‘Arts wordt voor behandeling betaald, niet voor genezing’

Medische behandelingen zijn vaak slecht onderzocht. Gynaecoloog Ben Willem Mol organiseerde het onderzoek ernaar. Het verbetert de zorg en bespaart miljoenen.

Een keizersnee was soms het gevolg van te laat ingrijpen bij zwangerschapsvergiftiging. Foto Marco Okhuizen

Als dokters ophouden hun patiënten te behandelen met therapieën waarvan de werking onbewezen is, kunnen zorgverzekeraars jaarlijks honderden miljoenen besparen. De patiënten krijgen dan de beste zorg voor minder geld. Dat zegt gynaecoloog, epidemioloog en hoogleraar Ben Willem Mol (48) van het AMC in Amsterdam aan de vooravond van zijn vertrek naar Adelaide, Australië. Daar krijgt hij een aanstelling als hoogleraar om, net als hier, onderzoek te doen naar het nut van medische behandelingen. „Mondiaal is het probleem van overbehandeling nog veel groter”, zegt Mol over zijn vertrek. „Daar is veel zorg geprivatiseerd.”

Mol evalueerde in tien jaar tijd meer dan dertig behandelingen in de verloskunde en gynaecologie. Het leverde hem vorige week bij zijn afscheidsrede een prijs op: de ZonMw-parel. Het lukte doordat hij alle Nederlandse ziekenhuizen overhaalde samen te werken in het Consortium verloskunde en gynaecologie. In 2004 deden er jaarlijks vijftig vrouwen mee aan een onderzoek, in 2013 zijn het er zesduizend. Het consortium was een doorbraak, omdat bij zo’n landelijke samenwerking snel voldoende patiënten te vinden zijn om zelfs behandelingen die niet zo vaak worden gegeven, toch vlot te beoordelen. Voordat het consortium er was bakende elk onderzoekscentrum nog zijn eigen onderzoeksterrein af.

Van ongeveer de helft van alle medische behandelingen is nooit bewezen óf ze werken, en of ze beter werken dan iets anders, zegt Mol. Ze zijn alledaagse praktijk geworden zonder wetenschappelijke onderbouwing. „Je zou ze allemaal moeten onderzoeken. Maar daar is te weinig geld voor.”

Dat is duurkoop, want de potentiële besparingen bedragen een veelvoud van de kosten. „De eerste zes studies kostten drie miljoen euro in vijf jaar tijd. Nu de resultaten in de praktijk zijn ingevoerd leveren ze jaarlijks tien miljoen euro op, door goedkopere behandelingen, minder medische ingrepen en minder complicaties”, rekent Mol voor. Vreemd genoeg is het moeilijk om financiering voor dit soort onderzoek te krijgen. „We zijn vooral aangewezen op zorgonderzoekfinancier ZonMw. Daar is het budget beperkt; slechts 20 procent van onze aanvragen wordt gehonoreerd. Zorgverzekeraars zouden de financiering van zorgevaluaties moeten overnemen. De besparingen vallen immers ook aan hen toe.”

Succesverhalen heeft hij te over. Zo blijkt het bij zwangeren met ernstige hoge bloeddruk (zwangerschapsvergiftiging) beter om de bevalling al na 37 weken in te leiden. Dat voorkomt epileptische aanvallen bij de moeder, leidt tot minder keizersneden en dus tot minder kosten dan afwachten. „Maar uit een vervolgstudie blijkt dat nóg vroeger inleiden, vanaf 34 weken, juist niet gunstiger is”, vertelt Mol. „Dan is de baby te prematuur. Zo ga je door met evalueren tot je de beste behandeling hebt gevonden, je titreert naar de waarheid toe.”

Dit soort evaluatieonderzoek gebeurt nog veel te weinig vindt Mol. „De geldstromen zijn gericht op innovatie en technologie, niet op effectiviteit van de gangbare zorg.” Tenminste vijf andere medische disciplines willen nu zorg evalueren zoals de gynaecologen deden. Mol: „Er komen dus steeds meer onderzoeksplannen, maar de pot van ZonMW wordt niet groter. Dus blijft veel nuttig onderzoek achterwege.”

Een voorbeeld: de grote buikoperatie. Daarbij krijgt de patiënt, vóór de algehele anesthesie, een ruggenprik die na de narcose nog 48 uur de pijn wegneemt. Dat houdt voorafgaand aan de operatie drie kwartier de OK en de anesthesist bezet. Kosten: 30 miljoen per jaar. „Met morfine kun je wellicht hetzelfde bereiken”, zegt Mol. „Maar het onderzoeksvoorstel werd afgewezen. Dus krijgt iedereen de kostbare ruggenprik.”

Er zijn meer knelpunten dan alleen geld, vertelt Mol. In academische centra is er altijd de druk om te moeten publiceren, om promovendi klaar te stomen. Dat staat landelijke evaluaties in de weg. Ook de bureaucratie is een probleem: „Het VUMC vraagt als enige 500 euro voor een handtekening om een elders geïnitieerd onderzoek goed te keuren. Als iedereen dat gaat doen, kost dat 15.000 euro extra. Dat staat landelijke samenwerking in de weg.”

En er zijn perverse prikkels. Mol: „Ziekenhuizen voelen geen belang bij zorgevaluaties, want ze worden ook voor ongeëvalueerde zorg betaald. Het is een systeemfout om te betalen per behandeling, en niet alleen per effectieve behandeling.”