Team-Rutte nadert zijn testjaar

Na een jaar modderworstelen met de oppositie heeft het kabinet-Rutte II een stabiele lat-relatie met D66, ChristenUnie en SGP. Dat is hard nodig, want komend jaar begint de grote schoonmaak: woningmarkt, arbeidsmarkt en sociale zekerheid worden hervormd.

Hoe beter VVD en PvdA hun regeerprogramma uitvoeren, hoe slechter het is voor de relatie met hun eigen kiezers. Dat is de paradox van Rutte II. Want mensen die op PvdA en VVD stemden, wilden deze coalitie niet, noch de radicale hervormingen die Mark Rutte en Diederik Samsom tijdens hun korte formatie bedachten. De partijleiders dachten door veel weg te geven aan de ander ook veel binnen te halen voor de eigen partij. Maar voor veel kiezers van zowel VVD als PvdA is het glas vooral half leeg.

Dat beeld rijst op uit een eindejaarskiezersonderzoek van Ipsos. De opiniepeiler onderzocht de beweegredenen van mensen die in 2012 op VVD of PvdA stemden en nu zeggen dat nooit meer te doen. De onvrede concentreert zich op het deelnemen aan deze regering met de ideologische tegenstander en het breken van verkiezingsbeloften.

Maar dit impopulaire partnerschap van ideologische opponenten opbreken, biedt ook geen oplossing. Voor de zoveelste keer aantonen dat ze niet in staat zijn tot stabiel landsbestuur kunnen deze twee volkspartijen zich niet veroorloven.

Alleen tijd biedt een uitweg. Die zal, hopen VVD’ers en PvdA’ers, zowel sociaal-democratische áls liberale kiezers de gelegenheid geven te zien waar al die pijnlijke compromissen voor nodig waren. Het eerste jaar kreeg de coalitie verwijten over achterblijvende economische groei. In 2014 hopen beide partijen te kunnen profiteren van groei, afnemende werkloosheid en toenemend optimisme.

Tijd is er, nu het kabinet na een jaar modderworstelen met de oppositie een relatief stabiele lat-relatie heeft met D66, de ChristenUnie en de SGP. Maar dat is niet genoeg. De economische voortekenen mogen beter zijn, burgers gaan de door dit kabinet geplande lastenverzwaringen en bezuinigingen vanaf volgend jaar pas echt voelen. Dat maakt vooral de PvdA kwetsbaar, omdat haar achterban het wegvallen van overheidshulp het sterkst voelt. Om daarvoor te compenseren heeft de VVD ook het aanpakken van hogere inkomens geaccepteerd. Zo wordt iedereen geraakt.

VVD en PvdA hopen dat deze individuele offers worden gewaardeerd als een bijdrage aan het herstel van oud-Hollandse waarden als zuinigheid en vlijt in het algemeen belang. Zo niet, dan zal de grote schoonmaak van verzorgingsstaat vooral als een aanval op alle Nederlanders in opdracht van Europese bureaucraten worden gezien – een beeld dat flankpartijen als PVV en SP dagelijks benadrukken.

Want een grote schoonmaak wordt het. Lang bepleite hervormingen van woningmarkt, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, langdurige zorg en pensioenen – en de bijbehorende 18 miljard euro aan structurele bezuinigingen – lijken op een politieke meerderheid te kunnen rekenen. Nieuwe momenten van paniek zullen niet uitblijven, daarvoor staan de smalle marges in de Eerste Kamer garant. Dat liet PvdA-senator Adri Duivesteijn met zijn dreigende blokkade van de woningmarkthervormingen afgelopen week wel zien.

De last stand van Duivesteijn toonde ook iets anders: de eerste barstjes in de coalitie van VVD en PvdA. Tot begin deze week doorstonden de twee oude vijanden de stroom (bijna-)crisissen met opvallende eendracht. Maar vorige week werd die eendracht aangetast door een grote dosis chagrijn bij de VVD. Daar zagen ze een oude reflex bij de PvdA waar veel politieke partijen een hekel aan hebben: eerst een politiek compromis sluiten, en dan met dat compromis als nieuwe uitgangspunt verder onderhandelen.

Onder het leiderschap van Samsom was deze gewoonte om telkens het onderste uit de kan te halen op de achtergrond geraakt. Maar de PvdA-leider wist Duivesteijn niet tegen te houden – en dat terwijl de VVD ten behoeve van de PvdA op dit dossier zijn belangrijkste verkiezingsbelofte had gebroken door de hypotheekrenteaftrek te beperken. Zo’n barstje is geen fijn vooruitzicht, met mogelijke tegenvallende resultaten bij lokale en Europese verkiezingen in 2014 voor de coalitiepartners.

Lagen de risico’s afgelopen jaar vooral op het Binnenhof, straks komt daar de buitenwereld bij. Achter die grote lijnen en enorme bezuinigingbedragen zit een berg beleidsmaatregelen. Ze zijn een onvermijdelijk gevolg van de complexiteit van de verzorgingsstaat, een compromis om het verband van vijf partijen intact te houden, of ontworpen om maatschappelijk verzet te neutraliseren. Er zijn hervormingen afgezwakt of uitgesteld, uitzonderingsbepalingen toegevoegd, mitigerende maatregelen genomen. Het komende jaar krijgen de bewindspersonen te maken met de praktische gevolgen en uitvoeringsproblemen van die soms onnavolgbare papieren werkelijkheid.

Bij het afstoten van taken naar gemeenten, het herinrichten van de langdurige zorg, het strenger maken van het vreemdelingenbeleid, het inrichten van de nationale politie en het saneren van woningcorporaties – om maar een paar van de tientallen ambities van dit alles-of-niets-kabinet te noemen – is succes geenszins verzekerd.