Coach Boris: ook privé voldoende ervaring

Na een decennium vol drank, vrouwen en problemen gaat de Duitse tennisheld Novak Djokovic trainen // De twee beginnen volgende maand // ‘Boem Boem Becker’ als coach, wie had dat gedacht?

Boris Becker reikte Novak Djokovic in 2007 de trofee uit voor de tweede plaats op het toernooi Indian Wells (Rafael Nadal won de finale). Vanaf volgende maand is Becker de coach van de Serviër, ze beginnen hun samenwerking bij de Australian Open. Foto AFP

Hij heeft een droog gevoel voor humor en laat lange pauzes vallen als er op de baan niets gebeurt. Hij weerstaat de verleiding saai spel te vullen met prietpraat. Zijn licht verlopen uiterlijk doet het goed op televisie, zijn Duitse accent werkt in zijn voordeel. Hij is de playboy op leeftijd die teruggekeerde naar Wimbledon, de plek waar hij als tennisser triomfen vierde en waarvan hij het centre court ooit omschreef als zijn huiskamer.

Boris Becker. Veertien jaar na het einde van zijn carrière als tennisprof is hij een populaire tenniscommentator. Becker is geen John McEnroe, die als commentator onmisbaar is vanwege zijn analytische vermogen en bijtende, dwarse opmerkingen over spelers. Maar in de schaduw van McEnroe heeft hij een eigen stijl ontwikkeld.

Vanaf komend seizoen verandert Becker (46) van rol: hij wordt hoofdcoach van de Servische toptennisser Novak Djokovic. Dat werd eind vorige week bekend. Becker is de opvolger van Marian Vajda, die wel deel blijft uitmaken van de trainersstaf van de nummer twee van de wereldranglijst.

De samenwerking begint met de voorbereiding op de Australian Open, die op 13 januari van start gaat. Djokovic probeert daar zijn titel te verdedigen. Becker zal in elk geval bij alle grandslamtoernooien aanwezig zijn om zijn speler te begeleiden.

Nieuwe, frisse aanpak

De 26-jarige Djokovic denkt dat Becker voor een nieuwe, frisse aanpak gaat zorgen. „Samen met Vajda vormt hij een winnende combinatie. Ik wil in 2014 mijn waarde bewijzen op de grandslams en mastertoernooien, en met het versterkte team hoop ik op maximale resultaten”, zei hij in een verklaring.

Beckers stap van commentator naar trainer is opmerkelijk in het licht van zijn autobiografie Das Leben ist kein Spiel, die onlangs verscheen. Een nieuw egodocument, na Augenblick, verweile doch (2003), waarin hij uit de school klapte over zijn alcoholgebruik en inname van slaappillen om het leven als topsporter draaglijk te maken.

Achteraf was dat allemaal nog te overzien. Het afgelopen decennium vloog hij gierend uit de bocht. Zijn leven speelde zich af onder de permanente hoogspanning van gerommel en geruzie met vrouwen, zakelijke kamikazeacties, feesten en vrolijke primeurs in de roddelbladen. Een nieuw egodocument kon niet uitblijven.

Becker heeft wat recht te zetten. Das Leben ist kein Spiel is een afrekening met drie vrouwen met wie hij het leven deelde of een flitsverhouding had. Ook is het een frontale aanval op zijn vaderland, waar hij naar eigen zeggen niet (meer) op waarde wordt geschat. Of beter: in Duitsland is hij tot zijn spijt altijd de ‘Boem-Boem Becker’ gebleven die in de zomer van 1985 op zeventienjarige leeftijd met sturm-und-drangspel inclusief theatrale snoekduiken (de Becker-Hecht) Wimbledon won en op slag een sportheld werd. Nu stelt hij vast dat het allemaal wel erg snel ging; het was misschien beter geweest als hij Wimbledon drie jaar later had gewonnen. Dan was hij als ster gerijpt en had hij als publiek bezit een zachte landing gemaakt.

Het ‘merk’ Becker

Net zo pijnlijk is zijn constatering dat zijn landgenoten niet zijn meegebogen: het is hun ontgaan dat de sportman Becker zich heeft omgeschoold in het merk Becker. De Britten daarentegen zouden deze gedaanteverwisseling wél hebben waargenomen en bovendien op waarde weten te schatten. Geen wonder dat Becker zich heeft gevestigd in Londen, op een steenworp afstand van de tennistempel Wimbledon.

In Engeland hoeft hij zich naar eigen zeggen niet te schamen voor zijn ondernemingszin, hedonistische levensstijl en onverbloemde materialisme. In de Duitse pers wordt permanent gespeculeerd op zijn financiële en morele bankroet. De Britten hebben juist bewondering voor zijn levenswijze.

Over Wimbledon gesproken: zijn laatste optreden daar, in 1999 (kwartfinale, nederlaag tegen Patrick Rafter), viel samen met de zogeheten bezemkastaffaire en ‘zaadroof’ die zijn privéleven op zijn kop zette. In een restaurant in Londen had hij ‘een slippertje’ met serveerster en mannequin Angela Ermakova, overigens níét in de bezemkast, maar in de trappengang.

Acht maanden later deelde Ermakova hem per fax mee dat zij zwanger van hem was. De juridische strijd die hierop volgde, werd breed uitgemeten in de boulevardpers in Duitsland en Engeland, en leidde tot de ontbinding van zijn huwelijk met model Barbara Feltus, hoewel die relatie volgens Becker toch al onder druk stond.

De gedroomde doorstart als zakenman liet op zich wachten; Becker bracht tussen 2000 en 2002 vooral veel tijd door in rechtszalen. Los van zijn biologische vaderschap en zijn vechtscheiding speelde ook zijn vermeende belastingontduiking, waarvoor de aanklager drie jaar en negen maanden gevangenisstraf had geëist.

Deze periode was, aldus Becker, zijn persoonlijke waterloo. Terugblikkend schrijft hij: „Op de tennisbaan zijn er duidelijke regels. Zo nu en dan wordt een bal ‘uit’ gegeven die ‘in’ was, je hebt (sporadisch) een netbal die in je voordeel uitpakt, maar eigenlijk is alles heel helder geregeld: love-15, voordeel, deuce, tiebreak, Spiel, Satz und Sieg. In het zogenoemde echte leven daarentegen kun je veel kanten op en de duiding (van je beslissingen) wordt vaak alleen en uitsluitend overgelaten aan de vierde macht in de staat, de media.”

Ex-voetballer Günter Netzer, vriend van Becker en auteur van het voorwoord, zegt het bondiger: „Het einde van een sportieve loopbaan is een existentiële probleemzone.”

Veel alimentatie betalen

Becker wekt de indruk inmiddels in rustiger vaarwater te zijn beland. Hij heeft een stabiele relatie, met de Nederlandse Sharlely Kerssenberg. Hij waant zich een kosmopoliet in de wereldstad Londen. Met zijn vier kinderen uit drie relaties heeft hij een goede band. Hij betaalt zich weliswaar scheel aan alimentatie, maar daar staan riante inkomsten als boegbeeld voor een autofirma, een horlogemerk en een bedrijf in tennisattributen tegenover.

Hij hoeft niet meer de beste te zijn, schrijft Becker. Goed om te weten, maar de adrenaline jaagt nog door zijn door topsport gebutste lichaam en hij is verslaafd aan aandacht, óók van de roddelpers. Das Leben ist kein Spiel is een tussenstand. Het wachten is op deel drie.

    • Menno de Galan