...maar dan stevent SNS toch af op een nederlaag

21:00

Terwijl de juristen bij de centrale bank een negatief advies opstellen, krijgt SNS Reaal van het ministerie nog een laatste kans. De ambtenaren zetten een conference call op. Topambtenaar Wouter Raab vertelt aan de toehoorders van de bank en de investeringsmaatschappij dat zij inmiddels hun minister al hebben laten weten dat het voorstel in hun ogen niet goed genoeg is. Alleen, ze geven hem pas een formeel advies nadat DNB hen officieel heeft geadviseerd. Zover is het nog niet. SNS Reaal en CVC mogen daarom nog een allerlaatste keer hun voorstel toelichten.

Nu zal de investeerder wel toehappen, denken de ambtenaren. Nu draaien de ambtenaren wel bij, denken de bankiers.

En dus legt Latenstein nog maar een keer uit waarom hun plan deugt en bovendien beter is voor de staat dan nationalisatie. Wouter Raab spreekt hem tegen. De staat moet bij de overname door de investeerder ongeveer evenveel geld in de bank en verzekeraar stoppen als bij een nationalisatie. En in dat laatste geval heeft de staat er in elk geval zelf nog iets over te zeggen. Het is een herhaling van zetten.

Er moet simpelweg geld bij. Punt. Dat kán niet nieuw zijn, zegt Raab. Dit vertellen ze hen nu al weken.

Dan komt CVC met een laatste voorstel. De konijn uit de hoed. Eindelijk, denken de ambtenaren. De investeerder stelt voor dat het kapitaaltekort wordt bijgevuld, tot 2,4 miljard, in harde munten. Via een ingewikkelde constructie met de andere banken komt er nog eens 550 miljoen euro bij. Dan zijn ze er. Dit moet voldoende zijn. Het is zelfs meer dan het ministerie van hen vroeg. Dit kan de minister niet weigeren.

Het is een constructie die de topambtenaar al zag aankomen. Hij wist dat dit een van de scenario’s was die de investeerder overwoog. Raab heeft het voorstel daarom een paar dagen eerder voor de zekerheid al eens voorgelegd aan de verantwoordelijke ambtenaar in Brussel. Die legde het weer voor aan zijn teamleider. Beiden hebben hem laten weten dat deze constructie niet geoorloofd is. Brussel had half januari al gezegd dat een oplossing met steun van ING en ABN Amro moeilijk zou worden. Vanwege de staatssteun die deze banken tijdens de kredietcrisis kregen, hebben ze van de Europese Commissie een overnameverbod gekregen. Het redden van SNS Reaal valt daar ook onder.

Dat wist ook CVC, daarom stelt de investeerder nu voor dat de Nederlandse banken een achtergestelde lening verstrekken aan SNS Reaal. Daarmee hopen ze het overnameverbod te omzeilen. Alleen, de ambtenaren in Brussel zien het voorstel niet als een lening, maar toch echt als risicodragend vermogen, weet Raab. Daarmee worden de Nederlandse banken de facto aandeelhouder van SNS Reaal. Het is onwaarschijnlijk dat daar toestemming voor komt. De constructie is niet acceptabel. Helaas. Bovendien zijn de andere banken nog niet eens van het plan op de hoogte. Ook die zullen er iets van moeten vinden. Daarvoor is het nu echt te laat. Sorry.

Een medewerker van SNS Reaal zegt nog dat het niet redelijk is dat ze pas gisteren te horen hebben gekregen dat er 400 miljoen euro meer bij moet dan ze al dachten. Raab zegt verbaasd dat dit zeker niet het geval is. Hij heeft dat al eens in een eerder stadium laten weten, toch? De baas van CVC Rolly van Rappard beaamt dat, volgens betrokkenen. Ze zijn met zijn allen geen stap verder gekomen.

Dit is het moment dat de ambtenaren weten dat het gedaan is.

Direct na het gezamenlijk telefoongesprek belt Salden met minister Dijsselbloem. Ze brengt hem de slechte boodschap over. „Jeroen, ze bewegen”, zegt ze, „maar niet genoeg”.

Raab stuurt nog een laatste bericht naar Van Rappard. „Ik denk dat het geen zin heeft. Ik weet geen manier om dit tot een goed einde te brengen”, is de strekking van het bericht. Dan houdt de communicatie tussen de ambtenaren en de bankiers en investeerders voor deze avond op.

Op het ministerie is een groep van ambtenaren, advocaten van Allen & Overy en andere externe adviseurs dan al de hele dag aan het werk. Aan het einde van de dag verplaatsen de gesprekken zich naar een van de weinige kamers op het ministerie die geen ramen heeft. De ambtenaren willen niet dat collega's en bezoekers die niets met het dossier hebben te maken, zien dat er tot laat in de nacht nog wordt doorgewerkt. Dat wekt argwaan. Hier moet in alle rust kunnen worden gewerkt. De raamloze kamer wordt verlicht door grote, ronde buislampen boven lange witte tafels die in een vierkant staan opgesteld. Vanaf de kantoorwanden kijken ministers van Financiën en thesauriers-generaal uit voorgaande eeuwen mee – Steenwijk, Van Alphen.

Er worden broodjes en soep gebracht van een cateraar in de buurt, maar de groep is in de loop van de avond uitgegroeid tot ongeveer 25 mensen en voor wie hard doorwerkt en pas later op de avond tijd heeft om te eten, is er niets meer. De ambtenaren zijn gespannen. Het is niet voor het eerst dat een bank in handen van de staat komt, maar het is wel voor het eerst dat de interventiewet zal worden toegepast. Deze wet maakt het mogelijk om aandeelhouders van een financiële instelling te onteigenen als de stabiliteit van het financiële systeem in acuut gevaar is. De minister wordt steeds op de hoogte gehouden. Hij is niet op het ministerie, maar wel bereikbaar en in de stad.

22:30

De bestuurders en enkele overgebleven commissarissen van SNS Reaal komen na de conference call weer bij elkaar bij De Brauw. Het is inmiddels half elf in de avond. Latenstein vertelt de anderen dat het ministerie het voorstel nog altijd niet gebalanceerd genoeg vindt. In de ochtend zullen Wouter Raab en CVC nog een laatste gesprek hebben, denkt hij. Het gezelschap bespreekt de persberichten die ze moeten voorbereiden voor de twee scenario’s. Met beide wordt nog rekening gehouden. Nog even wordt er geopperd of een stap naar de voorzieningenrechter een optie is, maar het voorstel wordt direct weer afgeschoten. Het heeft geen zin. Om 22.55 uur gaan ze uit elkaar.

In Den Haag neemt het ongeduld toe. Er ligt al sinds de zomer een draaiboek klaar voor de nationalisatie. Ze weten wat hen te doen staat, maar ze kunnen nog niets. Ze moeten wachten tot ze het besluit van DNB ontvangen. Ze weten informeel al hoe dat luidt, maar ze kunnen niet verder tot ze het zwart op wit in handen hebben.

Als Salden via een adviseur hoort dat de centrale bank pas de volgende ochtend verslag wil uitbrengen, belt ze Sijbrand. Hij bevestigt dat hij de brief in de ochtend zal sturen. „Schikt het als ik hem om vijf uur naar je stuur?”, vraagt hij rustig. Salden laat de telefoon uit haar handen vallen. Raapt hem weer op. „Jan, ik moet dit óók doen”, zegt ze. „Ik kan ook niet gaan slapen.”

De brief moet er echt nog deze avond zijn. De minister wil morgenochtend om half negen een persconferentie geven, zegt ze. Sijbrand zegt het te begrijpen. Hij belooft de advocaten aan te sporen. Even later belt hij haar terug. Het komt in orde, zegt hij. De brieven zullen nog diezelfde avond worden gescand en naar het ministerie worden gemaild. Hij kondigt ook aan haar kant op te komen.

Sijbrand zal morgen om half acht op het ministerie moeten zijn. Een uur later zal hij met de minister een persconferentie geven. Hij wil niet het risico lopen dat hij vast komt te staan in een file. Zijn chauffeur rijdt hem naar het Hilton in Den Haag. Daar checkt hij nog voor middernacht in.

Om half een ’s nachts ontvangen de ambtenaren de brief van DNB. Er is dan al zo veel voorwerk gedaan, dat ze hun eigen brief er vrij snel aan toe kunnen voegen. Nog geen uur later, om 1.23 uur, stuurt het ministerie de brief met het negatieve besluit van DNB plus een eigen begeleidende brief naar onder andere Latenstein.

In de dichte witte kamer met de voormalige schatkistbewaarders aan de wand, zit het hele team van ambtenaren, advocaten en adviseurs nu bijeen. Het is er zo druk dat sommigen langs de kant moeten staan. De e-mail is de deur uit. Maar het moeilijkste moet nog gebeuren. Iemand zal de bestuursvoorzitter van SNS Reaal het slechte nieuws ook persoonlijk moeten vertellen.

01:30

Gita Salden staat op en zegt: „Ik ga nu met Ronald bellen.” Ze ziet er tegen op en wil het zo snel mogelijk achter de rug hebben. Ze loopt naar haar eigen kamer ernaast en sluit de deur. Met haar mobiele telefoon belt ze de zijne. Hij neemt vrij snel op. Ze zegt: „Ronald, heb je de brief gezien?” Latenstein zegt: „De brief is overduidelijk. Die laat geen twijfel over.”

Ze zijn beiden even stil. „Gita, zeg het maar.” Ze haalt diep adem. „We kunnen niet anders dan terugvallen op het noodscenario. Het betekent dat we gaan onteigenen. We gaan het morgen voorbeurs bekend maken.”

Salden loopt terug naar de volgepakte, dichte kamer ernaast. Ze is emotioneel. Niemand zegt iets. Het team houdt zich stil. De veelal vrij jonge, ambitieuze ambtenaren zijn evengoed maanden bezig geweest om een omvallende grote bank in veiligheid te stellen. Het liefst hadden ze er een mooie, nieuwe constructie voor bedacht. Nationalisatie, dat had iedereen kunnen bedenken. Ze zien het als een nederlaag. Ze zitten een tijdje stil bij elkaar, gelaten. Dan zeggen ze dingen tegen elkaar als: ‘goed gedaan’ en ‘lastig maar het kon ook niet anders’. Al snel gaan ze weer aan de slag. Er moet nog een hoop gebeuren. De minister moet worden bijgepraat, de documenten moeten in orde zijn.

Om drie uur die nacht stuurt minister Dijsselbloem een sms-bericht naar Gerard van Olphen en Maurice Oostendorp, de nieuwe bestuurders van SNS Reaal. Hij zal voorbeurs de nationalisatie van de bank en verzekeraar bekend maken.

Van Olphen wordt wakker van het sms-bericht. Hij krijgt ook te horen dat hij vanaf zeven uur de secretaris van de raad van bestuur en de directeur communicatie van SNS Reaal kan bellen. Die zijn dan al bij De Brauw. Hij slaapt niet meer. Van Olphen gaat achter de computer zitten en bekijkt er de foto’s van een trip naar Stockholm afgelopen zomer. Daar staan ze, op de boot. Hijzelf, Ronald Latenstein, Wouter Tuinenburg en Conrad Rombout. De oude vriendenclub van Reaal verzekeringen, waar hij eind jaren negentig met Latenstein samenwerkte.

Hij is twee weken eerder voor de baan benaderd. Op woensdag 16 januari zat hij in de auto toen hij een telefoontje kreeg. „Hoe zit jij in de wedstrijd?” vroeg Hans Horn van headhunter Egon Zehnder hem. Bestuurders van grote bedrijven weten wat die vraag betekent. Ze weten ook wat ze erop moeten antwoorden. Als je ja zegt, ben je te gretig. Als je nee zegt, krijg je niet eens te horen wat voor interessant voorstel de headhunter wellicht voor je in petto heeft. „Dat hangt ervan af”, zegt Van Olphen. Hij is dan alweer elf jaar financieel bestuurder bij Achmea. Een nieuwe uitdaging kan best interessant zijn. Goed, zegt Horn. „Het kan zijn dat je binnenkort gebeld wordt.” Daar blijft het bij.

Een paar dagen later, op 22 januari, belt Horn hem opnieuw. Hij vertelt dat het ministerie van Financiën op zoek is naar een nieuwe bestuursvoorzitter voor SNS Reaal. Er is een reële kans dat de bank en verzekeraar genationaliseerd wordt. Dan moet er een nieuwe bestuursvoorzitter klaar staan. Op vrijdagochtend 25 januari zit Van Olphen om half negen op het ministerie. Er zijn drie dingen die hij moet doen, krijgt hij te horen. De vastgoedbank afsplitsen. Zorgen dat SNS Reaal het goed doet. En dat de belastingbetaler zijn geld terugkrijgt.

Deze ochtend zijn Latenstein, Lamp, de secretaris van de raad van bestuur en de directeur communicatie in alle vroegte alweer bij De Brauw. De eerste twee wonen er niet ver vandaan.

Als Latenstein hoort wie zijn opvolger is, stelt de keuze hem gerust. „Het is in ieder geval iemand die van het bedrijf houdt”, zegt hij. „Als iemand het kan, is hij het.”

Het is onwennig voor alle aanwezigen op het advocatenkantoor op de Zuidas als Van Olphen die ochtend binnenloopt en Latenstein voor alle anderen een hand geeft.

„Goedemorgen”, spreekt minister Dijsselbloem anderhalf uur later het land toe in een zaal vol journalisten, fotografen en cameraploegen. Sijbrand staat achter de katheter naast hem. „Vandaag, vrijdag 1 februari 2013, is SNS Reaal volledig in handen gekomen van de Nederlandse staat.”