De musea en hun opnieuw verworven elan in...

Dit jaar ging het Rijksmuseum eindelijk open. Op 13 april, na heel veel jaren van renovatie en herbouw. En met een knauw in het imago: de vermaledijde onderdoorgang die de Amsterdamse fietsers met succes hadden weten te claimen. Ook dit jaar en ook aan het Amsterdamse Museumplein, maar drie weken eerder (28 maart) verwelkomde het Stedelijk Museum zijn 500.000ste bezoeker sedert de heropening in september 2012. Ook het Stedelijk had zijn imagoprobleem gehad. De ‘badkuip’, de enorme uitbouw boven de ingang.

Fietstunnel noch badkuip bleek het succes te kunnen drukken. Het publiek stroomt toe. Het weet ook de weg te vinden naar andere recent geopende musea: het Scheepvaartmuseum, het Drents Museum en het Eye Filmmuseum.

Er was ook een smet: de bibliotheekcollectie van het Tropeninstituut dreigde uit bezuinigingsoverwegingen te worden weggegooid, waarop de Bibliotheca Alexandrina in Egypte zich meldde als een goed tehuis voor de 400.000 boeken. Die bron van kennis over het koloniale verleden liet Nederland uit zijn handen vallen. Maar op de valreep redde het ministerie van Buitenlandse Zaken het Tropenmuseum met een eenmalige ondersteuning van 11 miljoen euro.

2013 bracht voorspoed voor de musea, en de economische crisis is een van de oorzaken. Uit de eerste Nederlandse Cultuurindex Nederland (CiN) van het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Boekmanstichting blijkt dat menigeen het museum heeft ontdekt als ‘goedkoop uitstapje’. Sommigen doen dat af als vluchtig en consumptief, maar de musea grepen de kans om af te rekenen met het vooroordeel dat ze stofnesten zijn vol gerenommeerde maar saaie bezienswaardigheden. En het publiek liet zich overtuigen.

Minister Bussemaker (Cultuur, PvdA) erkende de drastisch toegenomen belangstelling met een injectie van 8 miljoen euro voor de regeling Samenwerking Musea van het Mondriaan Fonds.

Het museumbezoek via de Museumkaart liep in 2012 al op met 20 procent. Het aantal mensen dat zich met een lidmaatschapsbedrag van tegen de 50 euro per jaar committeerde aan regelmatig museumbezoek, was al gestegen tot 950.000. Ze gingen zo vaak dat de Museumkaart zijn reserves moest aanspreken.

Nu komt het erop aan voor de musea. Zij moeten het nieuw verworven museumpubliek aan zich binden. Met ‘blockbuster’-tentoonstellingen. Maar ook door de zegen over te brengen die nieuwsgierigheid brengt, de attractie van nieuwe ervaringen. Museum De Hallen in Haarlem verwoordt dat treffend met de slogan: serious pleasure. Ernstig genoegen. Met de nadruk op beide woorden.