De politie aanvaardt de onderbezetting maar even

Opstelten heeft met de politiebonden nieuwe afspraken gemaakt. De reorganisatie wordt praktischer, het plan blijft ambitieus.

Nederlanders moeten zich veiliger gaan voelen. Het aantal woninginbraken moet dalen, van 91.000 in 2012 tot 83.000 volgend jaar. Het aantal overvallen moet ook naar beneden, net als het aantal straatroven. En het percentage ‘heterdaadjes’, waarbij de politie direct een dader arresteert, moet juist omhoog.

Over zijn doelstellingen laat minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) geen verwarring bestaan. Tegelijk met alle betere prestaties moet volgend jaar ook de reorganisatie van de nationale politie zélf goeddeels voltooid zijn. Het is nu bijna een jaar geleden dat de zesentwintig korpsen opgingen in één nationaal politiekorps. Ze werkten dit jaar voor het eerst met één baas, korpschef Gerard Bouman, en één politiek eindverantwoordelijke: Opstelten. Het is de grootste reorganisatie in Nederland; er zijn ruim 63.000 werknemers bij betrokken.

Voor de feitelijke reorganisatie trok de politie twee jaar uit, 2013 en 2014. Het personeel krijgt nieuwe werkplekken, het politiedienstencentrum moet vorm krijgen, de informatievoorziening en automatisering moeten op orde zijn gebracht. Tot 2018 heeft de politie drie jaar om alles te „optimaliseren en harmoniseren”. Maar de eerste officiële deadline is eind volgend jaar.

Onderhandelingen gelukt

Over de personele reorganisatie stuurde minister Opstelten gisteren een verheugd bericht naar de Tweede Kamer: de onderhandelingen tussen bonden, ministerie en ondernemingsraad zijn gelukt. De nieuwe „robuuste basisteams” (de gewone politie) en de districtsrecherche worden „volgens oorspronkelijk plan eind 2014 in werking gebracht”.

Voor de reorganisatie zijn in dat overleg een aantal praktische afspraken gemaakt. Politiemensen houden een baan- en schaalgarantie tot vijf jaar na de reorganisatie. Over- en onderbezetting wordt in nieuwe teams voorlopig geaccepteerd. Zo kan de reorganisatie sneller verlopen dan in de oorspronkelijke plannen. Vertraging was niet uitgesloten doordat politiemensen grootscheeps bezwaar maken tegen hun nieuwe werkplek, in misschien een andere standplaats.

De harde deadline die in de stukken staat, „eind 2014”, blijft ambitieus. Neem de onafhankelijke commissie die kijkt naar politiemensen die tussen wal en schip vallen of niet tevreden zijn met hun nieuwe plaats in de politie. Die zou volgens de plannen vorige maand haar werk moeten hebben afgerond. Maar de eerste officiële gesprekken met werknemers moeten nog gevoerd worden.

‘Fundamentele zorgen’ over ICT

Dan is er de automatisering, traditiegetrouw lastig bij de politie. Veelzeggend is een observatie van de commissie die toeziet op de informatie- en communicatietechnologie. Zij boog zich over het ‘aanvalsprogramma’ om de informatievoorziening te verbeteren, een plan dat loopt van 2013 tot en met 2017. Maar de commissie kreeg het definitieve plan pas op 11 december. De Tweede Kamer kreeg het nog een week later. De ICT-commissie adviseerde: „Wij geven de suggestie mee om de werkingsperiode te veranderen in 2014-2018.”

De commissie maakt zich verder „fundamentele zorgen” over twee punten: de aansturing van het ICT-plan en de financiën. Onvoldoende duidelijk is wie verantwoordelijk is voor allerlei ingewikkelde processen om de informatievoorziening binnen de politie te verbeteren. Ook bij de raming van de kosten valt door gebrek aan transparantie niet vast te stellen of de inschatting reëel is. Daarbij komt dat de commissie zich afvraagt „of het realistisch is” dat de vertraagde uitvoering de „komende periode zo fors kan worden ingelopen als voorzien”.

Terwijl de bestuurders overlegden, deden wijkagenten, surveillanten en rechercheurs het afgelopen jaar gewoon hun werk op straat. Dat neemt niet weg dat de reorganisatie bij hen onrust en onduidelijkheid wekt. Een werknemer reageert op de website van de Nederlandse Politiebond, waar de jongste afspraken worden uitgelegd: „Elke keer als ik het lees, komen er meer vragen dan antwoorden naar boven.” En: „Het is bevreemdend dat onderbezetting met het grootste gemak geaccepteerd wordt. Je zal maar op zo’n afdeling werken waar niets kan of mag om de diensten rond te krijgen, terwijl overuren voorlopig niet meer worden uitbetaald.”

    • Annemarie Kas