Muziek was mijn vlucht

Benjamin Herman (45) is altsaxofonist en bandleider van de succesvolle jazzband New Cool Collective die twintig jaar bestaat. „Ik ga nooit blijer naar bed dan na een avond spelen.”

New York

„Ik was 24 jaar en studeerde een half jaar jazz in New York. Ik leefde van 15 dollar per dag, was net gedumpt door mijn meisje en woonde in een kelder zonder ramen. Dat was nog gunstig vergeleken met hoe andere musici leefden. Maar ik vond het niet prettig. En er was geen werk. Ja, de droom van een jazzmuzikant is dat energieke New York. Je wilt de beste worden, de ‘first call’, daar gaat het daar om. Maar zo iemand bleek ik niet te zijn. Liever wilde ik in Nederland met een bandje de hort op. Leek mij een heerlijk vooruitzicht.”

New Cool Collective

„New Cool Collective bestaat twintig jaar. Goede muzikanten én gelijkgestemden. De acht man werd een echte vriendenclub. Wie er bij kwam, ging niet meer weg. Nu ja,… er stapte er wel eens een op. Maar je kunt niet ontslagen worden uit New Cool. Hoe bont we het ook maakten. Wat wil je, we zaten soms dag en nacht op elkaars lip. Deelden kamers, het eten en drinken. Hadden ruzies. We hadden allemaal onze moeilijke periodes. Bandleden die niet te harden waren op het podium, shows die vernacheld werden door dronkenschap. Een volgepiste koffer, kotsen in de bandbus, relaties op de klippen. Het pesten aan het ontbijt: ‘Man, wat was jij lazarus’. Overlast in buitenlandse hotels. Mensen rommelend met eh ... de secundaire arbeidsvoorwaarden, de genotsmiddelen en substanties.

„Kijk, dít is bandleven. We zijn een beetje gestoord gezin. En over het meeste praten we niet. De houding is ‘dat het wel weer overgaat’. Ik ken bands, nee die noem ik niet, die als praatgroepen alles evalueren na de show met de kleedkamer op slot. Dat is toch verschrikkelijk.”

Fanatiek

„Toen ik de New Cool opzette was ik vastbesloten de band niet in twee jaar te laten opbranden. Maar ik kon daarin zeer fanatiek zijn, op het irritante af. Zo ben ik jaren tegen blowen en drinken voor de show geweest, de show was te belangrijk. Ja, ik was uptight. Ik zag de band ook het liefst in pak. Had iemand z’n jasje niet bij zich, was ik pissig. Gingen ze expres dat jasje vergeten, natuurlijk. Zo’n grote jazzband laat zich geen kant op sturen, weet ik nu. New Cool beweegt organisch, iedereen mag zijn stem laten horen en je láát elkaar. Alleen dan red je het zolang. ”

Zelfstandig

„Tuurlijk, zelf dacht ik ook wel eens: doei. Maar ik doe dit veel liever dan ergens de stersolist uithangen. Ik ben nu 45 jaar. Ik speel in diverse bands en ik reis. Om dat zo te houden moet ik hard werken: steeds weer platen maken met mijn bands – de volgende met mijn kwartet komt uit in januari, gigs regelen, studeren en nadenken over of wat je doet zin heeft. Vanzelf gaat het niet als zelfstandige. Tien jaar terug kreeg ik sterk het besef: voor mij geen vaste baan als sectieblazer in een orkest of als docent op het conservatorium. Ik gaf op dat moment les op het conservatorium in Rotterdam. Stoppen was financieel niet de meest slimme zet. Maar daar ligt mijn hart niet.”

Jazzaerobics

„Mijn tweewekelijkse jamsessie bij sociëteit De Kring was een eigen initiatief, voor een klein bedragje. Een creatieve investering, zou je kunnen zeggen. We doen het al acht jaar. Mijn album Campert kwam er uit voort, evenals Hypochristmastreefuzz, Café Solo, m’n nieuwste release Live is daar zelfs gedeeltelijk opgenomen. Ook in andere horecagelegenheden speel ik graag. Lekker de hele avond raggen op m’n sax. Ik noem het spottend jazzaerobics. Onderschat dat niet. Ik ga nooit blijer naar bed dan na een avond spelen. Dat was vroeger al aan het Leidseplein in de kroegjes van tien tot drie ’s nachts. Blij word je daarvan, man.”

Therapie

„Zelden ben ik tevreden over mijn spel. Zeker de laatste tijd niet. Ik trek er hard aan. Zo zit mijn zogenaamde ‘jeugdige onbevangenheid’ me in de weg. Ik vind dat gewoon niet meer zo charmant. Ik zocht laatst een psycholoog op; gek werd ik van mijzelf. Ik kwam er na shows gewoon niet meer overheen als dingen niet waren gelukt op het podium. Natuurlijk, dit is een muzikanten-tic, maar ik flipte over dingen die ik al een miljoen keer heb gedaan. Zat soms maar wat te graaien op die sax. Mijn bandleden keken elkaar vragend aan: wat is er met hem aan de hand?

„De therapeut dacht aan een midlifecrisis. Ik kwam er geen steek verder. Meer had ik aan leraar en bastrombonist Erik van Lier die me over een actieve blaashouding vertelde. Kijk, ik ben altijd een intuïtieve speler geweest. En je ziet: één kink tussen lichaam en geest en het hele systeem stopt ineens. Nadenken op het podium – moet je uitschakelen. Een jazzheld als Sonny Rollins had altijd zijn twijfels. En hij kon niet tegen complimenten. Dat herken ik. Als ik word bestempeld als beste saxofonist van Nederland, dan schaam ik me. Dat ben ik helemaal niet! Maar als je af en toe met je kop in de krant staat denken de mensen dat er niemand anders is. De waarheid is dat de jonge garde me er zo uit blaast. Ze gaan krankzinnig hard, zijn van een goed niveau.”

Emigratie

„Ik was acht toen ons gezin van Londen naar Zaandijk verhuisde. Mijn tweelingbroer en ik waren de jongsten van zes kinderen, we hebben nog twee broers en twee zussen van wie er een overleden is. Onze vader was rabbijn en psycho-analist bij de Liberaal Joodse Gemeente. Hij was gespecialiseerd in oorlogstrauma’s. In Zaandijk was het heel anders. Raar. Iedereen vond ons een beetje gek. Maar we leerden snel Nederlands. Alles veranderde na een jaar. Mijn zus kwam op haar dertiende om bij een aanrijding. Mijn ouders groeiden door haar overlijden uit elkaar. Mijn vader werd verliefd op iemand anders en vertrok. Toen de oudste kinderen uit huis gingen bleven mijn broer en ik alleen over met onze moeder. Voor mijn bar mitswa had ik een saxofoon gekregen en ik studeerde de hele dag, vooral toonladders. Muziek was mijn vlucht, ik voelde me er beter door.”

Liberale rabbijn

„Het joodse geloof heb ik naast mij neergelegd. Muziek kun je beschouwen als mijn religie, ik besteed er de meeste tijd aan. Ik ben niet orthodox opgevoed; mijn vader was een liberale rabbijn. Het klaarstomen van een joodse jongen van zijn achtste tot dertiende, liep voor mij en mijn tweelingbroer eigenlijk mis. Het waren de jaren dat onze familie in de kreukels lag.

„Als ik nu concerten geef, en wat aan het vertellen ben op het podium, denk ik vaak aan mijn vader in de synagoge. Dat was zijn podium, zijn show met zingen, de preek waar hij een week aan had gewerkt. Sonny Herman wilde de mensen laten ontspannen.”

Amsterdam - Rotterdam

„Mijn vrouw woont in Rotterdam en ik woon in Amsterdam. Het is voor ons het beste van twee werelden, we doen wat we willen en we blijven met zijn tweeën. Los van onze eigen twijfels of kinderen bij ons passen, heeft de natuur uiteindelijk beslist dat het ook niet kan. Het is soms lastig communiceren met leeftijdsgenoten: geen hypotheek- en crèchegesprekken voor ons. En soms moet ik even slikken als ik het gezin van mijn tweelingbroer zie. Het heeft ons vooral doen besluiten om de dingen te doen die anders niet mogelijk zouden zijn. Zoals naar Japan, het land van onze honeymoon. We waren er in de lente weer voor de ‘cherry blossom’. Maar oh ironie, nu plannen we toch onze vakantie rond de kindervakanties, voor de bandleden.”

20 jaar New Cool Collective, 23/12 Melkweg. 24/1 Amsterdam World Jazz City. 26/1 Benjamin Herman Quartet, Bimhuis Amsterdam