Rabo-commissaris Dekker waarschuwt lokale banken

De lokale Rabobanken moeten zich geen illusies maken. Hun macht zal alleen maar minder worden.

De lokale afdelingen van de Rabobank kunnen zich schrap zetten. De existentiële verandering die Rabobank momenteel ondergaat en die bij lokale afdelingen tot zorgen en boosheid heeft geleid, is niet te stoppen. Sterker, de komende tijd zal de metamorfose alleen maar sneller gaan.

Dat heeft de nieuwe president-commissaris van Rabo, Wout Dekker, zaterdag gezegd in het Financieele Dagblad, zijn eerste interview sinds zijn aantreden. Dekker, oud-topman van vis- en veevoerproducent Nutreco, begon zes maanden geleden. Zijn opdracht is de rust te herstellen in het bestuur. Hij volgde Lense Koopmans op.

Rabo is sinds dit jaar bezig met een ingrijpende andere strategie. Die nieuwe strategie werd bekendgemaakt door toenmalig topman Piet Moerland, bij de presentatie van de jaarcijfers over 2012. Dat plan, De Visie 2016, moet de komende drie jaar de lokale afdelingen omvormen tot een uniformer, goedkoper geheel. Dat betekent onder meer het verdwijnen van 36 lokale banken – en 8.000 arbeidsplaatsen. Rabobank is op dit moment in feite een conglomeraat van kleine, zelfstandige bankjes, met elk een eigen bankvergunning. Daarvan zijn er nu 136. Moerland wilde toe naar „meer één bank, minder tolerantie”.

Maar de hervormingen hebben voor spanningen gezorgd tussen het hoofdkantoor en de lokale banken, over de vraag wie de macht heeft binnen de coöperatie. De lokale banken waren ooit autonome koninkrijkjes. Zij zien de hervormingen als een poging van het hoofdkantoor om hun invloed in te dammen. Ook zijn er twijfels bij lokale banken of de strategie wel te verenigen is met het aloude coöperatieve model van Rabo.

Na het losbarsten van de de Libor-affaire, afgelopen oktober nam de kritiek op de strategie alleen maar verder toe. De Libor-affaire kwam voort uit de internationale tak van de bank, Rabobank International, en niet de lokale banken. Dat was dus een teken dat het Rabo-bestuur de prioriteiten verkeerd had gesteld, benadrukten (oud-) directeuren en president-commissarissen van lokale banken in regionale media.

De lokale banken toonden ook hun nog altijd aanzienlijke macht. Ze dwongen topman Sipko Schat, de eindverantwoordelijke voor de Libor-affaire, om alsnog op te stappen – nadat hij van DNB en de raad van commissarissen van Rabo eerder het vertrouwen had gekregen om te kunnen blijven.

Financieel directeur Bert Bruggink, geliefd bij de lokale banken, zei kort daarna in de Leeuwarder Courant zelfs dat de macht terug moest naar de lokale banken. Dat werd uitgelegd als een poging van Bruggink om zijn positie te verstevigen in de strijd om de opvolging van Moerland. Hij gold ooit als de gedoodverfde opvolger.

Maar het wegsturen van Schat bleek een pyrrusoverwinning. In het Finanieele Dagblad laat Dekker de lokale banken weinig illusies. Rabobank móét veranderen, zegt hij. De toezichthouder eist dat. „Wij zijn de kampioen van de vorige competitie”.

Dekker zegt onder meer dat hij de Visie 2016 nog eens onder de loep wil nemen. Omdat „de visie op de lokale banken in de toekomst ontbreekt”. Ook wil hij de invloed van lokale commissarissen op het beleid van het hoofdkantoor beperken.

Tegelijkertijd damde hij enige ambities van Bruggink meteen in. Dekker zei dat naar alle waarschijnlijkheid iemand van buiten Rabo Moerland opvolgt. Bij grote veranderingen zou het beter zijn een outsider aan het roer te hebben.