Kleine borden, grote borden

Psychologie

Ellen de Bruin Van een groter bord eet je meer, blijkt uit onderzoek. De reden voor dit menselijk gedrag: de Delboeuf-illusie.

In het kader van het naderende kerstschransen, hier alvast wat tips. Gebruik de saladebordjes voor het hoofdgerecht en de dinerborden voor de salade. Serveer in het algemeen het gezondste eten op de grootste borden, zodat de gasten daar het meest van eten. Serveer het minst gezonde eten op de kleinste bordjes – een toetje met veel slagroom bijvoorbeeld in een klein bakje. Komen er onverwacht extra gasten? Zet je kleinste bordjes in – niet uit ongastvrijheid maar omdat het dan lijkt alsof je meer eten hebt. Hetzelfde geldt voor restjes, bijvoorbeeld de dag na Kerst: op kleine bordjes lijkt het meer.

Deze tips komen uit een wetenschappelijk artikel van Brian Wansink (Cornell University) en Koert van Itersum (Groningen) dat deze maand in Journal of Experimental Psychology: Applied staat. Aandoenlijk, zou je zeggen, dat die onderzoekers denken dat we dat niet dóórhebben, dat gegoochel met die grote en kleine borden! Maar het interessante is, laten zij zien: zelfs als mensen net een uur naar een lezing hebben zitten luisteren waarin is uitgelegd hoe het komt dat je meer eet van een groter bord, dan nóg eten ze daarna meer van een buffet als ze een groot bord krijgen dan wanneer ze in de rij stonden met de kleinere borden. Dus er zit wel wat in.

En hoe komt dat dan? Nou, leuk dat u het vraagt: het blijkt te komen door de ‘Delboeuf-illusie’. Dat is het verschijnsel dat een cirkel groter oogt als er een tweede cirkel vrij strak omheen getekend staat, dan wanneer er een grote cirkel wijd omheen getekend staat. Bijna 150 jaar lang hebben psychologen ‘Delboeuf’ beschouwd als een robuust fenomeen, maar van weinig praktische waarde. En nu hebben Wansink en Van Itersum die arme illusie uit het verdomhoekje gered en verheven tot „de missing link tussen serviesgoedgrootte en opschepneigingen”.

Want, vertaald naar borden: wat op een klein bord ligt lijkt meer; wat op een groot bord ligt lijkt minder.

Mensen blijken op een groot bord meer op te scheppen en ze blijken dan ook meer te eten. Wat een normale portie is, is namelijk een heel rekbaar begrip. Een schep meer of minder – je merkt het niet direct. Als een bord voor ongeveer 70 procent gevuld is met eten, vinden we dat er normaal uitzien. Dus dat zal dan wel goed zijn. Dan eten we het op. Hoewel – de onderzoekers ontdekten dat mensen die in een Chinees all-you-can-eat-buffetrestaurant de grotere borden kozen, niet alleen meer aten maar ook meer eten weggooiden (zó veel kon er kennelijk op).

Het is wel duidelijk wat de onderzoekers mensen aanraden die niet te veel willen eten: doe je grote borden weg en koop kleinere. Ze raden dat trouwens ook all-you-can-eat-restaurants aan, want dan hoeven die minder eten weg te gooien – én de klanten eten minder = goedkoop. En die klanten hebben dat niet door! In ziekenhuizen en verzorgingstehuizen en op andere plekken waar het van belang is dat mensen in ieder geval iets binnenkrijgen, kunnen juist weer beter grotere borden gebruikt worden. Ook interessant voor ouders van kinderen die eten niet als hobby hebben.

Het enige dat de onderzoekers niet noemen, is wat er gebeurt als mensen dóórhebben dat sommige bordjes kleiner zijn dan andere. Gaan ze dan niet juist extra veel op zo’n bordje scheppen? Ik stel me een man voor die ziet dat zijn kerstkalkoen op een veel kleiner bordje geserveerd wordt dan zijn groente. Ergens denk ik dat die man dat niet pikt.