Verbeterpunten

Met Kerst op komst krijg ik veel post van studenten bestuurskunde. Omdat ik ergens iets heb gezegd over Kerst als administratief proces ben ik aanspreekpunt geworden op het gebied van praktische problemen met tenuitvoerlegging van decreten. Zwangere vrouwen die op last van de fiscus hele einden moeten reizen met een ezel. Dat soort gedoe. Kerst als bureaucratische rompslomp.

Hoi Maxim, schrijven de studenten. „Bent u in staadt en bereidt mij te helpen met mijn master? De eis is zelfstandig denken. Mijn zelfstandig denken is dit keer Kerst en gaat om de aspect betreft een visie op de verbeterpunten in de registratieprocedure te onderzoeken. Ik weet zooiezoo, naar aanleiding van het eigen analyse dat verbeterpunten er zijn. Meteen reageren!”

Ze geven blijk van historisch besef, de studenten, met hun naspeuringen naar de volkstelling van keizer Augustus. Wie zegt daar dat bijbelse kennis is verdwenen uit het onderwijs? Van de weeromstuit buig ik me zelf ook opnieuw over het Kerstverhaal en de reis van Maria en Jozef naar het gemeentekantoor van Bethlehem. Augustus verordonneerde volgens de ene Bijbel „dat de geheele werelt beschreven soude worden”, volgens de andere „dat het gehele rijk moest worden ingeschreven”. De King James versie zegt „that all the world should be taxed”. Onderzoek, administratie, geld.

Het duurt de studenten te lang. Hi, schrijven ze. Kunnen we niet even bellen? „De suggesties wil ik graag van je horen en moeten morgen klaar zijn.” Jajaja, antwoord ik, er is haast bij, ik begrijp het best.

Dus zou ik nu als de donder op zoek moeten naar mijn telefoon, maar ik blijf staren naar de post van de studenten. Ik zie verbeterpunten in hun schrijven, ik zie kans ze te wijzen op het doorgroeien naar excellentie. Een begrip waarover ik juist met iedereen in gesprek ben geraakt. Excellentie zet aan tot zelfverbetering, streven naar heiligheid, het hoger onderwijs. Je ziet de voortreffelijkheid en je wilt erheen. Je ziet een ster aan de hemel en je gaat er achteraan. Kerst trekt van boven aan je.

Tot mijn verbazing blijken veel mensen er tegen; tegen het hogere. Aanzetten tot excellentie is vernederend, zeggen de opleiders die ik tegenkom. Niet iedereen is immers in staat tot leren en groeien. De wereld moet gewoon worden beschreven, alle bewoners van het rijk ingeschreven, belasting opgelegd en betaald. En dat hele proces kun je wel steeds beter regelen, maar daartoe is het niet nodig dat de mensheid zichzelf verbetert. Met een pleidooi voor het hogere degradeer je Kerst tot een column, werpen ze me tegen. Een platitude met dubieuze allure.

Dit gaat niet de goede kant op. Ik wil graag iets schrijven dat het landsbestuur overstijgt, maar iedereen die ik tegenkom raadt het me af. Ik zou willen dat de studenten naast de administratieve processen ook zichzelf en hun eigen denken beschouwen, maar alle verstandige mensen verwijten me dat ik me opstel als een moreel ingenieur. De praktijk is moeilijk genoeg, zeggen ze, zonder dat jij de boel zogenaamd komt redden met je schroevendraaier en je roep om excellentie. Als mensen feilbaar zijn en gebrekkig, maak je ze niet bij toverslag beter door ze te vragen omhoog te reiken.

Nu weet ik het ook niet meer. Zelf zie ik andermans excellentie als een belangrijke bron van troost in mijn leven. Maar de verstandige mensen zien er vernedering in. Als anderen grootser zijn dan jezelf, mooier, liever, begaafder, sportiever, geleerder, dan kun je daarin volgens mij een uitnodiging zien tot evenaren of overtreffen, tot imitatie, emulatie, of gewoon tot dankbaarheid. Maar je kunt natuurlijk ook bij de pakken neer gaan zitten en boos worden, daarin hebben mijn gesprekspartners gelijk.

Mijn kerstboodschap dreigt op niets uit te draaien. Ik wil dat de studenten meer leren dan het inrichten van registratieprocedures alleen. Althans, ik beeld me in dat ik dat wil. Maar mijn gesprekspartners vinden dat kwakzalverij. Jezelf verheffen is pretentieuze prietpraat, mopperen ze; bewondering voor anderen lijkt verdacht veel op religieuze aanbidding. Onderwijs is tegenwoordig gelukkig wel iets anders dan een ster volgen naar het beloofde land. Mijn gesprekspartners raken zo geïrriteerd dat ze hun bijbelse metaforen door elkaar beginnen te halen.

Zover ben ik dus gekomen. In een verlangen te worden opgetild wil ik die arme studenten opzadelen met hetzelfde verlangen te worden opgetild. Onderwijs als een alchemistisch procedé dat een registratieprocedure verandert in een heilige nacht en bestuurskunde in het streven opwaarts. Het is, zoals mijn gesprekspartners zeggen, van een grote moralistische arrogantie.

En dat terwijl die studenten angstig op hun verbeterpunten wachten. Ik zal ze meteen maar even bellen.

Maxim Februari is filosoof en schrijver. Deze column is wekelijks.