De rede van de koning blijft binnen de lijntjes

Willem-Alexander houdt morgen zijn eerste kerstrede. Hoe persoonlijk wordt die? Hij heeft er een professionele tekstschrijver voor ingehuurd.

Zittend of staand? Aan één stuk door voorlezend, of onderbroken door filmpjes? Alleen, of samen met de dartelende prinsessen en zijn stralende koningin? Het is niet zo spannend wát koning Willem-Alexander morgen gaat zeggen in zijn eerste kerstrede als staatshoofd, maar wel hóé hij dat gaat doen.

„Als ik hem was, zou ik Máxima en die dochters maximaal inzetten”, zegt historicus Jan Willem Brouwer. Deze onderzoeker aan de Raboud Universiteit analyseerde 25 kersttoespraken van Beatrix. „Inhoudelijk zal hij het, denk ik, niet zo heel anders doen dan zijn moeder. Het zal gaan over tolerantie en verdraagzaamheid. Mensen een hart onder de riem steken. De bindende factor, daar is de monarchie voor. Maar misschien wordt het iets moderner.”

Bij zijn aantreden in april kondigde Willem-Alexander al aan veel bij het oude te zullen laten. Eén van de tradities die hij zou handhaven was de kerstrede die zijn moeder altijd gaf, in eerste instantie op de radio en vanaf 2000 ook op televisie.

Het is de enige toespraak waarin de koning niet namens de regering spreekt. Maar ook met een persoonlijk verhaal moet hij keurig binnen de lijntjes blijven. De Rijksvoorlichtingsdienst laat weten dat het staatshoofd in deze speech „traditiegetrouw ruimte heeft voor eigen accenten, maar vanzelfsprekend geldt ook hiervoor de ministeriële verantwoordelijkheid”.

Wat deze koning wel anders doet dan zijn moeder: hij heeft een vaste speechschrijver in de arm genomen, de ervaren Jan Snoek. In een van de vele persiflages op Willem-Alexander en zijn entourage vatte Koefnoen zijn carrière als volgt samen: „Ik heb Camiel Eurlings sympathiek laten lijken en Annemarie Jorritsma slim. Ik heb wat krom was recht geluld voor Schiphol en de NS. Ik heb mensen laten lachen om Jan Peter Balkenende.”

Vooral als speechschrijver van Balkenende deed Snoek het erg goed, zegt Huib Hudig, die tegelijkertijd met hem voor verschillende politici werkte. Bij de opening van een tentoonstelling van kinderboeken, getiteld Van Pietje Bell tot Harry Potter, liet Snoek Balkenende beginnen met: „Het is een hele eer om deze tentoonstelling te openen. Maar ik vraag me af waarom die eer mij toevalt. Zoveel lijk ik nu toch ook weer niet op Pietje Bell.”

Meer dan om zijn grappen roemt Hudig Snoek om zijn taal, toon en structuur. „Hij heeft heel fraai, gecomprimeerd woordgebruik en gebruikt originele beelden en vergelijkingen.” Officieel begon Jan Snoek na de zomer als speechschrijver van Willem-Alexander. „Maar toen ik zijn toespraak bij de inhuldiging hoorde, dacht ik: daar zit een pro achter”, zegt Hudig. „Ik heb later uit de wandelgangen vernomen dat Jan daar ook al bij betrokken was.”

Aan de meeste speeches van de koning is vanwege zijn „leiband” niet veel eer te behalen. „De kerstrede is bij uitstek het moment om zichzelf echt neer te zetten”, zegt Hudig.

Hoe er op Algemene Zaken wordt mee gelezen „is het geheim van het paleis”, zegt Jan Willem Brouwer. Ruud Lubbers zei als premier nooit tevoren inzage of inspraak te hebben gehad. „Maar dat betekent niet dat zijn ambtenaren zich er niet mee bemoeiden.” Over enkele toespraken van Beatrix ontstond controverse. Eén ervan zou zelf gecensureerd zijn om Geert Wilders niet voor het hoofd te stoten.

Brouwer denkt dat Willem-Alexander vooral zichzelf beperkingen oplegt. „Hij kan op zijn vingers natellen wat problemen zou geven, en wat hij dus niet moet zeggen. Dat kun je zelfcensuur noemen.”

    • Emilie van Outeren