Oude coaches, nieuwe koers

Het Nederlandse waterpolo, zowel mannen als vrouwen, wil aansluiting vinden bij de wereldtop. Dat zal vooral moeten gebeuren door de clubs te versterken.

Willem Wouter Gerritse was voor UZSC matchwinnaar, in de bekerfinale. Foto Rien Zilvold

Waterpoloster Vivian Sevenich moet lachen om haar eigen reactie als haar wordt gevraagd wat er is veranderd bij het nationale vrouwenteam. „We spreken weer Nederlands bij Oranje.” Sinds een maand heeft ze met Arno Havenga een nieuwe bondscoach.

De benoeming van Havenga is onderdeel van een nieuwe wind die door het Nederlandse waterpolo waait. Ook de mannen hebben een nieuwe bondscoach, Robin van Galen. Twee oudgedienden dus – Van Galen en Havenga waren coach en manager van het gouden vrouwenteam in Beijing (2008) – maar ze breken nadrukkelijk met het verleden.

De coaches stappen af van het ‘Zeister model’, waarbij alle internationals voltijds op één centrale plek trainen. Dat model bezorgde de vrouwen destijds verrassend goud, maar de formule lijkt uitgewerkt. Na het teleurstellend verlopen WK in Barcelona afgelopen zomer – Nederland eindigde als zevende – klaagden de speelsters over sleur. Havenga wil dat nu anders gaan doen. „We blijven voltijds trainen, maar die bossen in Zeist heb je op een gegeven moment wel gezien. Ik wil kijken of we meer buiten het bad kunnen trainen.”

Van Galen stopt noodgedwongen met het ‘Zeister model’. De mannen zijn ver verwijderd van de beste acht landen van de wereld zitten en krijgen dus geen geld meer. Via nieuwe initiatieven probeert Van Galen geld binnen te halen.

In zwembad Aquarijn in Alphen aan den Rijn zijn de finalewedstrijden om de nationale beker een voorproefje van de plannen voor de competities. De presentatie van de spelers en speelsters is een show met schijnwerpers in donker zwembad. Elke aangekondigde speler wordt door het publiek – zo’n driehonderd man – met ritmisch geklap begroet.

Het zijn pogingen meer toeschouwers naar het clubwaterpolo te trekken. De nationale competitie speelt een belangrijke rol in de plannen van Van Galen, die naast de nationale ploeg ook de mannen van het Utrechtse UZSC leidt. „Meer publiek betekent meer sponsors”, zegt Hans Nieuwenburg, manager van de nationale mannenploeg. De bedoeling is dat de clubs meer geld genereren, waardoor het niveau van de competitie naar een hoger niveau wordt getild. Daar kan het nationale team van profiteren.

Nu lijdt het nationale waterpolo onder de internationale kalender. Als Nederland in het buitenland speelt, wordt de nationale competitie stilgelegd. Om een balans te vinden is vorig jaar de Waterpolo Federatie opgericht, waarin alle eredivisieclubs verenigd zijn. Zij willen in overleg met de bondscoaches meer regelmaat in de competitie zien. Zo moeten toeschouwers en sponsoren gemakkelijker de weg naar het zwembad weten te vinden.

Ook het spel moet aantrekkelijker worden, vindt de bondscoach. Van hem is bekend dat hij het huidige internationale waterpolo verfoeit. „Handbal in het water” noemt hij de klassieke tactiek waarbij een team rondom de midvoor, die als aanspeelpunt en afmaker fungeert, is opgebouwd.

Onder Van Galen spelen de Nederlandse mannen met een nieuwe tactiek. „Noem het totaalwaterpolo”, zegt de bondscoach, doelend op het voetbal van Oranje onder Rinus Michels. Elke speler moet straks op elke positie uit de voeten kunnen. Een echte midvoor ontbreekt. „Zie onze midvoor als Messi bij FC Barcelona”, zegt Van Galen. „Doordat hij continue in beweging is komt er voor het doel ruimte voor andere spelers.”

De nieuwe speelwijze is deels uit noodzaak geboren, want Nederland ontbeert een midvoor van internationale klasse. Maar de tactiek past ook beter bij de Nederlandse aard, vindt de bondscoach. „We zijn minder goed in gedisciplineerd spelen, we moeten het hebben van onze creativiteit.”

De nieuwe tactiek wierp niet direct vruchten af. Tijdens een oefentoernooi in augustus in Malta waren de resultaten nog ronduit slecht, onder meer met een gelijkspel tegen het veel lager geklasseerde Malta. Maar begin deze maand werd de Duitse landskampioen Duisburg overtuigend verslagen. In januari volgt een nieuwe test als het team naar Brazilië afreist voor een oefenstage.

De nieuwe koers moet de basis leggen voor nieuwe waterpolosuccessen. Brazilië is voor beide teams het doel. Bij de Spelen in Rio de Janeiro in 2016 willen de vrouwen een medaille halen. Voor de mannen zou kwalificatie al een geslaagde missie betekenen.

Op korte termijn is er het EK, in juli 2014 in Boedapest. Voor de vrouwen moet kwalificatie geen problemen opleveren. De mannen wacht een grotere uitdaging. Vorige week lootten ze het sterke Rusland. Aanvoerder Willem Wouter Gerritse geeft Nederland vijftig procent kans. Nogal optimistisch, vindt manager Nieuwenburg, maar ook hij ziet kansen: „Op de traditionele manier waren we sowieso kansloos geweest. Maar tegen de klassiek spelende Russen kan onze nieuwe tactiek werken.”

    • Sam de Voogt