Wreed koud

Je kunt overwinteren in Spanje, maar erg spannend is dat niet Marcel Haenen ging naar het noorden en trok met de Sami door de sneeuw De Sami proberen door toerisme hun cultuur te behouden

Illustratie Thinkstock

Het is het geluid dat het meeste opvalt. Een rendier sjokkend door de vrieskoude sneeuw met de houten slee die ritmisch meezucht en kraakt. Onverstoorbaar en met monotone tred loopt het schuwe beest zijn enorme gewei achterna.

Een rendier kan zo’n tocht makkelijk een uur of zes volhouden, vertelt Roar Nyheim. De 35-jarige Noor is herder van een kudde rendieren in het gebied rondom de Noorse stad Tromsø. Dit is Lapland, het woongebied van het van oorsprong nomadische volk de Sami. Van de naar schatting 100.000 Sami leven er zo’n 50.000 op Noors grondgebied. „Geniet van ’s werelds mooiste kantoor”, zegt Nyheim even later tijdens een pauze. Want het rendier mag de tocht uren kunnen verdragen, de passagier op de slee heeft het na twee uur in een met weldadig veel sneeuw bedekte vallei bij minus twintig graden wreed koud en voelt kramp. Slechts verlicht door de sneeuw turen we in het donker naar de horizon waar heel voorzichtig de lichtgroen gekleurde gordijnen van het noorderlicht te zien zijn.

Noorwegen is met nog geen 5 miljoen mensen een dunbevolkt land (gemiddeld 13 per km2). Toch is het in het noorden nog knap druk. Tromsø, op bijna 70 graden noorderbreedte en boven de poolcirkel, is als universiteitsstad een van de snelst groeiende steden van het land en telt zo’n 70.000 inwoners (inclusief 10.000 studenten). In en om de wegen van deze fraaie stad waar oude houten gebouwen en moderne architectuur elkaar afwisselen, staan af en toe heuse files.

In deze eigentijdse omgeving worstelen de Sami met hun tradities. In de vorige eeuw voerden regeringen van Scandinavië een politiek gericht op assimilatie. Onderwijs in de eigen taal werd verboden. Maar tegenwoordig koesteren de Sami steeds meer hun oorspronkelijke leefwijze. Ze hebben televisie en radioprogramma’s in de eigen taal. Sinds 1989 hebben de Sami een eigen 39 leden tellend parlement in Karasjok, in de Noorse provincie Finnmark.

Ook de schoenen zijn rendier

Belangrijke nieuwe bron van inkomsten voor de Sami is het toerisme. Ze verkopen hun cultuur. Nyheim en zijn echtgenote Karen ontvangen ons trots in kleurige klederdracht. De altijd warme schoenen zijn gemaakt van de huiden van vier rendieren. In zijn broek zit de huid van acht rendieren en zijn jas is gemaakt van twaalf dieren. In de binnenzak heeft Nyheim wel een mobiele telefoon en apparatuur om desnoods via satelliet de weg te vinden.

Aanvankelijk koos Nyheim na zijn middelbare schooltijd voor werk in een fabriek, maar sinds een jaar of tien heeft hij een eigen kudde rendieren waar hij het hele jaar zoet mee is. Hoeveel dieren hij precies heeft, wil hij niet zeggen. Dat doet een Sami niet. „Ik vraag jou ook niet hoeveel geld je op de bank hebt”, zegt hij.

Maar een vetpot is het niet. De familie Nyheim kan eigenlijk vooral overleven doordat echtgenote Karen bijklust als doktersassistente. „Rendieren houden is nauwelijks een echte baan. Ik ga niet naar mijn werk maar naar mijn kudde, mijn tweede familie. Het is een levensstijl’’, zegt Roar.

Toen Roar opgroeide, was het niet leuk om Sami te zijn. „Sami zijn was synoniem voor achterlijkheid. Je werd gediscrimineerd.” Op school leerde hij alleen Noors en Engels. Zijn drie kinderen worden op school nu wel onderwezen in de Sami-taal. „Mijn kinderen zeggen dat ze later ook dit leven als herder willen, maar als ze straks puberen zal dat wel veranderen.” Voorlopig genieten ze nog van beide werelden. „Mijn kinderen zijn dol op pizza en pasta, maar als ze met me op pad zijn, smikkelen ze ook net zo graag rendierenbloedworstjes.”

Vlees ruilen voor wodka

Rendieren kunnen wel twintig jaar oud worden. Nyheim praat eindeloos tegen ze op de lange tochten op zoek naar goede graasgronden. Maar hij heeft er een hekel aan om al te sentimenteel te doen. Het blijft ten slotte wandelend vlees. „Het is mijn voedsel.”

Voor eigen consumptie mag Nyheim rendieren slachten. Hij kan beeldend vertellen hoe hij met zijn mes het rendier in de nek te grazen moet nemen om het dier zo weinig mogelijk te laten lijden. „Binnen een paar seconden is hij dood. Ik gebruik alle onderdelen van het dier. Van hart tot gewei.” Gedroogd hart geldt als heerlijke snack en van het gewei worden sieraden gemaakt of een mes. Toch mag hij zelf geen handel drijven in vlees. „We moeten de dieren verkopen aan het slachthuis. Ik mag wel een stuk rendierenvlees ruilen met mijn buurman voor lamsvlees of een fles wodka.”

Rendiervlees is in Lapland het voornaamste gerecht op de menukaart. Er is rendiersandwich voor de lunch en het diner opent meestal met rendiercarpaccio. Als hoofdgerecht is er gebakken of gegrilde rendiersteak. En als het toetje er dan een beetje rood uitziet, ga je onwillekeurig vinden dat je rendierijs zit te eten, ook al ontkent de serveerster dit hardnekkig.

’s Avonds in zijn traditionele tent – Lavvu – serveert Nyheim rendiersoep met worteltjes en aardappelen. Hij vertelt over zijn toekomstdroom: een leven met een nog grotere kudde rendieren. Nu volgt hij zijn dieren met een snowmobile, maar hij spaart voor een helikopter. Sommige collega’s herderen al uit de lucht.

(Reis georganiseerd door Noors Verkeersbureau)