De handel loopt terug, maar ‘De Eindbaas’ is betaalbaar

Nederlands vuurwerk komt uit China, waar goede kleigrond is en goedkope productie. Nu met de hand, straks machinaal.

Eén lont, driehonderd gram, 25 schoten: ‘De Eindbaas’. Hét vuurwerk van dit jaar. Deze en vergelijkbare vuurwerkpotten gaan dit jaar voor 20 euro in totaal 500.000 keer over de toonbank van 1.500 winkels in Nederland. Om met Oud en Nieuw binnen dertig seconde in regenboogkleuren uit elkaar te spatten.

Vanaf zaterdag ligt De Eindbaas samen met Black Dragon Fury, Asian Thunder en Momma 1, 2 en 3 officieel in de winkels. Fietsenmakers, tuincentra en hengelsportwinkels ruilen voor drie dagen van assortiment. In die dagen draaien ze gezamenlijk een omzet van 65 miljoen euro.

Duidelijk is waar het productieproces van vuurwerk eindigt. Maar waar begint het – en wie verdienen er aan?

Voor het vuurwerk dat dit jaar de lucht in gaat, moeten we anderhalf jaar terug in de tijd. In het hoofdkantoor in Lichtenvoorde aan de Duitse grens leggen zes mensen van Lesli Vuurwerk, met een omzet van 8,5 miljoen de grootste importeur van Nederland, de benen op tafel. Met een biertje in de hand en een sigaret in de mond – niet in de buurt van vuurwerk – brainstormen directeur Jasper Groeneveld en zijn werknemers over het vuurwerk van de toekomst: ‘De Eindbaas’. De tekeningen stuurt hij naar China waar productie goedkoop is. Hier werkt hij met een aantal fabrieken die alleen vuurwerk maken voor zijn bedrijf. In Europa is de regelgeving zo streng, dat productie niet loont. Alleen in Italië, Spanje en Duitsland staan vuurwerkfabrieken. Die zijn goed voor slechts 2 procent van de totale productie, stelt Belangenvereniging Pyrotechniek Nederland

Nederland telt slechts twaalf enigszins grote importeurs waarvan importeur Broekhoff met een omzet van 300.000 euro in 2011 op de tweede plek staat. Ze produceren in China, voornamelijk in de provincie Hunan. De provincie staat bekend om een goede kleigrond waarmee het vuurwerk nog altijd gemaakt wordt. Nu nog vaak met de hand maar Groeneveld laat De Eindbaas machinaal maken. Zo anticipeert hij op de toekomst. Ook in China is handwerk duurder aan het worden.

Door de crisis kopen mensen minder vuurwerk. Sinds 2008 is de gehele omzet van vuurwerk in Nederland met 9 miljoen afgenomen. Er wordt nu weer net zo weinig gekocht als na de vuurwerkramp in Enschede, in 2000. Van de 2.500 verkooppunten zijn er 1.500 over. Lesli Vuurwerk zag in 2012 zijn winst teruglopen naar 12.000 euro.

Een vuurwerkpot als De Eindbaas is daarom een geliefd product. Twintig euro geven Nederlanders nog altijd graag uit voor een kant en klare show. Maar eerst moet het product gekeurd worden. Per ‘productontwikkeling’ betaalt een importeur 1.500 euro – veel geld voor kleine importeurs.

Eenmaal door de keuring kan Groeneveld uit Lichtenvoorde zij product De Eindbaas naar Nederland verschepen. Dit jaar gebruikte hij voor al zijn vuurwerk 138 containers. Voor een container met 2.000 dozen betaalt hij 9.000 tot 11.000 euro. Tien keer zo veel als de containers waarin hij ’s zomers tuinmeubelen naar Nederland vervoert.

Vanaf mei komt het vuurwerk binnen in de opslagplaatsen van de importeurs, die opslagbunkers hebben op circa twaalf locaties in Nederland. Groeneveld heeft 60 bunkers waarin 50.000 kilo past. Ze moeten aan allerlei veiligheidseisen voldoen, bijvoorbeeld 60 minuten brandwerend zijn.

Na Sinterklaas begint voor consumenten het hoogseizoen. De Eindbaas kan nu online gekocht worden – maar wordt niet thuisbezorgd. Veertig procent van het vuurwerk kochten Nederlanders vorig jaar online. Dit jaar zal dat ongeveer hetzelfde blijven, volgens de belangenvereniging Pyrotechniek Nederland. Ook mensen die het online kopen moeten vuurwerk afhalen bij een van de geregistreerde distributeurs.

Grote distributeurs in Nederland zijn de Boerenbond, tuincentra en Halfords, winkels die in de winter minder verdienen en genoeg ruimte hebben om vuurwerk op te slaan. Daarnaast doen nog honderden kleine winkels mee. Dat is niet goedkoop. Een brandmeldsysteem, een opslagbunker en keuringen kosten gezamenlijk ongeveer 30.000 euro. Daar staat een jaarlijkse omzet tegenover van 8.000 euro voor de kleinste, tot 250.000 euro voor de grootste.

En dan is het weer 1 januari. De Eindbazen zijn er niet meer. En in Lichtenvoorde beginnen ze alweer na te denken over de volgende Oud en Nieuw.