De krankzinnige economie van big data

Accelerando. In deze complexe maar absoluut briljante verhalenbundel uit 2005 schetst de Britse sciencefictionschrijver Charles Stross een toekomst na de ‘singulariteit’ – het moment dat de verzamelde computerkracht de verzamelde menselijke denkkracht heeft overtroffen en de technologische ontwikkeling adembenemend versnelt. Kunstmatige intelligentie heeft de vorm aangenomen van een samenleving van virtuele bedrijven, die elkaar vooral met rechtszaken en claims beconcurreren in wat economics 2.0 is gaan heten – voor mensen onbevattelijk. Het zonnestelsel wordt omgevormd tot één gigantisch, schilvormig netwerk van rekenmaterie dat door de zon van energie wordt voorzien. De resterende mensheid, die al lang niet meer mee kan komen, leeft in een reservaat rond het nog gespaarde Saturnus.

Stross’ werk kwam bovendrijven toen bekend werd dat zowel Apple als Microsoft grote datacentra opent in Nederland, respectievelijk bij de Eemshaven en bij Middenmeer. Terwijl de sociale media hun seizoenshoogtepunt bereiken, doet het verzamelen van data dat ook: gegevens over voorkeuren, achtergrond, locaties, internetgedrag. Zoals het inmiddels bekende gezegde luidt: als iets gratis is op internet, ben je dan nog wel de consument, of ben je zelf het product geworden? (beetje misleidend: alsof bedrijven waaraan je wél betaalt, je niet met huid en haar verkopen.) Maar er is een vervolgvraag die misschien nog wel interessanter is: wie zijn straks de afnemers van al die ‘big data’?

Eurocommissaris Neelie Kroes zei begin dit jaar dat we nu elke twee dagen evenveel data produceren als de hele mensheid tot aan het jaar 2000. Dat betekent dat de waarde van deze data wel moet dalen, en flink ook. Hoeveel? Eén indicatie komt van de veiligheidsexperts van computermaker Dell. Die vonden dit jaar dat de prijs van gehackte gegevens fors naar beneden gaat. Moest in 2011 nog 300 dollar worden betaald voor alle gegevens en codes van een bankrekening met daarop 7.000 dollar, nu koop je voor dat geld de data van een bankrekening met 300.000 dollar.

Je zou verwachten dat het ‘bonafide’ verzamelen van gegevens ook die kant op gaat. Eerst is er een inhaalslag, waarbij van iedereen en alles de relevante data over gedrag, achtergrond, gezondheid, voorkeuren en locatie wordt verzameld. Maar daarna? Data gaan dubbelen. Afnemers die ze gebruiken voor marketing worden verzadigd.

De efficiencyslag is in wezen eenmalig. Want wordt er nu echt iets nieuws gemaakt dat een volgende economische cyclus kan veroorzaken? Of wordt de bestaande economie alleen maar verder gestroomlijnd en uitgenut?

Je zou hieruit kunnen concluderen dat het zakenmodel van big data eindig is. Met advertenties op internet valt inmiddels nog maar een fractie te verdienen van tien jaar geleden. Het volgende verdienmodel van veel bedrijven, sites en apps, het uitleveren van hun gebruikers, moet eveneens last krijgen van een afnemende meeropbrengst.

Maar dat is wellicht te conventioneel geredeneerd. Wie had anderhalve eeuw geleden gedacht dat we in een moderne diensteneconomie allemaal welvarend konden worden van het knippen van elkaars haar? Of die illusie in ieder geval flink lang kunnen volhouden?

Misschien ontstaat er straks inderdaad wel een economics 2.0, één die te complex voor ons wordt. Waar denken en calculaties de voornaamste activiteit worden en data, net als materie nu, grondstof en product tegelijk zijn. Niet alleen middel zijn, maar ook doel. Stross’ verhaal is over de top, krankzinnig en geen eenvoudige kost. Maar wie er tijdens de Kerstdagen de tijd voor heeft, zou het eens moeten lezen. Op de tablet, uiteraard.

    • Maarten Schinkel