‘De nadruk ligt altijd op de afvallers’

Directeur van de kwalificatieregels voor Sotsji, coach van de ploegachtervolging. Maar wie is Arie Koops?

Foto ANP

Ook een kwaliteit, met de innemendste glimlach de meest genadeloze beslissingen kunnen nemen. „Hard zijn op de zaak, zacht zijn op de mens”, noemt Arie Koops dat. De directeur sport van schaatsbond KNSB weet al voor het olympisch kwalificatietoernooi, vanaf Tweede Kerstdag vijf dagen lang in Thialf, dat hij harde keuzes moet uitleggen. „Als mens is het zuur om tegen een sporter of coach te zeggen dat hij niet naar de Spelen mag”, zegt hij aan een kop muntthee in een restaurant aan de Amsterdamse Bosbaan. Maar wat moet, dat moet. „Vergelijk het met een traumachirurg, die de meest verschrikkelijke dingen tegenkomt maar wel gewoon zijn werk doet.”

Illustere voorgangers – zoals Leen Pfrommer, Henk Gemser of Ab Krook – groeiden in vorige decennia in hun functie van kernploegcoach of topsportcoördinator uit tot gezicht van het Nederlandse schaatsen. Koops (50) nog niet. Toch is hij al vijf jaar directeur sport. Net als vier jaar geleden legt hij bij het olympisch kwalificatietoernooi aan iedereen die het weten wil de finesses uit van de prestatiematrix, het wiskundig model dat in belangrijke mate bepaalt welke schaatsers naar de Spelen mogen. En hij coacht al drie jaar de Nederlandse achtervolgingsploegen, favorieten voor goud in Sotsji. „Ik voel me meer technisch directeur dan bondscoach”, stelt Koops. „Dus ligt de nadruk meer op het beleid dan op de persoon.”

Van huis uit is hij meer wielrenner dan schaatser. „Pas op het CIOS heb ik leren schaatsen, van mijn docent Henk Gemser.” Als broekie van 22 begint Koops ’s zomers als conditietrainer van de kernploegen, met onder anderen Yep Kramer, vader van Sven. Later wint hij als trainer van een alternatieve ploeg met kopman Leo Visser het NK, EK en WK. De bond vraagt hem terug om Yvonne van Gennip naar de Spelen van Albertville (1992) te leiden. Een succes is het niet. „Ik was 28, een van de jongste kernploegcoaches ooit. Achteraf denk ik dat het te vroeg kwam om in de spotlights te staan.”

Koops volgt opleidingen aan ALO en in de bewegingswetenschap, begeleidt wielrenners als Erik Dekker of Erik Breukink bij hoogtestages, begint een bedrijf voor trainingsadviezen en werkt bij een farmaceutisch bedrijf. „Die combinatie van alles heeft me in 2006 teruggebracht bij de KNSB.”

Een functie als coach ambieerde hij niet meer, maar als beleidsbepaler zag hij kansen bij de al jaren door interne twisten geplaagde schaatsbond. „Alle belangen moeten bij elkaar komen, dan heb je een fantastisch product.” Vlot somt hij resultaten op van de laatste jaren. Van het zeven jaar geleden opgezette shorttrackprogramma dat nu vruchten afwerpt, tot schaatsen op de Coolste Baan straks in februari in het Olympisch Stadion van Amsterdam. „Als je met elkaar krachtig durft te dromen, wordt het waar.”

Toch komt de directeur sport vooral in het nieuws als de schaatsbond weer eens onder vuur ligt. Zoals in de discussie over de nieuwe nationale ijsbaan in Almere, waar Koops en algemeen directeur Paul Sanders fouten maakten, volgens de afgetreden KNSB-voorzitter Doekle Terpstra in deze krant. „Met kritiek via de media kan ik vrij weinig”, zegt Koops. „Dat zou ik zelf nooit zo doen.”

Veel rumoer ook rond de bondscoach die de achtervolgingsploegen samenstelt. „Koops moet opstappen”, stelde BAM-coach Jillert Anema, die vindt dat zijn pupil Jorrit Bergsma wordt achtergesteld bij schaatsers die alvast een aanwijsplek kregen. Aanwijsplekken mogen niet ten koste gaan van schaatsers op individuele afstanden, vinden anderen. Koops legt het voor de zoveelste keer glimlachend uit. „Het is twee keer eerder niet goed gegaan, nu willen we goud.”

Koops maakt als bondscoach gebruik van de regels die hij zelf als directeur opstelt, vonden critici als schaatser Mark Tuitert. Zelfs Maurits Hendriks, technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF plaatste vraagtekens bij zijn twee petten. „Alle betrokkenen kozen er drie jaar geleden voor om het zo te doen”, stelt Koops. „Dan kun je het een paar maanden voor de Spelen niet ineens gaan veranderen.” Twee petten? „Om belangenverstrengeling te voorkomen, zet ik op 30 december voor 24 uur mijn pet als technisch directeur af en geef die aan Charles van Commenée.”

De voormalige atletiekcoach toetst als laatste of de combinatie van prestatiematrix en selectiecommissie tot de juiste selectie voor Sotsji leidt. Koops mag de keuze vervolgens uitleggen. „Kritiek komt er toch”, weet hij nu al. „De nadruk ligt altijd op de afvallers.”

    • Maarten Scholten