Medisch googlen

Technologie

Carola Houtekamer Een hobby voor de wintermaanden: medische kwaaltjes googlen. Dat levert bruikbare data op voor bedrijven die proefpersonen zoeken.

Ik heb een heerlijk tijdverdrijf gevonden voor in de donkere wintermaanden. Medisch googlen. Als lichte hypochonder (en biecht maar op: wie is dat niet in tijden van webfora en jong ouderschap?) speur ik graag naar medische weetjes. Spruw, pseudokroep, rode vlekjes, nog meer rode vlekjes, ijzertekort, kinkhoest (oké, dat was overdreven, maar waarom stopt-ie anders niet met hoesten?): ik kan er een leven mee vullen.

Het is ook zo lekker. Die instantbevestiging dat het allemaal nog veel erger kan. De medische horrorverhalen. De hysterische moeders en hun horkerige artsen. En de geruststelling dat élk kind de vijfde en zesde ziekte krijgt – aandoeningen waar je nog nooit van had gehoord tot je je peuter roodgevlekt uit z’n bedje tilde. Oh, en kijk, bij Bol.com kun je gewoon een thuistest voor glutenallergie bestellen!

Een beetje googlen is vrijblijvend. Geen dossier, geen kosten, geen huisarts die noteert ‘moeder wel erg bezorgd’. Ik heb me zelfs nog, heel principieel, uitgeschreven voor het elektronisch patiëntdossier. Mijn medische gegevens zijn van mij.

Vergeet het maar. Deze week stond in The Wall Street Journal een ongemakkelijk artikel over bedrijven die zich toeleggen op het vinden van proefpersonen voor klinische studies en geneesmiddelenonderzoeken. Dat is niet makkelijk: vind maar eens honderd mensen tussen 40 en 50 jaar binnen een straal van 70 kilometer met een bepaald type astma en geen huisdieren, die tegen betaling nieuwe pillen willen proberen.

Dat er proefpersonen voor geneesmiddelenonderzoek nodig zijn, is niet zo verontrustend. Maar de nieuwe rekruteringsmethodes zijn dat wel. De traditionele manier was altijd: briefjes bij de huisarts ophangen, advertenties in kranten plaatsen, specialisten hun patiënten laten benaderen. Maar met slimme datamining kan veel meer. Ook als je medische dossier niet op straat ligt, kunnen bedrijven vrij goed gokken welke kwaal je hebt.

Je digitale sporen, en vooral de combinatie daarvan, wijzen stiekem op je medische gesteldheid. Voor de hand liggend: wie doneert aan de Hartstichting of webfora bezoekt voor sportende hartpatiënten heeft wellicht zelf een hartkwaal. Subtieler: wie Netflix heeft, vaak kleren online koopt en regelmatig in fastfoodrestaurants eet, heeft grotere kans obees te zijn. Je geeft je bloot door wat je online koopt en zoekt en waar je online rondhangt.

In Nederland gebeurt dit ook al, in lichte mate. Het bedrijfje Link2Trials in Haarlem probeert onderzoekers te koppelen aan proefpersonen. Link2Trials, nu al met 28.000 aanmeldingen in de database, is opgericht door student biomedische wetenschappen Edwin Swart. Hij heeft nu een klus waarbij hij dikke, maar gezonde mensen moet vinden voor een voedingsstudie, binnen een straal van 12 kilometer van een klein plaatsje in Nederland. Swart aan de telefoon: „Da’s een lastige.”

Link2Trials rekruteert, heel traditioneel, vrijwilligers via de krant, via een eigen Facebookpagina en via Google Adwords op webfora. Maar Swart wijst ook bezoekers van de Facebookpagina van bijvoorbeeld het Diabetesfonds actief op bepaalde studies. „Niet te wervend, want dat mag niet in Nederland.”

Die technieken zijn natuurlijk allemaal gewoon van de online marketing geleerd. Google weet ook vrij goed advertenties te plaatsen bij jouw voorkeuren, Bol.com doet prima suggesties voor kerstcadeaus.

Maar als het gaat over ziekte en gezondheid, wordt het snel akeliger. Hoe groter de databases, hoe zichtbaarder de patronen, hoe meer bedrijven (en straks ook verzekeraars) weten hoe gezond je bent. Op basis van informatie die je niet verborgen kunt houden. Dat maakt je kwetsbaar, voor premieverhogingen, of uitsluiting van de arbeidsmarkt.

Of rijker, natuurlijk. Wie weet voor welke lucratieve klus ik word benaderd, als ik nog een keer op ‘rode vlekjes’ google.