Nieuwe Kiki weet wat ze wil

Tennisster Kiki Bertens won voor de tweede keer op rij de nationale Masters. Na een enkeloperatie geniet ze van het spelen zonder pijn.

Kiki Bertens gaat voluit in de finale van de nationale Masters. „Ik heb echt nergens last meer van.” Foto ANP

In het vliegtuig naar Australië zal Kiki Bertens vandaag misschien nog even aan haar rechterenkel voelen. Onderweg voor twee voorbereidingstoernooien en de Australian Open, met in haar bagage een tweede nationale Masterstitel en een dosis zelfvertrouwen. Ja, haar enkel is weer goed genoeg voor toptennis. „Het is zo lekker om weer zonder pijn te kunnen spelen”, jubelde de huidige nummer 87 van de wereld gisteren in Topsportcentrum Rotterdam. Hoe anders was het perspectief een paar maanden geleden.

„Als ze niet geopereerd had kunnen worden, had Kiki moeten stoppen met tennis.” Martin van der Brugghen, sinds jaar en dag coach van Bertens, kan het niet duidelijker stellen. De beste speelster van Nederland moest deze zomer vrezen voor haar carrière door problemen met haar enkelbanden. „Het zag er op een gegeven moment heel slecht uit. Voor het toernooi van Rosmalen kon ze al bijna niet meer spelen. Wat zeg ik: ze kon bijna niet meer lopen. Het ging ook nog elke keer ontsteken. Wimbledon kon eigenlijk al niet meer, maar daar hebben we nog doorgespeeld. Artsen zeiden dat er wat aan te doen was. Ze heeft zich in september door Rien Heijboer laten operen. En nu is het weer helemaal oké.”

Helemaal aan de zijkant van de redelijk gevulde tribune zit Van der Brugghen in Rotterdam te genieten van de finale, die Bertens met tweemaal 6-3 en uitstekend spel wint van de als tweede geplaatste Olga Kalyuznaya. „Martin is een heel belangrijk iemand in mijn leven”, vertelde Bertens (22) zaterdag al na haar gewonnen halve finale tegen Lesley Kerkhove (6-1, 6-3). „Toen ik zes was heb ik mijn eerste tennisles bij hem gehad. Zestien jaar later werken we nog steeds samen. Onze band is heel goed, ik heb veel vertrouwen in hem. We hebben alles samen meegemaakt. Hoogtepunten, dieptepunten. Nu ook weer, met deze blessure.”

Vanaf de jeugd bij Berkenrode in Berkel en Rodenrijs tot de wereldtop. In eerste instantie niet als begenadigd talent, wel met kleine stappen gestaag vooruit. Tot Bertens transformeerde van een meer defensieve speelster naar powertennisster, en in 2012 ineens het WTA-toernooi van Fez won. „De lijn liep goed omhoog”, stelt Van der Brugghen. In 2013 haalde de Westlandse de halve finale in Parijs (indoor), won ze van toptwintig-speelsters als Dominik Cibulkova, Lucie Safarova en Francesca Schiavone. Om zelfs uit te komen op plaats 41 van de wereldranglijst, waar andere Nederlandse topspeelsters als Michaëlla Krajicek en Arantxa Rus juist terugvielen. Bertens als het nieuwe boegbeeld? Op Roland Garros verloor ze vroeg, in tranen. De enkelblessure stond terugvechten in de weg.

Opereren? „Ze zeggen dat het goed komt, maar je weet het nooit met zo’n operatie”, kijkt Bertens terug. „Maar ik had voor mijn gevoel geen keuze.” Sinds ze met tennis begon stond ze nooit eerder zolang niet op de baan. „Normaal heb je na het seizoen hooguit twee weken vakantie, nu was ik er maanden uit. Gek genoeg is dat ook wel eens lekker. Je hebt tijd voor andere dingen, vrienden en vriendinnen, op vakantie. Ik zat in het gips, kon toch niet veel doen. En je gaat over dingen nadenken. Soms is dat moeilijk, maar ook leerzaam. Wat wil je de komende jaren anders doen? Op mentaal vlak, qua spel.”

Coach Van der Brugghen merkte de verandering. „Er is een andere Kiki teruggekomen. Ze heeft gezien dat ze het tennis echt miste. Op een gegeven moment was ze toch bang dat ze helemaal niet meer kon spelen, als het zo was doorgegaan met die enkel. Dat is een moment dat een sporter zelf gaat nadenken. En tot de conclusie komt: mooi dat ik dit mag doen. Kiki is altijd al iemand geweest met een enorme drive in de wedstrijden. Maar ook in trainingen wordt ze nu snel professioneler. Ze wil zich heel graag verder ontwikkelen, begint steeds harder te werken. Dat is prettig.”

Al ging het herstel Bertens in het begin niet snel genoeg. „Je begint met opnieuw te leren lopen, ik liep al lang verkeerd. Eerst een kwartiertje per dag wandelen. Dan mag je gaan hardlopen, een minuutje, twee minuutjes. Dan denk je: wat is dit?” Tot ze nu twee maanden geleden voor het eerst weer op de baan stond. „Ik had zo’n zin om weer toernooien te gaan spelen.” Dus schreef ze drie dagen voor het begin van de Masters alsnog in. „Ik dacht dat het te vroeg zou komen, richtte me in eerste instantie op Australië. Maar het ging al zo goed.”

In Rotterdam ging ze per partij beter spelen. Even schrikken, toen ze tijdens haar halve finale ineens naar de kleedkamer moest om een brace om de rechterenkel te doen? „Niets aan de hand, mijn tape was los geraakt”, vertelde ze na afloop monter. „Die brace heb in trainingen ook om, als voorzorg.” En zie haar in de finale als vanouds naar de rechterhoek snellen om een tegendraads geslagen bal van Kalyuznaya voluit terug te meppen. „Ik heb echt nergens last meer van.”

Op naar Australië, voor een hernieuwde confrontatie met de wereldtop. Druk om haar tophonderd-ranking te verdedigen? „Ik voel nog geen druk. Mezelf doorontwikkelen, dat is nu het enige dat telt.”

    • Maarten Scholten