Arthurs nazaat verdedigt Stonehenge

‘De Engelsen waarderen authentieke gekkigheid”, zei antropologe Kate Fox, auteur van bestseller Watching the English. Ik moet aan haar woorden denken als ik bij Stonehenge met Arthur Uther Pendragon (59) praat. Hij is de zwaardendrager van de Raad van Britse druïden, stamhoofd van de Loyal Arthurian Warband, en reïncarnatie van de Keltische koning Arthur. Zaterdag eerde hij bij Stonehenge de terugkeer van het licht.

Pendragon draagt een schild en een zwaard – een recht dat hij bij de rechter heeft afgedwongen, zoals hij zijn naam van John Rothwell bij wet liet veranderen. Zijn lange grijze haar wordt bijeengehouden door een gouden kroontje. Het enige wat het middeleeuwse imago verstoort, is zijn spijkerbroek die door de wind soms zichtbaar is onder zijn witte tenue en zwarte cape.

Pendragon heeft geen enkele theatrale bedoeling met zijn kleding. Ik kan me voorstellen dat John Stuart Mill hem voor ogen had toen hij in 1859 waarschuwde dat conformisme de kern van Engelsheid bedreigde. Pendragon wordt serieus genomen door English Heritage, de monumentenorganisatie die Stonehenge beheert. Hij kreeg, weer voor de rechter, voor elkaar dat zij de prehistorische stenencirkel tijdens de zomerse zonnewende, en de kortste winterdag openstelt. Zodat de druïden, die hier een erkende religieuze orde zijn en de goddelijkheid van de natuur en aarde vereren, hun spirituele plek niet vanachter een hekje en tussen de toeristen hoeven te bekijken.

Maar zijn laatste juridische strijd verloor Pendragon. English Heritage opende een bezoekerscentrum bij Stonehenge. Dat was nodig: de ruim een miljoen, vooral buitenlandse bezoekers die het jaarlijks trekt, kochten kaartjes bij een weinig sfeervolle bunker uit 1968. Nu is er een prachtig museum, café en souvenirwinkel. Het gebouw ligt op twee kilometer van Stonehenge, zodat de stenen cirkel weer zijn idyllische natuurlijke omgeving terug kreeg. Omdat ik er vroeg en op een druilerige ochtend was, had ik het erfgoed voor mezelf. Maar na vijf minuten kwam de eerste lading Japanse toeristen, gevolgd door verveelde Franse scholieren.

Pendragon juicht toe dat Stonehenge wordt teruggebracht in de staat van 1740, toen er voor het eerste een gedetailleerde kaart werd gemaakt. Hij juicht helemaal toe dat er geen geld meer wordt verhandeld „op de stoep van de tempel”. En dat bezoekers leren over de bouw van de stenen cirkel en de geschiedenis, stemt hem tevreden.

Zijn woede geldt de drie skeletten die „zonder enig respect in glazen kastjes” zijn gelegd. Het zijn de overblijfselen van zijn voorouders, zegt hij. Dat ze na opgraving in 1863 en 2008 werden onderzocht, à la. Maar nu moeten ze worden herbegraven. „Ze werden hier met reden begraven. Zonder hen neem je het religieuze element weg van deze plek. Je blijft over met een stel stenen.”

Zodra we staan te praten, komt de woordvoerder van Stonehenge aangerend met een verklaring: „English Heritage is van mening dat authenticiteit belangrijk is om het verhaal van Engeland te vertellen. We gebruiken echte voorwerpen omdat we geloven dat we zo het publiek dichter bij de geschiedenis brengen.” Zo serieus wordt Pendragon genomen.