Laat homo economicus kunstbeleid niet maken

Eerst over het belang van kunst praten, dan over beleid, vonden sprekers op het debat over Melle Daamens cultuurbeleid-kritiek.

Een lange tweet van directeur Kees van der Meiden van Museum Twentse Welle was afgelopen zaterdag al veelzeggend: „Ik ben er niet bij. Ik vind namelijk dat het nu eens afgelopen moet zijn met het continue relativeren van het belang van Nederlandse kunst en cultuur. Discussie gesloten. Aan het werk!”, twitterde Van de Meiden over het debat dat het Theaterfestival en deze krant hadden georganiseerd naar aanleiding van een opiniestuk dat Melle Daamen, directeur van de Amsterdamse schouwburg en lid van de Raad voor Cultuur, op persoonlijke titel had geschreven.

In dat stuk pleitte Daamen voor „kiezen en vertragen”: „voor minder voorstellingen, minder tentoonstellingen, meer focus, meer aandacht voor publieksbinding, educatie en diepgang. Verdieping in plaats van vluchtigheid en vrijblijvendheid.”

Ruim tweehonderd mensen waren gisteren wél naar de Stadsschouwburg in Amsterdam gekomen om daarover te discussiëren. Vooral kunstenaars namen het woord. Ze verweten Daamen „naïef” te zijn en met een artikel als dit alleen maar de volgende bezuinigingsronde uit te lokken, hoe stellig hij ook benadrukte daar juist niet op uit te zijn. „Het subsidiebeleid is een zalenbeleid en dat gaat ten koste van alle kunstenaars”, riep theatermaker Ab Gietelink.

Op het podium toonden panelleden zich niet ontevreden dat de discussie wordt opengebroken. Algemeen directeur Hans Waege van het Rotterdams Philharmonisch Orkest stelde dat juist de klassieke kunstinstellingen beter bij zichzelf te rade moeten gaan. „Voor een deel is het too little, too late”, zei hij. „Ze hebben geen band meer met het grote publiek of, nog belangrijker, met de relevante elites die over deze instellingen gaan.”

Jet de Ranitz, voorzitter van Kunsten ’92, zei juist te zien dat culturele instellingen na de bezuinigingen „nieuwe wegen zijn gaan bewandelen, nieuwe publieksgroepen zoeken en nieuwe samenwerkingen aangaan”. Maar: „Aan een discussie over de plek van kunst in de samenleving heeft het ontbroken”, zei ze ook. Meta Knol, directeur van Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden, waarschuwde dat keuzes niet geforceerd moeten worden zolang „de homo economicus nog aan de knoppen zit. Eerst moet er een fundamentele kijk zijn op de betekenis van kunst voor de samenleving.”