De Uitspraak: Kun je geschrapt worden als arts omdat je probeerde je vrouw te vermoorden?

 Ben je te handhaven als arts als je een straf uitzat wegens poging tot moord op je vrouw door brandstichting? Met commentaar van NJB experts Aart Hendriks en Joep Hubben, hoogleraren gezondheidsrecht in respectievelijk Leiden en Groningen.

De Zaak. De Inspectie Gezondheidszorg wil een arts laten schorsen en definitief schrappen uit het register. De man zat een straf van 15 jaar uit wegens opzettelijke brandstichting en poging tot moord op zijn gescheiden vrouw. De Inspectie vindt dat er in dit geval geen onderscheid gemaakt kan worden tussen privé en beroepsgedragingen, zoals in het medisch tuchtrecht gebruikelijk. Iemand van het leven proberen te beroven gaat zodanig recht in tegen beroepsnormen als respect voor het leven dat geen patiënt zo’n arts kan vertrouwen, meent de IGZ. Zo’n arts is ook niet veilig.

Hoe verliep de reclassering van de arts?

De arts heeft in de cel met toestemming van justitie zijn vak bijgehouden. Hij verdiepte zich in homeopathie en liep met toestemming van de reclassering vanuit de gevangenis stage in een huisartsenpraktijk. Via een penitentiair programma liep hij, met een elektronische enkelband stage in een verpleeghuis waar hij ook werd toegelaten tot de opleiding ouderengeneeskunde. Reclassering Nederland adviseerde daarover positief omdat er geen verband zou zijn tussen zijn delict en zijn werk.

De arts werd echter door het verpleeghuis ontslagen toen journalisten zijn verleden onthulden. De arts had dat verzwegen en het verpleeghuis informeerde er niet naar, noch eiste het een Verklaring omtrent het Gedrag. Ook een aanstelling als voetreflex therapeut bij een schoonheidsinstituut mislukte, na media aandacht. Deze maand werd de arts ook nog tot een maand cel en een taakstraf van 80 uur veroordeeld wegens mishandeling van zijn vriendin en haar moeder.

Waarover gaat het dispuut?

Mag de Inspectie ook klachten indienen bij het medisch tuchtcollege over privégedrag van artsen? De Inspectie verwijst naar het tuchtrecht voor advocaten en deurwaarders waarin dat onderscheid ook niet wordt gemaakt. De arts zegt echter dat de tuchtrechter privé gedrag alleen mag beoordelen als dat een ‘acute, werkelijke en ernstige bedreiging’ vormt voor een ‘fundamenteel belang van de samenleving’. Dat strenge criterium ontleent de arts aan een zaak tegen een collega die zich in Irak in een gevangenis aan marteling schuldig maakte en daarna in Nederland werd geschrapt als arts. Hij wijst er ook op dat zijn strafzaak al bijna was verjaard.

Hoe oordeelt de tuchtrechter? Die vindt de moordpoging en het brandstichten door de arts ‘uiterst verwerpelijk’ maar geen zaak waar de Inspectie over kan klagen. Het gebeurde in de relationele sfeer en duidelijk niet ‘in de hoedanigheid van arts’. Toen de wet werd opgesteld is voor deze strenge inperking gekozen. De tuchtrechter hield zich er ook steeds aan. ‘Dit is nimmer op bezwaren gestuit’, aldus het college. Anders zou de deur voor iedereen open gaan om over privégedrag te klagen.

Blijft de man dus arts?

Dat hoeft niet. De inspectie kan bij het College van Medisch Toezicht een onderzoek vragen naar de psychische gesteldheid van de arts. De strafrechter had al een ernstige persoonlijkheidsstoornis en licht verminderde toerekeningsvatbaarheid vastgesteld. Een nieuw psychiatrisch onderzoek kan alsnog tot ongeschiktverklaring leiden.

De uitspraak (ECLI NL TGZRZWO 2013 51) is hier te vinden.

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.