Kerstconcerten vol vocaal vuur

Ton Koopman dirigeert het Nieuw Amsterdams Kinderkoor in de A’damse Waalse Kerk in een kerstspel met zijn eigen arrangementen van bekende kerstliedjes.Foto Olivier Middendorp

Kerstmis is als geen ander kerkelijk feest synoniem met zingen. De kerstzang, het Ere zij God in den hoge, het in de stille nacht, heilige nacht jubelen van vreugde om de geboorte van Christus met liederen, vloeiend en klaar, het lijkt de voortzetting van wat plaatsvond in de hemel boven Betlehem. Maar engelenzang en bazuingeschal ontbreken in de Bijbel. Lucas heeft het in de vertaling uit 1951 over „een grote hemelse legermacht, die God loofde, zeggende Ere zij God…”

Die bijbelse ‘realiteit’ met slechts spreekkoren was soberder, calvinistischer, dan de aan zingen zo rijke eeuwenoude katholieke en protestantse kersttraditie. God en Christus kunnen al eeuwen niet zonder Bach. Zijn Weihnachts-Oratorium begint met de uitbundigste feestmuziek van pauken, trompetten en andere instrumenten. Bij de geanimeerde uitvoering door het Combattimento Consort Amsterdam met evangelist Christoph Prégardien zei dirigent Jan Willem de Vriend dat Bach hier werd geïnspireerd door het oudtestamentische bijbelboek Kronieken. Daarin wordt God geprezen met cimbalen, trompetten, luiten en harpen.

In Händels oratorium Messiah, waarin het kerstverhaal slechts een onderdeel is, klinken trompet en pauken juist op andere momenten. Zoals bij het einde der tijden, bij de plechtige herrijzenis van de doden (‘The trumpet shall sound’) en in het overweldigende koor Hallelujah! Wat Pieter Jan Leusink met zijn kleinschalige en ‘authentieke’ Bach Choir & Orchestra daarin liet horen is het tegendeel van het gebruikelijke nadrukkelijke gedreun. De vijftien zangers zorgden voor een feestelijk, flitsend vocaal vuurwerk. Alles klonk met opperste vreugdekreten spetterend door elkaar.

Leusinks stijlvolle Messiah was in de prachtige akoestiek onder de koepel van de Leidse Marekerk vaak vol vaart, lichten, glanzend en glinsterend, effectrijk en dynamisch. Countertenor Sytse Buwalda zong soms op de grens van het waarneembare, Thilo Dahlmann was een stevige, sonore bas. Ook dankzij de sopranen Olga Zinovieva en Jana Mamonova was hier meer vocaal kaliber dan bij het Combattimento met solisten uit het Nederlands Kamerkoor.

In de Weihnachtshistorie van Heinrich Schütz, met oude instrumenten uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging, klonken trombones, dulciaan en zinken (cornetto’s) in het Ere zij God nogal ingetogen. Jos van Veldhoven zorgde samen met evangelist Julian Podger voor een intieme en vertederende muzikale vertelling bij de kerststal.

Ook in andere Duitse kerstmuziek uit de 17de eeuw was de sfeer vooral breekbaar, zoals in Praetorius’ Es ist ein Ros entsprungen, klaar en kinderlijk gezongen door Johannette Zomer. Hier kwam het spektakel na de pauze met Quem vidistis pastores van Giovanni Gabrieli met het herhaalde Halleluja steeds stralender oplichtend. Ook het Magnificat van Johann Rosenmüller vergleed van innerlijke sereniteit naar uiterlijke prachtlievendheid.