‘CIA bood Colombia geheime hulp bij doden FARC-strijders’

Volgens The Washington Post kreeg de Colombiaanse regering in de strijd tegen guerrillaleiders hulp van de Amerikaanse CIA. En de NSA zou helpen met afluisteren.

De regering van Colombia heeft geheime hulp gekregen van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA bij het doden van zeker twintig guerrillaleiders van de FARC (Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia). Dat onthulde The Washington Post zaterdag na gesprekken met meer dan dertig anonieme bronnen.

Onder het geheime project, dat nog steeds voortduurt, worden onder andere gps-zenders geleverd aan het Colombiaanse leger. Daarmee kunnen reguliere bommen worden omgevormd tot „slimme bommen” om doelwitten diep in de jungle te raken. Ook helpt de NSA, de Amerikaanse geheime dienst, de Colombiaanse regering met afluisteren, meldt de krant.

De CIA zou een hand hebben gehad in de dood van Raul Reyes, een van de belangrijkste commandanten van de FARC. Hij kwam in 2008 om bij een aanval op een guerrillakamp vlak over de grens met Ecuador. Volgens The Washington Post gebruikte het Colombiaanse leger daarbij bommen met Amerikaanse gps-zenders.

Het project, dat miljoenen dollars kost, wordt in het geheim gefinancierd. Het bestaat naast de miljardenhulp die de Verenigde Staten officieel verlenen voor de strijd tegen de FARC en hun illegale activiteiten, waaronder drugshandel.

De onthullingen zouden betekenen dat de Amerikanen een grotere rol hebben gehad in het decimeren van de FARC dan tot nu toe werd gedacht. Van de 18.000 strijders die de linkse beweging rond de millenniumwisseling had, zijn er naar schatting 8.000 over. Belangrijke commandanten zijn gedood en het guerrillaleger is uiteengevallen in versnipperde eenheden.

De FARC onderhandelt sinds vorig jaar met de Colombiaanse regering over vrede. Niet eerder was de hoop zo groot dat er een einde komt aan het conflict, dat in 1964 begon en ten minste 200.000 levens heeft gekost.