Opinie

    • Simone van Saarloos

Simone Staren tot het kind komt

Voor de kathedraal op het Piazza del Duomo in Florence staat een kerststal. Uit het stro van geel geglazuurd steen komt engelengezang, achter Jozef en Maria liggen een os en een ezel, gladgeslepen als de karakterloze beesten van een speelgoedboerderij. Het enthousiasme van de drommende toeristen bewijst dat symboliek goede smaak overbodig maakt.

In het midden van de stal staat een bedje bekleed met goud satijn. Het doet me denken aan een grafkistje, zo gapend en afwachtend, maar woensdag maakt Jezus er een krib van. Jozef en Maria staan ieder aan een eigen kant, als ouders, klassiek zonder oog voor elkaar, de blik op het goud tussen hen in, ze staren tot het kind komt.

Zodra de schemer een schaduw over het plein legt, rijdt er een auto van de Argo Guardie Giurate voor. De dienstdoende bewaker draait zijn lampen uit en dut in op het ronken van de motor, zijn pet over zijn ogen getrokken. Hij houdt de wacht, een wake tot de geboorte.

Aan de rand van het plein wagen Amerikaanse jongeren in capuchontruien zich op een terrasje en bestellen pizza met een bodem even dik als thuis. Ze bespreken of alle Italiaanse mannen homo zijn. De meisjes vinden van niet, de jongens zeggen van wel.

Ik loop richting het water, langs de verkoopkleedjes vol handtassen en zonnebrillen met spiegelglazen, en zoek een restaurant. Het is te vroeg om de Italianen te volgen, dus beslis ik op de prijs, zeven euro voor een pasta. Binnen tikt een reusachtig antieke klok onverstoorbaar door de kerstliedjes op de radio heen.

Aan het tafeltje tegenover mij dineert een echtpaar dat overdaad met jeugdigheid verwart. Zij is geel geblondeerd en heeft een oranjebruine huid, haar wimpers zwart en dik en haar wenkbrauwen van kohl staan permanent verbaasd boven de oorspronkelijke haartjes. Aan haar pink zit een enorme ring, een vierkant van diamanten met een parel in het midden. Aan haar man is de hoop niet zo potsierlijk af te lezen, je ziet het alleen aan hoe gretig hij eet. Zij houdt hem bij met de wijn, maar de pasta gaat langzaam, na iedere hap dept ze haar lippen, voorzichtig omdat er roze gloss op zit. Ze zeggen niets en kijken rond, op zoek naar iets wat niet met henzelf te maken heeft.

Zonder dat ze erom hoeven vragen wordt de rekening gebracht. Zij moet verder naar voren leunen, want het schoteltje is natuurlijk aan zijn kant neergezet. Ze staren ernaar, naar het bonnetje tussen de snoepjes, zwijgen en kijken en ik denk dat daar hun kindje ligt.

„Tot morgen”, groet de vrouw de ober.

Maar op Kerstavond is het restaurant gesloten.

    • Simone van Saarloos