Politiek is tegen schenen schoppen, net zolang tot de coalitie valt

Hij haalt het nieuws als verkeerswoordvoerder van de VVD. Maar zijn werk zit vooral in de binnenwereld van de politiek. Als secretaris van de VVD-fractie moet hij voortdurend plooien met de PvdA gladstrijken.

„Mijn verslaggeverwerk heeft mijn imago bepaald. Ik wekte de indruk dat ik een fanatieke jongen ben. Dat klopt natuurlijk ook.” Foto Andreas Terlaak

‘Twee weken terug belt Roos Vermeij me”, vertelt hij eind juni. „Het was een donderdag, ’s ochtends 10 over 11. Ze had een dringend verzoek.” Roos Vermeij is fractiesecretaris van de PvdA. Het werk dat Elias bij de VVD doet. „Ik ben goed met haar. We hebben bij het begin van de coalitie lichte hapjes gegeten bij Corona. Leuk mens – we snappen waarom we verschillend denken.”

„Zij wilde dat wij meehielpen de stemming over een D66-motie inzake Israël uitgesteld te krijgen.

„Ik zeg: waarom?

„Dat kan ik je nu niet uitleggen, zegt ze.

„Ik loop naar de vergaderzaal en schiet onze buitenlandwoordvoerder Han ten Broeke aan: de PvdA wil uitstel van de stemmingen. Hij zegt: néé. Ik heb net alles moeten plooien om het door te laten gaan. Ik zeg: en toch moet het. Hij: nee!

„Ik loop terug en sms Roos: Maar Timmermans gaat volgende week naar Israël. Dit uitstel vergroot de spanning alleen maar.

„Zij reageert: Nee. Het móet.

„Ik terug naar Han. Ik vraag hem dringend: regel nou alsjeblieft dat die stemming niet doorgaat. Hij regelt het. 25 minuten later belt Roos me weer: Laat maar zitten, het is te laat.

„De volgende dag wordt bekend dat Desirée Bonis [PvdA-woordvoerder buitenland] uit de Kamer stapt.”

TV10

„Ik ben 5 januari 1990 VVD’er geworden, op de dag dat het TV10-project mislukte – de eerste commerciële zender die Joop van den Ende uitprobeerde. Ik was via Joop bij TV10 terechtgekomen, ik zat nog bij Den Haag Vandaag. Het ging niet door omdat TV10 als commercieel station, anders dan RTL, niet over een uitzendlicentie bleek te beschikken.

„Ik zal nooit vergeten dat we met zijn allen naar een hotel in de buurt van Schiphol werden geroepen waar de directeur zei: zoals we hier nu zijn, staan we met zijn allen op straat. En dat daarna allerlei mensen uitriepen, tot en met Harmen Siezen: maar hoe moet dat nou met ons, kunnen we geen hulp van het arbeidsbureau krijgen?

„Ik zei: maar mensen, wij hebben toch geen uitkering nodig? Vanaf dat moment had ik het dus gedaan. Jezus, wat ben jij réchts. Sindsdien beschouw ik mezelf als gecertificeerd rechts. Ik had altijd al het gevoel dat Wiegel in de jaren zeventig gewoon gelijk had met zijn verhalen over onnodige uitkeringen en misbruik.

„Niet lang hierna heb ik mezelf bij de VVD aangesloten. Dat PvdA-denken – ik heb er niets mee. Ik herinner me een debat met Hans Spekman in de vorige kabinetsperiode; ik leidde die vergadering. Die Spekman staat zich daar dus helemáál op te lieren over rechten die worden aangetast omdat de hoogte van een uitkering afhankelijk werd van het overige gezinsinkomen. Het kwam erop neer dat een gezin met vier uitkeringen netto van 2.900 naar 2.300 euro ging. Daar was geen sikkepitje aan de hand. Dan denk ik: maar Spekman, jij bent toch een intelligente man?

„Ik heb nu hetzelfde met de SP in debatten over infrastructuur. Het is bij de SP altijd: openbaar vervoer is goed, de auto is fout. Dan denk ik: maar lieve SP’ers, gaan die stemmers van jullie dan allemaal met de trein?”

Ganzen

„In maart moest Easyjet een noodlanding op Schiphol maken. Ganzen in de motoren gevlogen. Ik suggereer een collega mondelinge vragen. Sharon Dijksma geeft slappe antwoorden, dus ik loop naar de microfoon: moeten er soms doden vallen voordat we die beesten gaan vergassen? Dan heb ik het onderwerp metéén op de agenda. Dan gebéurt er tenminste iets.

„Ook zoiets: later in de lente zit ik in Spijkers met Koppen, Vara, over een kleine verbreding van de A27. Een strook van vijftien meter bos moet gekapt worden. Je hebt mensen die daar sinds 1971 mee bezig zijn, en met droge ogen beweren dat ‘bomen ook dromen hebben’. Enfin.

„Dus ik ben daar en Felix Meurders zegt: eet u graag spekpannenkoeken? Gejuich gaat op – ze zenden uit vanuit een café. Ik ga er dwars tegenin, ik weet allang: dat publiek kan het helemaal niets schelen wat ik zeg. Maar ik denk alleen aan die 300.000 luisteraars die dit programma in de auto horen, dus ik hou mijn verhaal: dat asfalt juist in het belang van onze economie is, etcetera. Ze klappen alleen voor mijn opponent van GroenLinks, en ik denk: hoe harder ze voor haar klappen, hoe meer ik hier bereik.‘’

Vader

„Mijn vader was een gerespecteerd journalist bij het katholieke dagblad De Tijd. De dag dat die krant in 1974 over de kop ging was de enige keer dat ik hem zag huilen. Hij stapte over naar NRC Handelsblad, zijn grote thema was het onderwijs, hij had gezag. Mensen als Jo Cals [de latere KVP-premier] en Jos van Kemenade [PvdA-prominent] kwamen over de vloer, hij was een doorbraak-PvdA’er.

„Er waren vier kinderen, ik was de derde, mijn vader eiste dat we wisten wat er in de wereld te koop was. Je las de krant. Als je iets niet wist, zocht je dit na in de encyclopedie. Ik zat als veertienjarige al op de tribune van de Tweede Kamer.

„Elk jaar op 11 april vierde mijn vader dat hij nog in leven was: dan kreeg hij biefstuk en een goed glas wijn als ontbijt. Hij werd wees op zijn achtste, groeide op als zoon van een schoenmaker, en onttrok zich in 1942 aan de Arbeitseinsatz. Hij vluchtte met een groep het land uit, liep naar Parijs, later hangend onder een trein naar Pau. Van daaruit is hij in een groep van elf op transport naar Buchenwald gezet. Twee hebben het overleefd. Ik heb later uit talrijke verhalen van anderen begrepen hoe sterk hij was. Hij heeft zelf nooit over gruwelen gesproken. Wel over moraliteit en dat de zigeuners als enigen niet jatten in ‘dat rotkamp’. Ik ben er ook terughoudend in. Het is niet mijn verdienste dat hij destijds zo moedig was.

„Maar ik heb natuurlijk gezien wat het met hem heeft gedaan. Moed, het benoemen van de waarheid, was voor hem vanzelfsprekend. Na de oorlog was hij een van de eersten die schreven over misdaden van communisten in het kamp. De communisten die als verzetshelden uit de oorlog kwamen, maar die in het kamp, als de nazi’s niet meekeken, een schrikbewind voerden.

„Mijn vader had een mild voorkomen. Maar hij kon spijkerhard zijn. Hij werkte thuis, ik heb mijn hele jeugd gehoord hoe hij collega’s aansprak die fouten maakten. Daar bleek, ik zeg het even vriendelijk, niet altijd een enorme compassie uit.

„Ik ging naar de Universiteit van Amsterdam, de hoogtijdagen van de marxistische flauwekul. Ik weet nog dat ik op mijn 22ste bij mijn vader kwam om te vertellen dat ik bij het universiteitsblad Folia aan de slag ging, en dat hij zei: doe het niet. Hij vond dat ik eerst moest afstuderen. Maar hij weigerde mijn studie te bekostigen – dat moest ik vanaf m’n 21ste zelf maar regelen, vond hij – dus ik zeg: jij moet je kop houden, je betaalt me helemaal niks. Daarna trok hij een fles wijn open en zei hij tegen mijn moeder: het lijkt erop dat onze jongste zoon volwassen is geworden.”

Kamervoorzitterschap

„Het is uitgelekt dat ik vorig jaar kandidaat was voor het Kamervoorzitterschap, dus dat zal ik niet ontkennen. Er is gestemd in de fractie, Anouchka [van Miltenburg] won, 21-18, dat vond ik jammer, ik wilde graag.

Ik ben ter voorbereiding zelfs naar Zuid-Frankrijk gereden voor overleg met Gerdi Verbeet. Heel gezellig en informatief, mijn vrouw en ik zijn twee dagen gebleven, ik heb zelfs voor ze gekookt – Wim Meijer was er ook bij, de man van Gerdi, PvdA-politicus, met wie ik het altijd uitstekend heb kunnen vinden.

„Halbe [Zijlstra] heeft me daarna gevraagd fractiesecretaris te worden. Loek Hermans en Benk Korthals hebben in een biechtstoelprocedure mijn kandidatuur aan de fractie voorgelegd. Er kwam uit dat drie mensen zich afvroegen of ik wel voldoende empathisch vermogen heb.

[Bulderlach.] „Dat betekende dus dat 38 collega’s blij met mij waren!

„We lachen veel in de fractie. We verschmerzen problemen met een grol. Halbe is scherp maar ook los, een man die plezier in het leven brengt. In de zomer hadden we ons fractie-uitje bij de Hermitage. Zitten we aan de lunch, krijgen we thee. Halbe zegt: théé? Mag ik een glas wijn? Ik bedoel, bij de PvdA maken ze zich op voorhand zorgen over de beproevingen waarmee ze op het fractie-uitje geconfronteerd worden.”

Verleuking

„Ik vind dat we de media vaker tot de orde moeten roepen. Ik weet het wel – de traditionele houding in Den Haag is dat je erboven gaat staan. Je klaagt niet over een krant. Maar zo ben ik niet. Ik wil zaken veranderen. En ik vind dat wij iets mogen vinden van de media. De Nederlandse journalistiek lijdt onder de verleuking, ik vind dat de journalistiek daarover zou moeten praten. En als zij het niet doen, dan doe ik het wel.

„Mijn verslaggeverwerk bij Den Haag Vandaag heeft mijn imago bepaald. Dat begrijp ik wel. Ik wekte de indruk dat ik een fanatieke jongen ben. Dat klopt natuurlijk ook. Dat ben ik nog steeds wel, maar met een wat bredere blik, vind ik. En ik heb nu wél een leuk huwelijk.

„Ik heb de journalistiek niet enthousiast verlaten: vaak een laffe beroepsgroep die zijn voorkeuren verborg achter maniertjes. Je ziet het niet alleen bij televisie. Ik heb tussen mijn tv-werk door een jaartje interviews gemaakt voor Het Parool. Ik deed er een met Willem Drees jr., een visionaire man was dat: lees zijn programma uit 1972 terug en je wrijft je ogen uit.

„Maar voor links was hij door zijn immigratiestandpunt een verdachte figuur, terwijl rechts z’n openbaar vervoer niet pruimde, en het gevolg was dat hij in de media altijd werd afgezeken. Ik wilde dat niet. Ik vond dat niet correct. Dus ik schrijf een stuk en laat hem helemaal in zijn waarde. En ik weet nog dat ik tegen de hoofdredacteur zei: ga er nou niet in zitten roeren, hè. ‘Nee, nee, natuurlijk niet.’ Maar wat denk je? Daar gaat iemand dat hele stuk zitten verlinksen. Ze stoppen een cynisch toontje in mijn vragen. Gewoon laf. Misbruik van je journalistieke positie. Ik ben er nog boos over.

„Het is dezelfde lafheid die je aantrof na de moord op Theo van Gogh. Theo van Gogh was een vriend; ik leerde hem kennen bij AT5 en kon het geweldig met hem vinden. En ik weet nog dat ik na de moord met Theodor Holman op een herdenkingsbijeenkomst kwam. Iedereen was er. Iedereen wilde er ineens bij horen. En Theodor riep: zeg Ton, heb jij dat nou ook: ik ken hier helemaal niemand.”

Coaching

„Ik coach enkele van onze nieuwe Kamerleden en leg ze uit dat politiek in Nederland helaas onvoldoende om de inhoud draait. Het is tegen andermans schenen schoppen; net zolang tot de coalitie ten val komt. Als VVD-Kamerlid heb je met die realiteit te maken. Ik leg ze uit: wanneer al die oppositiepartijen je bespringen moet je niet denken dat je ineens gek bent geworden of zo. Hou er rekening mee dat je bespeeld wordt. Ga erboven staan. Geluk ermee – die houding.

„Dat is de buitenkant. In de binnenwereld van de politiek gaat het anders toe. Als secretaris van de grootste fractie zit ik het fractiesecretarissenoverleg in de Kamer voor. Een vertrouwensfunctie waarin je veel voorbereidt. In de zomer heb ik geplooid dat Madeleine van Toorenburg van het CDA de enquête naar de Fyra gaat leiden; het hing er een beetje om wie aan de beurt was, daar zijn geen harde criteria voor. Ik mail rond, ik bel een beetje, geef in de zaal tijdens het vragenuur als oliemannetje hier en daar een zetje.

„Ik kan het met iedereen vinden. Ook met Martin Bosma van de PVV, zeker wel. Hij houdt natuurlijk rare riedeltjes over de media, daar moet je doorheen kijken, dat is allemaal spel. Ik moet vaak om hem lachen. En ach weet je, het Binnenhof is natuurlijk gewoon een dorp waar de PVV in meedraait. Dus als Fleur Agema ineens inschikkelijk is bij de regeling van werkzaamheden, dan vragen we haar vanuit de andere fracties: Fleur, gaat het wel goed met je?

„Met de PvdA samenwerken is soms moeilijker dan met de PVV in het vorige kabinet – maar dat weten we van elkaar. In het weekend voeren onze woordvoerders motieoverleg met hun collega’s bij de PvdA. Daaraan kun je het grote stijlverschil tussen de twee partijen goed herkennen. Bij de PvdA heeft de leiding alle regie in handen; wij gaan uit van de verantwoordelijkheid van het individu: bij ons kiezen fractieleden zelf.

„Ik heb geleerd dat ik pragmatisch moet zijn in deze functie. Ik bedoel, als we motie-overleg met de PvdA hebben, geven we er altijd wel een paar weg. Een half uur geleden nog, iets met dieren. Dat is dan natuurlijk heel belangrijk voor onze fractie, dus dan maak je niet iedereen blij. Maar ik ken het bedrijf, ik weet hoe een coalitie werkt. Niets aan te doen, zeg ik dan tegen de collega. Zo werkt het: er gaat eindeloos energie zitten in moties die een week later vergeten zijn, en nóóit meer enige aandacht zullen krijgen.”