Ratten met stijve snor

Arjen Fortuin grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft zijn eerste indruk.

Michelangelo had de stenenziekte, ‘maar dat stelt maar weinig voor en dankzij God en door de werking van het water dat ik drink, lost de steen beetje bij beetje op, zodat ik hoop ervan bevrijd te zijn’. Inderdaad, als hij over nierstenen schrijft lijkt de grote schilder en beeldhouwer (1475-1564) haast Gerard Reve, een half millennium avant la lettre.

Het staat te lezen in de schitterende tweetalige uitgave Brieven [1]. Daarin toont Michelangelo zich van zijn hoekigste kant wanneer hij een achterneef van wie hij de motieven niet vertrouwt de les leest : ‘Ik weet niet of jij zo snel zou zijn gekomen als ik in de misère zat en geen eten had, als jij maar het geld kon weggooien dat jij niet hebt verdiend [...] En maar beweren dat jij je verlicht voelde naar hier te komen door de liefde die jij me toedraagt: de liefde van de houtworm!” Hij heeft toch al iets met geld; hij vindt zichzelf een selfmade man aan wie iedereen een voorbeeld zou moeten nemen. Zoals zijn spilzieke broer Giovan Simone, aan wie hij schrijft: „Ik ben me namelijk al bijna twaalf jaar aan het afsloven in heel Italië, verdraag alle schande, duld elke ontbering, kwel er mijn lijf met elke inspanning, stel mijn eigen leven bloot aan duizend gevaren alleen maar om mijn familie te helpen.” En de waarschuwing: „Als het nodig is, ben ik in staat tienduizenden van jouw soortgenoten in verwarring te brengen. Wees dus wijs en tart niet wie al andere kwellingen kent.”

Behalve de boze brieven van Michelangelo bracht de Vlaamse uitgeverij P nog een tiental nieuwe boeken uit, die zijn vormgegeven met een zorg die bij de meeste uitgevers wegbezuinigd is. Neem Tracht de verwonde wereld te bezingen [2] van de Poolse dichter Adam Zagajewski (1945), met opmerkelijke regels als: ‘Literaire ratten, zegt R., dat is wat we zijn [...] Ratten voorzien van stipendia, vertrouwelijke aanvragen, sarcastische opmerkingen,/ ratten met rechtopstaande vacht, een stijve, scherpe snor.’

Als – minder literaire – ratten in de val zitten de broers Luigi en Beppo Fresci in de novelle Een ware held [3] van Martin Michael Driessen. Zij hebben in het leger een generaal getroffen die zijn troepen wat bloeddorstiger wil maken door enkele van zijn eigen mannen te executeren. Eén op de vier zelfs. Wat de broers voor grote dilemma’s plaatst. Want hoe moeten ze in de rij gaan staan? Naast elkaar? Dan hebben ze vijftig procent kans dat één van de twee sterft. Met drie man ertussen? Dan wordt het alles of niets. Een ware held is een nieuw prachtig werkstuk van de schrijver die opzien baarde met Vader van God – hier toont Christus zich in een sardineblik.

Nederlands bekendste godenzonen werden intussen een jaar gevolgd door Auke Kok, die over het voorbije voetbalseizoen de lange reportage Tussen Godenzonen. Een jaar lang Ajax [4] schreef. Het is een vakkundig portret van de voetbalclub in het jaar van de derde landstitel op rij, waarin het verhaal van de uit de gratie rakende vleugelspeler Derk Boerrigter eruit springt. Bekend, maar treffend is ook hoe verdediger Daley Blind vermalen dreigde te worden tussen de vertegenwoordigers van het ‘kamp Cruijff’ en het ‘kamp Van Gaal’ bij de club – hij belandde uiteindelijk bij een psycholoog. Dat werkte: inmiddels is hij een van de beste spelers van het eerste elftal. Het boek lijdt een beetje onder het gebrek aan Grote Vraag: welbeschouwd is er niet veel opzienbarends gebeurd in Ajax’ 32ste kampioensjaar. Dus heb je soms het idee naar een mindere wedstrijd van het team van De Boer te kijken: tachtig procent balbezit, maar schieten – ho maar.

De 98-jarige linksbuiten van de Nederlandse poëzie blijft intussen scoren. Leo Vroman schrijft nog steeds vrijwel elke dag een gedicht. En dus is er weer een nieuwe bundel van de man die een halve eeuw geleden de P.C. Hooftprijs kreeg, Die vleugels [ 5]:

Als ik veilig in het Hierna

uit en in mijn werk besta

zal ik hard moeten bladeren

om mij te benaderen

zoals ik bijvoorbeeld keek

naar een vers verleden week

en na een regel of twee

voornamelijk dacht: nee.

Want ik slaap een droom uit

om die te betrappen

op iets, het geluid

van spartelende voetstappen,

of word slapende wakker

van iets oneetbaars,

en de uitwissende

dagen wisselen

als het geflakker

van een uitsissende kaars.