Woede over bedrijfsspionage NSA

Volgens nieuwe onthullingen waren grote Europese firma’s en de eurocommissaris voor economie doelwit van spionage door Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten.

De Amerikaanse inlichtingendienst NSA en de Britse dienst GCHQ hebben Europees mededingingscommissaris Joaquín Almunia afgeluisterd. Dat hebben de Amerikaanse krant The New York Times, het Britse dagblad The Guardian en het Duitse weekblad Der Spiegel vrijdag onthuld op basis van de documenten van de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden. De eurocommissaris liet Der Spiegel weten „woedend” te zijn.

De documenten werpen meer licht op Amerikaanse en Britse spionage voor economische doeleinden.

Almunia werd afgeluisterd in 2008-2009, toen hij als eurocommissaris verantwoordelijk was voor Economie en Financiën. Momenteel is hij als mededingingscommissaris verwikkeld in een conflict met het Amerikaanse Google over vermeend monopolistisch gedrag van de internetgigant.

In de documenten van Snowden worden ook het Franse oliebedrijf Total en het elektronica- en defensieconcern Thales genoemd als doelwitten, evenals niet-gouvernementele organisaties die zich bemoeien met internationale handel.

De politici, bedrijven en organisaties staan op een lijst over de jaren 2008-2011 afkomstig van een afluisterpost van de GCHQ in het Britse kustplaatsje Bude in Cornwall. Deze locatie wordt volgens The Guardian mede gefinancierd en bemand door de NSA. Het gaat om honderden namen, telefoonnummers en e-mailadressen.

In een reactie in The New York Times ontkent de NSA dat zij economische spionage bedrijft: „Wij gebruiken onze inlichtingencapaciteiten niet om de handelsgeheimen van buitenlandse bedrijven te stelen”. De GCHQ wil niet reageren, maar spionage voor „het economisch welvaren” van het Verenigd Koninkrijk is volgens de GCHQ-statuten geoorloofd mits gerelateerd aan de „nationale veiligheid”.

In september bleek dat de NSA toegang had gehad tot het computernetwerk van het Braziliaanse staatsoliebedrijf Petrobras. Daarbovenop kwam de onthulling dat de Braziliaanse president Dilma Rousseff zelf door de VS was afgeluisterd. Daarna bleek dat de economische spionage, eenmaal uitgekomen, averechts kan werken: Brazilië kocht geen Amerikaanse maar Zweedse straaljagers.

Uit de door Snowden gelekte lijst blijkt ook dat de Amerikanen bondgenoot Israël in de gaten houden. Op de lijst staan de e-mailadressen van oud-premier Ehud Olmert, diens minister van Defensie Ehud Barak en Baraks stafchef Yori Kohen. Olmert liet in een reactie aan The New York Times weten dat het betreffende e-mailadres door zijn medewerkers werd beheerd. Gevoelige discussies zou hij er niet mee hebben gevoerd. „Dit was geen indrukwekkend doelwit”, zei Olmert.

Net als in eerder onthulde documenten figureert Duitsland prominent. Ditmaal wordt onder meer de Duitse ambassade in Rwanda genoemd. Boos reageerde de organisatie Artsen van de Wereld, die ook vermeld staat: „Onze artsen, verpleegsters en vroedvrouwen zijn geen bedreiging voor de nationale veiligheid.” Ook Unicef geniet de interesse van de Britse en Amerikaanse diensten.

De Amerikaanse president Obama reageerde in een persconferentie vlak voor zijn kerstvakantie niet op de onthullingen. Hij zei alleen dat hij zich meer „checks and balances” kan voorstellen om de activiteiten van de NSA in de VS zelf te controleren.