Verkopen is voor arme mensen

Loek Winter koopt ziekenhuizen. Klinieken. Het vastgoed van praktijken. Vanaf de achterbank van zijn Jaguar XJ bouwt hij aan zijn zorgimperium. In een adembenemend tempo. „Meerdere aandeelhouders? Dan haak ik af.”

„Zorg en vastgoed gaan soms nauw samen. Als je een MRI-scanner ergens in zet, is de verbouwing vaak duurder dan het hele gebouw.” Foto Andreas Terlaak

De witte grindkiezels voor een oude kantoorvilla in Bussum knerpen als er in alle vroegte een antracietkleurige Jaguar XJ overheen rolt. De chauffeur van de auto is voor zonsopgang opgestaan, haalde zijn baas thuis op en liet hem hier in de kantoorvilla een kop koffie en drie witte plastic bakken administratie oppikken.

De bak met de administratie voor de holding staat op de leren bekleding van de passagiersstoel. Er is een bak voor lopende zaken op de achterbank en in een derde bak, achterin op de grond, zitten de documenten van het ziekenhuis.

Tussen de bakken zit op de achterbank Loek Winter (54). Hij is zorgondernemer en belt via oordopjes met een iPhone5 terwijl hij mailt via een tablet op schoot. Dit is zijn auto. Zo rijdt hij dagelijks door het land om zaken te doen.

Je zou kunnen zeggen dat deze comfortabele Jaguar zijn kantoor is.

Winter kennen we als de eigenaar van de IJsselmeerziekenhuizen. Hij heeft ook 23 medische klinieken, 500 gehandicaptenwoningen, 1 liftbedrijf, 2 kastelen, 1 verloskundepraktijk, een handvol apotheken en tientallen panden, maar het gebeurt gewoon niet zo vaak dat iemand een ziekenhuis koopt.

Zes jaar geleden dreigden de ziekenhuizen in Lelystad en Emmeloord failliet te gaan. Hij kocht ze, veranderde de naam, ontsloeg overbodig personeel, hij nam de artsen in loondienst, bedong korting bij leveranciers en zorgde dat alle behandelingen waarvoor mensen niet noodzakelijk in een ziekenhuis hoefden te zijn, er ook niet meer plaatsvonden. Sindsdien maakt het MC Zuiderzee winst.

Hij maakte er begin dit jaar geen geheim van dat hij aasde op nog een ziekenhuis. Hij toonde interesse in het LangeLand Ziekenhuis in Zoetermeer, het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk en later het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam. De gesprekken met de laatste waren succesvol. Hij is exclusief met het ziekenhuis in gesprek.

De Jaguar rijdt de openbare weg op, de rotonde over, linksaf richting Amsterdam. Alle telefoongesprekken gaan op de speaker. Hij heeft niets te verbergen Loek Winter. Hij draagt een spijkerbroek en een donkerblauwe blazer over een wit overhemd waaronder een IWC-horloge prijkt.

Zijn tempo van zakendoen is adembenemend.

Het eerste telefoongesprek die dag is met een eigenaar van cardiologieklinieken. Winter wil dat in Lelystad ook de maatschappen cardiologie, kaakchirurgie en dermatologie verder gaan als zelfstandige klinieken, binnen of buiten het ziekenhuis, en deze man helpt hem erbij. Niet alle cardiologen zijn enthousiast over de plannen, vertelt hij. „Ik ben maar een week bij jou in de tent, Loek. Er moet veel gebeuren. Het is los zand. Het moet gebakken worden.”

Winter belt zijn financiële man. Ze praten alvast hun eerste afspraak van die dag door, zo om 8.00 uur met de bestuursvoorzitter van het ziekenhuis OLVG en diens advocaat. Er is ruzie over aandelen, zeggenschap en de invulling van een gezamenlijke kliniek – over geld, zeg maar. Ze zullen er niet uitkomen. Begin november legde het ziekenhuis beslag op enkele panden van Winter. Eind november was het beslag er weer van af. De zaak lijkt alsnog te worden geschikt.

De zon komt op als Winter voorbij de Arena tegen zijn financiële man klaagt over zorgverzekeraars die de rekeningen te laat betalen. Hij draagt hem op er nog eens achteraan te bellen, voordat iedereen op vakantie is en hij nog langer op zijn geld moet wachten. Winter: „Wacht maar, ik bel straks zelf wel.”

Doktersfamilie

De vader van Winter had een huisartsenpraktijk in Limburg, zijn moeder werkte in een apotheek aan huis. Ze bracht vijf kinderen groot. Allemaal werden ze zelfstandig ondernemer en doen ze iets in de zorg.

Loek werd radioloog in het OLVG en begon een diagnostische kliniek toen dat in Nederland nog helemaal niet vanzelfsprekend was. De kliniek groeide uit tot een keten van klinieken met behulp van zijn oudste broer Eric, die zelf bestuursvoorzitter is van een beursgenoteerd bedrijf en een reeks tandartspraktijken heeft. De broers werken veel samen, in de kantoorvilla in Bussum. Hun oudste zus Jacqueline is directeur in hun kliniek in Maastricht. Een andere zus heeft een fysiotherapiepraktijk in het Brabantse Nuenen.

Broer Marius heeft een adviesbureau voor afvloeiingsregelingen. Hij doet niet veel zaken in de zorg, maar juist vandaag wordt hij obligatiehouder in een van Loeks nieuwe bedrijven. Ter hoogte van het Amsterdamse restaurant Dauphine belt Winter daarom naar de kantoorvilla in Bussum. „Natascha, die obligaties. Kan Hoessain die naar Marius brengen? Is alles klaar?”

Later vandaag zal Winter nog aandelen verwerven in een stichting die huizen voor gehandicapten exploiteert: de Thomashuizen.

Hoessain is de chauffeur. Hij stopt net na acht uur in de straat naast het OLVG en Winter stapt al bellend en met oordoppen uit. Zijn financiële man en zijn advocaat staan hem op te wachten in de hal. Boven worden ze opgewacht door de bestuursvoorzitter van het ziekenhuis, die liever niet heeft dat een journalist het gesprek bijwoont.

Om 9.30 uur stapt Winter weer in de auto, die al met draaiende motor klaar staat om de hoek. Hij belt naar zijn secretaresse in het ziekenhuis om te zeggen dat hij verlaat is. Geen punt, zegt de secretaresse, zijn zakelijke partner Willem de Boer is er al en die kan de gasten alvast ontvangen. De Boer is directeur van het MC Zuiderzee en de enige naar wie Winter echt luistert. Winter is een vriendelijke man, maar hij is ook eigenwijs. Hij denkt snel en heeft weinig geduld met mensen die dat niet doen. In de Jaguar heeft hij nu een gesprek met een deskundige met wie hij een keten voor de behandeling van spataderen wil opzetten, een man met wie hij in een screeningsapparaat voor baarmoederhalskanker wil investeren en iemand met wie hij de verzekeringstak van de failliete bank DSB wil kopen.

Om 9.47 uur zoeft de Jaguar voorbij Almere Buiten. Winter vergadert met een directeur van de universiteit Maastricht. In het Financieele Dagblad las hij eens over een student die implantaten op maat maakt, ter vervanging van bot. Dat leek hem wel wat. Met zijn oudste zoon reed hij naar het ouderlijk huis van de student in Limburg. Er volgde een prettig gesprek en sindsdien probeert hij de aandelen van de universiteit in het bedrijfje over te nemen. Na veel gesprekken deed hij een financieel voorstel. De directeur wijst dat nu af. Te laag, te weinig zeggenschap. Winter: „Over de waardeontwikkeling kunnen we praten. Maar meerdere aandeelhouders, dan haak ik af. Met meerdere partijen en dan helemaal in Maastricht, dat is niet te doen. We zijn nu al zo lang met elkaar in gesprek dat we nu eens een knoop moeten doorhakken. Zo ja, dan graag, en niet, ook prima.”

Eind november zijn ze eruit. Winter neemt de aandelen van de universiteit over. De helft nu, de helft in 2015.

De chauffeur stopt voor de deur van MC Zuiderzee. Dan staat de naam Peter de Koning op Winters telefoonscherm. Ook een zorgondernemer. Ook hij wil het ziekenhuis in Beverwijk kopen.

Deze neemt Winter nog even op.

Winter: „Hoe is het in Beverwijk?”

De Koning: „Wij zijn echt alleen geïnteresseerd in de onderdelen.”

Winter: „Mag ik het tegen Jeroen van Rhoon zeggen, dat we samen willen optrekken?” Van Rhoon is de directeur van het ziekenhuis in Beverwijk.

De Koning: „Voorlopig niet. Er zijn nu in elk geval twee partijen, dat breng je dan terug naar een, dat is niet handig.”

Winter: „Waterland is denk ik ook een bieder.” Waterland is een investeringsmaatschappij.

De Koning: „Dat wordt ’m niet. Zij denken aan een rendement van 20 procent.”

Winter: „Dat kan niet.”

De Koning: „Ik kan me niet voorstellen dat die nog meer gaan investeren in de zorg. Ze hebben al problemen met de Mauritsklinieken. Het is wishful thinking.”

Winter wil tegen tienen net ophangen als De Koning zegt: „Ik heb trouwens een bod gedaan op dermatologie."

Winter: „Waar?”

De Koning: „Bij jou, in Lelystad.”

Winter: „O, echt waar? Wat heb je geboden? Een miljoen, of meer?”

De Koning: „Ik ben bang wel meer.”

Als Winter om tien uur het ziekenhuis binnenloopt heeft hij al meer zaken gedaan dan een gemiddelde ondernemer in een week. In de hal vraagt het meisje van de ziekenhuisrestauratie: „Een dubbele espresso?” De koffie gaat in een dubbele beker. Winter rekent af en loopt naar boven. Hij rekent altijd af. Elke dinsdag is hij hier. Zijn secretaresse plant deze dagen vol met afspraken.

Bedrijvenverzamelaar

Winter kan zich niet herinneren dat hij ooit een bedrijf verkocht. Hij koopt ze en houdt ze. Hij is een verzamelaar van medische bedrijven. Zelfs de kliniek die hij in Hongarije oprichtte toen dat in Nederland nog niet kon, heeft hij nog. Hoessain vliegt er vanavond naartoe, om er papieren op te halen. Winter heeft nog klinieken in Spanje, een in Ghana. Het liftbedrijf verwierf hij via een voormalige secretaresse, die een man had die bij dat liftbedrijf werkte en voor zichzelf wilde beginnen. „Hij zei: ik zou wel voor mezelf willen beginnen. Ik zei: dat moet je zeker doen.”

Alleen uit een adviesbureau trok hij zich terug. Verkopen is voor arme mensen, zegt Winter. Maar vooral vindt hij alles wat bij het kopen van een medische bedrijf komt kijken gewoon heel erg leuk. Het spel, noemt hij dat. Daar doet hij het voor. De gesprekken, de afspraken, de slimme constructies en dan de spanning of het lukt. „Ik vind het leuk om oplossingen te verzinnen voor ingewikkelde problemen en dat het er dan ook nog eens beter van wordt.”

Nu, in Amsterdam, gaat het om een reddingsoperatie. De eigenaren van het Slotervaartziekenhuis hebben ruzie en de patiënten blijven weg. Als hij het ziekenhuis nou koopt en afslankt, zoals hij dat al jaren doet, en de ziekenhuisapotheek aan de buurman op het terrein verkoopt – het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis – is iedereen blij.

Is hij miljonair? Hij glimlacht. „Dat denk ik wel, ja.” Hij zegt ook 25 miljoen euro schuld te hebben, zakelijk en privé. Veel gesprekken vandaag zijn met, of over banken. Hij klaagt niet, zegt hij. „Ik leid een ruim leven. Ik neem wat ik nodig heb.” Hij en zijn broer hebben een wirwar aan bv’s waarin klinieken en panden zijn ondergebracht.

De methode-Winter is dat ergens in het land artsen een kliniek willen beginnen. Loek Winter verwerft de helft van de aandelen. De artsen worden voor de andere helft eigenaar. Soms kopen hij en zijn broer ook de panden. „Zorg en vastgoed gaan soms nauw samen”, zegt hij, vanwege de regels en de investeringen. „Als je een MRI-scanner ergens in zet, is de verbouwing vaak duurder dan het hele gebouw.”

De artsen betalen aan hem de huur en andere diensten: kwaliteitscertificaten, administratie, telefonie of de leasekosten van grote medische apparaten. Zijn broer werkt volgens dezelfde methode in de tandartsklinieken. Van het ziekenhuis krijgt Winter jaarlijks rente over een lening die hij zelf heeft verstrekt. Hij staat ook op de loonlijst als bestuurder.

Het eerste uur in het MC Zuiderzee gaat op aan mensen die een ideetje bij hem kwijt willen. Winter: „Ik krijg per week tien verzoeken om ergens een presentatie te houden en twintig verzoeken voor een gesprek. Drie van de twintig nodig ik uit, bij mij in het ziekenhuis.” De gesprekken voert hij aan een tafel ergens op de gang in het ziekenhuis. Een oude vrouw achter een looprek stommelt voorbij. Winter heeft geen eigen kantoor.

De eerste man die een gesprek wil, vertelt hoe je kaakchirurgie het beste kan organiseren. Hij is een neef van staatssecretaris Weekers. Winter en hij delen kennissen in Roermond. Een volgende bezoeker heeft een softwaresysteem dat een alternatief kan bieden voor het duurdere systeem waarmee het ziekenhuis werkt. Al snel wil Winter weten wat het systeem kost. Voor verkooppraatjes heeft hij geen tijd.

Hij woont de vergadering van de directie bij. Die gaat over reumatologen en orthopeden die bijklussen in de baas zijn tijd. Over cardiologen die het gebouw in Emmeloord te warm vinden om er te werken.

En dan wordt besloten dat er gereorganiseerd moet worden. Het aantal patiënten loopt blijvend terug en de kosten stijgen. Er zijn sheets die dat laten zien. De vergadering is iets voor elf uur begonnen en bij elk onderwerp vertrekken mensen en schuiven er nieuwe aan. De vraag die blijft hangen is hoe er dan gereorganiseerd moet worden. Die jonge radioloog moeten ze zien te houden. En wanneer vertellen ze het de ondernemingsraad? Iedereen wil er iets over zeggen. „Slecht nieuws kun je niet masseren”, zegt Winter. Als ze toch moeten reorganiseren, kunnen ze het beter meteen doen. Aan het eind van dit jaar werken er 25 van 847 medewerkers minder in het MC Zuiderzee.

„Het duurt allemaal zo lang”, zegt Winter later in een kamertje waar hij tussendoor een telefonische vergadering houdt met de directie van zijn klinieken. „Het is allemaal al eens gezegd. Maar je moet ook opletten. Voor je het weet vliegen de miljoenen de deur uit.”

Winter heeft inmiddels tweeduizend mensen voor zich werken. Hij wil nog een paar jaar op deze manier blijven ondernemen. Dan stopt hij ermee en trekt hij met zijn vrouw in zijn Franse kasteel Lapeyrouse. Investeringsbijeenkomsten organiseren voor zorgondernemers.

Hij kan niet wachten.