Verzet tegen Boijmans-plan

Rotterdamse kunstinstellingen zijn tegen nieuw Collectiegebouw.

‘Het is hier zeven jaar een bouwput geweest”, zegt Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch Museum in het Rotterdamse Museumpark. „Eindelijk begint de bevolking de weg naar het park weer een beetje te vinden. Er vinden feestelijke evenementen plaats. Als op die plek een joekel van een gebouw wordt neergezet, kan dat niet meer.”

Sjarel Ex, directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, droomt al jaren van een Collectiegebouw, een open depot waar ook particuliere verzamelaars hun collecties kunnen onderbrengen en waar bezoekers naar binnen mogen om te kijken hoe de kunstschatten worden bewaard en gerestaureerd. Het gebouw dat in 2017 klaar moet zijn, kost 50 miljoen euro; een particuliere stichting, De Verre Bergen, draagt 15 miljoen bij, gemeente en museum zorgen voor de rest. Voor dat geld wil men een gebouw in de nabijheid van het museum. Zo viel de keuze op het Museumpark, op de plek waar nu een schelpenplein is. Vijf architectenbureaus maken een voorlopig ontwerp; in februari wordt bekend wie de opdracht krijgt.

Wat voor Boijmans een droom is, is voor vijf andere culturele instellingen rondom het Museumpark een nachtmerrie. Het Natuurhistorisch Museum, Chabot Museum, debatcentrum Arminius, de Kunsthal en Het Nieuwe Instituut vinden dat zij voor een ‘voldongen feit’ worden gesteld. „Er heeft nooit een inhoudelijke discussie plaatsgevonden over de aard en de noodzaak van het Collectiegebouw”, zegt Toine van der Horst, lid van het managementteam van Het Nieuwe Instituut.

De vijf instellingen vinden dat eerst besproken zou moeten worden of alleen Boijmans een nieuw depot krijgt. Er zou ook kunnen worden gestreefd naar een gezamenlijk depot voor de gemeentelijke musea.

Ze vinden ook dat niet goed is gekeken naar alternatieve locaties, bijvoorbeeld aan de linkerkant van Boijmans, richting de binnenstad.

De gemeente en Boijmans gaan ervan uit dat het Collectiegebouw 70.000 bezoekers per jaar zal trekken en dat ook de andere culturele instellingen daarvan zullen profiteren. Die vrezen juist forse concurrentie. „Er komen grote tentoonstellingsruimtes in”, zegt Emily Ansenk, directeur van de Kunsthal. „Wij zitten niet te wachten op een tweede kunsthal. Ook komen er horecafaciliteiten in, lezing- en educatieruimtes. Die hebben wij allemaal ook al. Maar een inhoudelijke discussie over de vraag hoe we elkaar kunnen versterken heeft nog niet plaatsgevonden.” Boijmans en de gemeente vinden dat er genoeg momenten zijn geweest waarop informatie is verstrekt. En in januari, februari volgt weer een bijeenkomst voor belanghebbenden, aldus een gemeentewoordvoerder.