Theaterbezoek: een auditieve en virale uitputtingsslag

Fantastisch, het gebruik van filmtechniek in het theater. Spektakelvoorstelling Van den Vos van FC Bergman (16 januari in Amsterdam) laat daarvan weer een sterk staaltje zien. Op megascherm wordt het gezicht van de fenomenale acteur Dirk Roofthooft duizend keer uitvergroot. We zien elke frons, elke tic – het trillende spiertje naast zijn vertrokken mond, het van woede gebarsten adertje in zijn oog. Het maakt zijn personage, diens queeste en kwelling, levensechter dan echt, en benadrukt zo eerder het live-aspect van theater, dan dat het het tenietdoet. Per slot van rekening wordt al die expressie nog wel ter plekke op toneel geacteerd.

Maar soms lijkt het of een deel van het publiek bij gefilmde sequenties een verkeerd signaal krijgt. Alsof het pauzemomenten zijn, een reclameblokje; testbeeld. Dat nu het moment is om even uitgebreid je bevindingen met je buurman te delen, je Facebookpagina te checken of je anderszins uit de voorstelling terug te trekken: ‘even geduld a.u.b, we zijn zo bij u terug’. Je voelt de concentratie verdampen. Ergerlijk voor andere toeschouwers; desastreus voor de ‘boog’ van de spelers op toneel. En dan is het ook nog hoesthoogseizoen. Zo wordt toneelbezoek een auditieve en virale uitputtingsslag, voor spelers én publiek.

Over dat hoesten kun je niks zinvols of nieuws meer schrijven, maar het blijft kennelijk wel nodig. Kort dus: u hoeft echt niet bij de minste prikkel met wijd opengesperde mond het keelslijm over de rij voor u te sproeien. Onderdruk het, slik het weg, dat kan. Het vergt enige inspanning, en u zult zich mogelijk een paar minuten uiterst ongelukkig voelen. Maar dat is veruit te verkiezen boven het hinderen van de rest van het publiek, en – belangrijker – de spelers.

Bij toneel wordt nog wel eens vergeten dat op luttele meters afstand echte levende mensen staan. Die maken soms mooie en soms lelijke kunst, maar doen dat wel live, ter plekke, voor uw ogen. Zij zien het als u in slaap valt, merken het als u zit te appen, en horen het als u hoest. En dat stoort. Enige zelfbeheersing tijdens een voorstelling is dus passend. Dat wil niet zeggen dat u van de toneelpolitie niks mag; dat misverstand heeft veel te lang geheerst. Welnee, u mag dragen wat u wilt, stemmen wat u wilt, u mag het onbegrijpelijk of lelijk vinden; of kunstsubsidies überhaupt de totale verkwisting. Maar laat dat liever niet ostentatief merken tijdens de voorstelling.

Kunst is een dialoog tussen makers en publiek, zeker, dus die mag hardop, luidkeels en desgewenst onbehouwen gevoerd worden. Graag zelfs. Maar dan wel na afloop, in de bar.

Herien Wensink is redacteur theater