We hebben hier geen familie, dat maakte het makkelijker

Stap voor stap neemt ze het succesvolle schoonmaakbedrijf van haar moeder over. Oumaima el Mouden brak er haar studie voor af. „We investeren veel in onze mensen, maar we kunnen n iet alles voor ze oplossen.”

foto andreas terlaak

Roze hemdje, roze vest, geblondeerd haar, shaky van de honger. Zo kwam Rahma el Mouden (54) het terras van Villa Augustus oplopen, afgelopen zomer, midden in de ramadan. We interviewden haar samen met Hans Spekman van de Partij van de Arbeid, een avond lang. Binnen tien minuten zei ze dingen als: „Vijftig procent van de vrouwen op aarde zucht onder het juk van de mannen.”

Rahma el Mouden, op haar zestiende naar Nederland gekomen, heeft een schoonmaakbedrijf in Amsterdam, MAS Dienstverleners. (MAS: Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf.) Meer dan 400 werknemers, een omzet van 8 miljoen euro. Een van de nieuwste en grootste klanten is het Rijksmuseum.

Laat op de avond vertelde ze dat haar man vorig jaar ernstig ziek was geworden en dat ze nu, na jaren dag en nacht werken, meer tijd thuis doorbracht om bij hem te kunnen zijn. Ze was begonnen het bedrijf over te dragen aan haar dochter, Oumaima el Mouden (35). Die zou het, zei ze, verder gaan brengen dan zij.

Wat nieuwsgierig maakte naar Oumaima.

Leren directeursstoel

Een onaanzienlijk kantoorgebouw op een industrieterrein, een werkkamer met foto’s van de Marokkaanse koning en van Beatrix aan de wand, een enorm bureau met een leren directeursstoel erachter. Oumaima zit op de bank, met haar benen onder zich getrokken. „Dit is Rahma’s kamer”, zegt ze. „Maar ik zit hier steeds vaker.” Het is begin van de herfst.

Wie is hier nu de baas?

„Dat is een goeie...” Ze is even stil en zegt dan: „Ik.” Daarna: „Maar mijn moeder ook nog. Ik doe personeelszaken, de financiën, het operationele werk, alles eigenlijk. En zij doet vooral de contacten met de klanten. Daar is ze heel erg goed in.”

Oumaima was rond de twintig toen haar moeder voor zichzelf begon, in de slaapkamer van hun huis in Amsterdam-Sloten. Rahma, die lang voor een baas had gewerkt, als schoonmaakster en voorvrouw, was gepasseerd bij een promotie en had haar baan opgezegd. „Ze wist niet eens hoe ze de computer moest aanzetten, of hoe je een offerte maakte.”

Oumaima hielp haar, in het begin met tegenzin, want ze geloofde niet zo in haar moeders plannen. En ze studeerde nog. „Rahma’s droom. Haar dochter naar de universiteit.”

Ze werd geboren in Amsterdam-Oost en ging, met haar broer, naar de dichtstbijzijnde school, totdat haar ouders besloten dat die niet goed genoeg was. Het werd een katholieke school in een andere buurt. Daarna: mavo, havo (op een elitair lyceum in Amsterdam-Zuid), hbo, Vrije Universiteit. Cultuur, organisatie en management.

„We waren sleutelkinderen”, zegt ze. „Mijn moeder werkte altijd en mijn vader ook. Hij had twee banen, van zeven tot elf en van vijf tot half negen. Vanaf mijn negende kwam ik ’s middags samen met mijn broer thuis. Ik moet er niet aan denken dat ik het zo met mijn kinderen zou doen, maar mijn ouders konden niet anders. En dan stel je je normen bij. Ik vond het helemaal niet erg.” Ze heeft drie meisjes, 9, 8 en 5, en een jongetje van 3.

„Om zes uur ’s morgens ontbeet ik met mijn vader, stukjes brood met warme melk eroverheen, heerlijk, en ’s avonds kookte mijn moeder, als ze op tijd thuis was.” Ze lacht. „Mijn moeder is altijd anders geweest dan andere Marokkaanse moeders. Ze had toen ook al kort blond haar en ze droeg korte rokken. Ik vond het stoer. Mijn vriendinnetjes vonden het ook stoer. Mijn broer vond het vreselijk. De jongens op straat lachten hem uit: kijk, je moeder. Hij moest thuis meehelpen in het huishouden, wat voor ons normaal was, en als ik hem wilde pesten, riep ik: Marouan, binnenkomen, afwassen! Werd hij helemaal gek.”

Hoe is het nu met hem?

„Op een gegeven moment zei hij dat we de boom in konden, hij deed het niet meer. Maar nu is hij een heel zorgzaam type. Hij heeft een leuke vrouw met een goeie baan. Beetje zoals ik. Hij heeft een klein bedrijfje.”

Ze lacht weer. „Een keer had mijn moeder besloten dat ze met Kerst een kerstboom wilde. We vonden het allemaal vreselijk, ook mijn vader, maar die kerstboom kwam er. Als mijn moeder niet thuis was, deden we snel de lichtjes uit. Mijn vader heeft er in het begin wel moeite mee gehad dat mijn moeder zo haar gang ging, maar later steunde hij haar, zeker toen MAS een succes werd. We hebben geen familie in Nederland, dat maakte het gemakkelijker. Geen mensen over de vloer om mijn vader erop te wijzen dat mijn moeder te vrijgevochten was.”

Rond 2000 ging Oumaima bij MAS Dienstverleners werken, eerst naast haar studie, al snel fulltime. „MAS groeide en groeide en ik groeide mee. Ik heb nog drie jaar geprobeerd om ’s avonds mijn studie af te maken, maar dat is niet gelukt. Ik trouwde en ik werd zwanger, het ging gewoon niet. En ik deed het, eerlijk gezegd, vooral voor mijn moeder.”

Wat vond die ervan dat je stopte?

„Heel erg jammer. Ze zegt nog steeds: Oumaima, wanneer maak je je studie af? Ze is zelf nauwelijks naar school geweest, maar nu is ze begonnen aan een hbo-opleiding. Het voortraject heeft ze net afgerond. Ze zal niet rusten voordat ze zelf ook naar de universiteit kan.”

Hoe was het om bij haar in dienst te komen?

„Rahma is niet de gemakkelijkste en voor mij al helemaal niet. Ze heeft een enorme drive en de eerste jaren kon ik daar niet zo goed tegenop. Dan zei ik wel: Rahma, nu moet je ophouden, laat een ander ook eens aan het woord. Luisterde ze niet. Ze zag me heel lang als haar lieve dochtertje, met de nadruk op ‘tje’. En ik was ook lief, ik ben nooit opstandig of lastig geweest. Maar haar dochtertje had wel hbo gedaan. Als zij het werk van een ander deed omdat het naar haar zin niet goed gebeurd was, zei ik: dat ga je niet redden, het is onprofessioneel, we moeten een betere oplossing zoeken.”

Wanneer is de omslag gekomen?„Toen mijn vader ziek werd. Voor die tijd zei ze rustig tegen me: Oumaima, stuur die en die een mail en schrijf dan... Zei ik: Rahma, ik zal het doen, maar het is niet mijn prioriteit en je hoeft me niet te dicteren. Vroeger flipte ze dan, nu niet meer.”

Haar vader bleek vorig jaar zomer ernstig ziek te zijn. Haar moeder vond het zo erg dat ze, voor het eerst van haar leven, nergens zin meer in had en op de bank bleef zitten, met de gordijnen dicht. „Zelfs als ik met mijn kinderen kwam, kon ze niet lachen. En ze is dol op mijn kinderen. Het heeft zeker een maand geduurd en ik vond het verschrikkelijk. Ik heb liever een moeder die het onmogelijke wil dan een moeder die niets wil. De huisarts gaf haar medicijnen, maar gelukkig had ze er na een paar weken geen behoefte meer aan. Toen is ze weer gaan werken.”

Oma cadeau

Anderhalve maand later lunchen we in Riva aan de Amstelboulevard, vlak bij haar kantoor. Ze is met de auto, want ze doet altijd alles met de auto. Ze vindt dat een verworvenheid. De kilometer tussen haar huis en dat van haar ouders: met de auto.

Haar moeder, vertelt ze, is gisteravond teruggekomen uit Marokko en ze had als gewoonlijk cadeautjes meegenomen voor de kinderen. „Leuke cadeautjes, muziekinstrumenten, ze heeft ze gisteravond meteen gegeven. Mijn kinderen waren er zo blij mee dat ze ze mee naar bed wilden nemen. Ik werd streng: nu is het klaar, jullie moeten slapen.” Met een mengeling van liefde en lichte ergernis: „En weet je wat mijn moeder dan zegt? Dan zegt ze: ach, laat ze toch.”

En wat zegt Oumaima dan?

„Geen sprake van. Bedtijd is bedtijd. Ik ken mijn kinderen, ze proberen het gewoon. Mijn moeder vindt het zo leuk om ze cadeautjes te geven dat mijn jongste dochter haar ‘oma cadeau’ ging noemen. Ik zei: dat gaat zo niet langer, dat wil ik niet. Maar ik snap het wel. Mijn moeder doet haar kindertijd over met mijn kinderen. Mijn ouders zijn allebei heel erg lief voor ze. Ze nemen ze mee naar de bioscoop, naar het museum, naar McDonald’s. In de vakanties mogen ze om de beurt een dag mee naar kantoor en dan kunnen ze 5 euro verdienen met kleine klusjes.”

Oumaima heeft een grote bos bloemen voor haar moeder gekocht, die zal ze straks aan haar geven. Er zit een kaartje bij: lieve mama / Rahma, als mama heb ik je gemist, maar als Rahma had je nog wel even kunnen wegblijven. „Dat hoef ik je verder niet uit te leggen, toch?”

De man van Oumaima werkt minder dan zij en is vaker thuis. Ze hebben ook een oppas. „Sinds die er is, is er weer rust thuis.” ’s Morgens brengt ze de kinderen naar school en dan rijdt ze meteen door naar MAS. In het weekend is ze bijna altijd vrij, en op vrijdagavond kijken ze met z’n allen op de bank naar The Voice of Holland. „Dan komt de pizzaman op zijn brommer pizza’s brengen.” Ze vindt het de leukste avond van de week.

Ze is zakelijker dan haar moeder, zegt ze. Harder ook. „Onze werknemers zijn mensen die soms grote problemen hebben en dan moet je duidelijk zijn. Als ze in geldnood zitten, komen ze bij me smeken: alsjeblieft, help me. Ik help ze één keer. Bij Rahma hadden ze vaker succes, en dat begrijp ik ook wel, want zij heeft zelf verschrikkelijk hard moeten vechten. Ze heeft eerder medelijden. Maar ik zeg: met medelijden maak je het alleen maar erger. We investeren veel in onze mensen – taal, opleiding – maar we kunnen niet alles voor ze oplossen. Ik verwijs ze naar hun schuldeisers.”

Nieuwe klanten werven gaat ook steeds zakelijker, zegt ze. „Mijn moeder heeft het altijd via haar netwerk gedaan en dat deed ze geweldig. Maar de tijden veranderen en de regels ook. Opdrachten van de overheid worden Europees aanbesteed en dan helpt het niet dat je vrienden bent.” De opdrachtgevers van MAS zijn scholen, kinderdagverblijven, kantoren, het Anne Frank Huis. „We hebben ook nog veel klanten van mijn moeder van voordat ze haar eigen bedrijf had.”

Hoe is MAS aan de opdracht van het Rijksmuseum gekomen?

„Een offerte ingediend. Ze zochten een middelgrote aanbieder die niet te duur was en ook niet te goedkoop. En die in staat was om alle dagen, 52 weken per jaar, schoonmakers te leveren die door de veiligheidsscreening zouden komen. Toen het telefoontje kwam dat wij het waren geworden...” Ze straalt. „Ik had het geluk dat ik het aan mijn moeder mocht gaan vertellen. Ze kon het eerst niet geloven. Daarna zei ze: het was voorbestemd. Nee, Rahma, zei ik toen. Het is gewoon een gunning. We leveren goed werk.”

    • Jannetje Koelewijn