Het gaat me niet om geld

Een bevriende notaris krijgt regelmatig klanten die in scheiding liggen. Hij is een wetmatigheid op het spoor, vertelde hij. Als iemand zegt: „Het gaat me niet om het geld”, dan gaat die persoon tot het gaatje. „Dan weet je: die zal financieel het onderste uit de kan halen.”

Een rijke weduwe uit Dallas, Marguerite Hoffman, toonde vorige week iets van die mentaliteit, samen te vatten met: „Nee, nee, niet doen, want ik heb het zo graag.” Na de uitspraak van een jury in een rechtszaak die zij had aangespannen, zei ze: „Ik ben opgetogen. Deze zaak is nooit over geld gegaan, maar om rechtvaardigheid en integriteit, om eerlijkheid, vertrouwen en vriendschap.” Kerst was dichtbij.

Ze had rond de twintig miljoen dollar geëist. Een galerie, het veilinghuis Sotheby’s en de mensen die zij in 2007 een schilderij had verkocht van de Amerikaanse kunstenaar Mark Rothko, moesten het bedrag betalen. Vond zij. Bij verkoop van het schilderij had ze immers om anonimiteit gevraagd, terwijl haar naam drie jaar later opdook in de veilingcatalogus van Sotheby’s. De nieuwe eigenaar probeerde het werk te veilen. Dat kan niet goed zonder netjes geregistreerde herkomstgeschiedenis van het werk.

Tijdens de rechtszaak bracht de advocaat van Hoffman naar voren dat zij 17,6 miljoen dollar voor de Rothko had gekregen, terwijl het schilderij drie jaar later voor 31,4 miljoen onder de hamer ging. Als Hoffman niet had gemaald om geheimhouding, zei hij, had ze het werk wel zelf laten veilen. Dan had zij - ongeïnteresseerd in geld – er aanzienlijk meer aan verdiend. Reken maar uit.

De jury in de rechtszaak oordeelde dat inderdaad sprake was van contractbreuk. Hoffman krijgt rond een miljoen schadevergoeding. Dat is een twintigste van wat ze eiste en dus jubelde ook de tegenpartij. „Na drie jaar en enorme proceskosten voor de eiser, is de olifant bevallen en baarde een muis.”

De zaak van een afstandje: mevrouw stapt naar de rechter omdat een belofte van anonimiteit is geschonden. Maar juist door die actie is ook buiten een kleine kring van vermogende kunstkopers bekend wat ze geheim had willen houden. Raadselachtig.

Ze zal in de tussentijd hebben ontdekt: geld en goede naam gaan niet altijd samen. Opzichtiger slachtoffers van een schending van een geheimhoudingsbelofte laten niet voor niets de rechter er graag buiten. Neem de Nederlandse oud-keeper van de Britse voetbalclub Aston Villa, Stefan Postma. Zijn wraakzuchtige ex had een filmpje op internet gezet waarop zij, in betere dagen, hem rectaal penetreert met een kunstpenis – hoe zeg je dat op zijn NRC’s? Fans van tegenstanders kregen er lucht van, zongen hem sarcastisch toe en gooiden zelfs tientallen seksspeeltjes op het veld. Hij vertrok naar de club ADO Den Haag, maar na twee jaar kwam het filmpje achter hem aan via de website Geenstijl en is drie miljoen keer bekeken. Postma kreeg opnieuw dildo’s naar zijn hoofd gegooid. De kinky keeper (zijn Britse bijnaam) is nooit naar de rechter gestapt.

Van mij had het gemogen. Hoe valt deze man anders compensatie te geven dan met geld? Mededogen in een kerststukje lijkt me niet genoeg. Dan rest de vraag: wie betaalt? Oké, zijn ex. Ze probeerde het filmpje aanvankelijk zelfs op eBay te verkopen. Maar eigenlijk moeten wij betalen, het publiek. En ik al helemaal, omdat dit krantenstukje opnieuw melding maakt van Postma’s lot: u zoekt misschien vanavond al het filmpje op. Dat is het probleem van uitgesproken compassie met slachtoffers van privacyschending: het maakt het alleen maar erger. Het is als wrijven in een vlek.

Frits Abrahams is tot 2 januari afwezig