Ja, ze zijn het huwelijk, het definitieve contract

De mooiste vorm van maakbaarheid is het vinden van een geliefde en het stichten van een gezin, vindt Beau van Erven Dorens.

Als ik ze ’s ochtends naar school heb gebracht en weer thuis kom in het lege huis, trilt het nog van hun geraas. De keukentafel bezaaid met hagelslag en likken boter, op het aanrecht een vergeten broodtrommel met een banaan erop. De trappen beven nog van hun gestamp. In de gang struikel ik over een in de haast achtergelaten skateboard. Een leeggeroofd huis en de boeven rennen net de hoek om.

Mijn vrouw en ik wilden dolgraag kinderen. De bezegeling van onze liefde. We begonnen met een tweeling. Dat was heerlijk, hoewel het huilbaby’s waren en allergisch voor van alles en nog wat. Zo zaten we eenvoudig op drie en die derde was zo lief en makkelijk dat we kozen voor een vierde.

Voor die laatste bevalling was ik zeer benauwd. Hadden we de voorzienigheid niet teveel getart? Gelukkig werd het weer een hele lieve, gezonde jongen.

Nu hebben we vier jongens. Ik zou moeten zeggen: nu houden we vier jongens, want het zijn beesten. Nergens komt ons genetisch evenbeeld, de chimpansee, zo treffend naar voren, als in het kind. Hoe het zichzelf totaal vervuilt!

De slaapkamer een haard van ranzigheid, vol vieze onderbroeken en sokken en aan elkaar klevende hompen lego. In de hoek de gescheurde poster van Michael Jackson, het verfrommelde verkeersdiploma en een mand met twintig in de steek gelaten knuffels en poppen zonder oog.

En dan het nest, een vele malen gekeerd matras vol bedenkelijke vlekken, met een verfrommeld laken erop en een dons in een prop.

De WC, daar kan ik kort over zijn: een open riool.

Een beest. Hoe het instinctief weigert elke vorm van hygiëne te accepteren. Veeg je billen af, was je handen, gebruik je servet, blijf van je piemel.

Hoe het rochelt en snuift en moeiteloos de hele dag met twee witte snotkabels uit de neus door het leven gaat. Hoe het als een opgewonden pees door het huis stuitert. Hoe het voedsel naar binnen schrokt, alsof het een wedstrijd is. Hoe het elkaar te lijf gaat als Balin, een dwerg uit De Hobbit, in de vorm van een vijf centimeter hoog en desalniettemin zeven euro duur stukje plastic, één seconde door een ander dan de eigenaar wordt vastgehouden. Schreeuwen, schoppen, bijten, krabben. Beesten zijn het.

Mensen die zeggen dat een groot gezin ecologisch onverantwoord is, kan ik niet anders dan gelijk geven. Met elk kind zet je een kolencentrale op aarde. Bovendien hebben we al genoeg mensen op de wereld.

Maar ik geloof niet in de maakbaarheid van de maatschappij. Het is een even romantische als naïeve gedachte dat je de wereld kunt verbeteren, bijvoorbeeld met de beslissing om geen kinderen te nemen. Geloven in de maakbaarheid van de maatschappij is een vorm van religie. Een sympathieke illusie, maar een illusie niettemin. Zei de SBS-presentator.

Ik geloof in de maakbaarheid van het bestaan. Dat je alles kunt doen en worden wat je wilt en dat je overal kunt gaan en zijn. Dat is een heerlijke, bevrijdende gedachte en tegelijk een verplichting om iets van het leven te maken en goed te zijn voor de mensen en de aarde.

De mooiste vorm van maakbaarheid is het vinden van een geliefde en het stichten van een gezin, de enige natuurlijke missie van de mens op aarde. Ik put er meer vreugde uit dan ik in woorden kan vangen. Het gezin is alles en zonder ben ik niets en zal ik onmiddellijk toegeven aan mijn neiging tot zelfdestructie.

Dit is overigens geenszins een pleidooi voor ongebreidelde voortplanting. Ik heb weleens het idee dat veel koppels vijf jaar tegen een huwelijk aanhikken, maar in één wip voor een kind kiezen. Neem eerst een cavia. Of nee, neem een hamster, dat is een nachtdier.

Het huwelijk is niets; een ceremonie en een geestelijk verbond. Kinderen zijn het huwelijk, het definitieve contract.

En een onuitputtelijke bron van geluk. Hoe het naar je toe rent, verkleedt als tovenaar, met een zwarte cape en hoge hoed, almaar zwaaiend met zijn toverstok: ‘WINGARDIUM LEVIOSA!’ En dan werkelijk teleurgesteld zijn dat je niet zwevend als een ballon tegen het plafond hangt. Hoe het in slaap valt tegen je schouder. Hoe het in je hand knijpt bij de leeuwenkooi in Artis.

Beesten zijn het, ja, maar heerlijke beesten.