NAC: een duivels dilemma

En wéér moest de gemeente Breda zijn betaaldvoetbalclub redden van een faillissement // Hoe lang blijft NAC zichzelf en de stad nog in problemen brengen? // ’We voelen ons gechanteerd’, zegt een raadslid

De gemeente Breda onderzoekt of de relatie met NAC losser kan worden.

Verslaggever

De fanshop heeft de afgelopen weken onverminderd goede zaken gedaan. Er zijn opnieuw heel wat shirts, sokken, zweetbandjes, sleutelhangers, vaantjes en mokken verkocht voor de feestdagen, vertelt de vrouw achter de kassa. Wordt er in de winkel veel over het mogelijke faillissement gesproken? „Nou, de klanten zeggen te hopen dat de club niet failliet gaat, want anders hebben ze de spullen voor niets gekocht.”

De Bredase voetbalclub NAC is onlangs voor een faillissement behoed. De club kwam acuut twee miljoen euro tekort en zou vanaf het nieuwe jaar geen geld meer hebben voor salarissen. De gemeente schoot te hulp. Zoals bijna alle gemeenten met een profclub, meestal goed voor de nodige exposure van een stad, ging ook Breda akkoord met een reddingsplan. De club krijgt een fikse korting op de jaarlijkse huur van het stadion en de gemeente bekostigt zelf het noodzakelijke groot onderhoud in de komende jaren.

Om deze huurverlaging had een groep van ruim twintig weldoeners van NAC gevraagd. De geldschieters, onder aanvoering van Paul Burema, Rob van Weelde en Wim van Aalst, steken al jaren veel geld in de club, en waren bereid zeven miljoen euro aan leningen om te zetten in aandelen en zelf nog eens vier miljoen extra te doneren, op voorwaarde dat de gemeente als eigenaar van het stadion de huur zou verlagen.

De gemeenteraad stemde onlangs met frisse tegenzin met de reddingsoperatie in. De weldoeners hebben de stad voor het blok gezet, vindt raadslid Jos Koniuszek (GroenLinks). „We voelen ons gechanteerd.” Dat geldt ook voor raadslid Patrick van Lunteren (SP). „Ik wil het liever geen chantage noemen, maar daar lijkt het wel op. Als deze mensen het leuk vinden miljoenen in de club te steken, wat maakt dan die huurverlaging uit?”

Dat de gemeente de financiers misschien dankbaar moet zijn, wil er bij hem niet in. „Hoezo? Die mensen willen dat toch zelf? Er zijn ook mensen die de buren een pannetje soep brengen.” Ook de deadline die de financiers stelden, stuit de raadsleden tegen de borst. De gemeente moest op stel en sprong een voorstel in elkaar timmeren terwijl al enkele maanden duidelijk was dat de club krap bij kas zat. Van Lunteren: „Het moest ineens voor Kerst geregeld worden. Enige nederigheid had een club die al jaren een financieel wanbeleid voert gepast. Schandalig.”

Nu blijft de schade beperkt

Burgemeester en wethouders stellen dat zij eigenlijk niets anders konden doen dan NAC redden. Wethouder Arbouw (VVD) spreekt van een „duivels dilemma”: niet helpen zou leiden tot het faillissement van de club en dat zou de stad veel meer geld kosten. De gemeente verlaagt nu de jaarlijkse huur van het stadion van 1,2 miljoen euro met 325.000 euro en betaalt het noodzakelijke groot onderhoud met maximaal 250.000 euro per jaar. Bij een faillissement zou de stad met een stadion blijven zitten dat niemand wil huren, maar dat wel voor 17,8 miljoen euro in de boeken staat. „Onze accountants zouden ons verplichten daarvan een groot deel af te boeken”, aldus Arbouw. „Dan hadden we pas echt een probleem gehad.”

Nu blijft de schade beperkt. De stad mist jaarlijks enkele tonnen aan inkomsten maar ook is afgesproken dat NAC een jaar of tien langer huur betaalt. „Dus uiteindelijk verliest de stad geen geld”, zegt Arbouw. „We zijn niet trots dat we de club moeten redden, maar het is maatschappelijk uitlegbaar.” Bovendien is de club niet langer de exclusieve huurder van het stadion en kan dit worden gebruikt voor evenementen.

In de stad heerst gelatenheid. De meeste inwoners lijken zich te kunnen vinden in wat het college van B&W schrijft over het alternatieve scenario, namelijk een faillissement: „Alleen al vanuit de onweersproken meerwaarde die NAC heeft voor de stad is dat een weg die de gemeente wil vermijden.”

Maar zeg niet te hard dat de rest van de stad er niets van zal merken. De gemeente heeft de afgelopen jaren 130 miljoen euro moeten afboeken op het grondbedrijf. Er zijn buurthuizen en bibliotheken gesloten. Op het stadhuis zijn ambtenaren ontslagen. Bewoners doen zelf onderhoud aan plantsoenen omdat de gemeente daar geen geld meer voor heeft. Musea, festivals, en amateurverenigingen hebben minder of niet langer subsidie gekregen. En dan een voetbalclub redden? Koniuszek: „NAC is belangrijk voor de stad, maar armoedebeleid is ook heel belangrijk.”

Waarom zit NAC keer op keer in geldnood? De club draaide tien jaar geleden tot verbazing van velen mee in de top van de eredivisie maar bleek financieel gezien op sterven na dood en kon alleen worden gered doordat de gemeente het stadion overnam. De toenmalige wethouder Janus Oomen werd destijds door duizenden supporters toegezongen op de Grote Markt.

Vijf jaar later, tijdens opnieuw een sportief topjaar, moest de gemeente alweer bijspringen. Waarom vraagt een club die die elke twee weken een vrijwel vol stadion trekt met achttienduizend toeschouwers, telkens om hulp?

Een gebrek aan sponsors

NAC zelf ziet als belangrijkste oorzaak de risico’s die in het verleden zijn genomen. „Er kwamen steeds weer lijken uit de kast”, zegt een woordvoerder van de club. Daarbij duikt vaak de naam Theo Mommers op, tot drie jaar geleden algemeen directeur. Mommers zou gedurende zeven jaar in zijn eentje discutabele beslissingen hebben genomen. Zelf ziet hij dat anders.

Eigenlijk, stelt huidig algemeen directeur Justin Goetzee van NAC, is de club al tien jaar niet gezond en is nu pas de tijd aangebroken om te genezen. Als voorbeeld geldt het verpachten van het supportershome, een jaar geleden. Goetzee: „Als men toen de horeca niet voor 6 ton had verpacht, was de club failliet gegaan.” Maar de club mist nu een zekere bron van inkomsten. Want er wordt volgens kenners nergens zo stevig gedronken als in het NAC-café.

Men wijst op hoge spelerssalarissen, een verbouwing die meer tijd en geld kostte dan gepland en het faillissement van de projectontwikkelaar. Maar de directe aanleiding voor de huidige geldnood is volgens de club het gebrek aan sponsors. Drie jaar geleden haalde de club nog 6,7 miljoen euro op, vorig jaar 5,5 miljoen. Dit seizoen rekende men op 5,7 miljoen euro, maar werd het 4,2 miljoen.

Het tekort liep verder op door een tegenvaller bij de aanleg van veldverwarming en een afkoopsom voor het ontslag van twee fysiotherapeuten. Wat de club ook geen goed heeft gedaan, stelt Goetzee, is dat dit jaar twee accountmanagers na onenigheid met de leiding zijn vertrokken. „Dat waren graag geziene mensen uit de stad die veel sponsors binnen wisten te halen. Die zijn niet adequaat vervangen.”

De gemeente en de voetbalclub zien de reddingsoperatie als een „nieuw begin”. NAC gaat aan de slag met het uitgeven van aandelen. En de gemeente onderzoekt de komende drie jaar of de relatie met de club losser kan worden. Wat zou het heerlijk zijn, verzuchten betrokkenen, als een Brabantse miljonair het stadion zou kopen. Arbouw: „De komende jaren moet blijken hoe veel de regio daadwerkelijk over heeft voor de club.”