: zó eenvoudig was dit kindeke. Geboren in de nacht van 24 op 25 december? De evangelisten zwijgen in alle talen over een datum. Pas een eeuw of twee na Jezus’ dood raakt die datum in zwang, waarmee de vroege kerkleiders enkele uitbundig gevierde midwinter- en zonnewendefeesten (van Romeinen, van andere ‘heidenen’) naar hun hand hebben gezet.

Conclusie

De geboorte van Jezus is de aanleiding voor het massaal gevierde kerstfeest. In de Bijbel staat vrij weinig over deze gebeurtenis. En wat er staat, moeten we vooral niet willen checken. Het is literatuur, voor gelovigen én ongelovigen. En literatuur verkondigt een waarheid die boven de werkelijkheid uitstijgt. Daarom beoordelen wij het geboorteverhaal uit het Lucas-evangelie als waar. Al kun je net zo goed het omgekeerde beweren.

    • Gijsbert van Es