In de ochtend is er nog hoop...

Op donderdag 31 januari 2013 wordt een laatste poging gedaan SNS Reaal te redden. Terwijl de bestuurders alles doen om de bank overeind te houden, gooit aan het begin van de avond DNB de handdoek in de ring.

Het hoofdkantoor van SNS Reaal in Utrecht. Na een intensieve en emotionele dag en nacht wordt op vrijdagochtend 1 februari 2103 bekendgemaakt dat de bank genationaliseerd wordt. Foto's Ilvy Njiokiktjien

09:00-12:00

President-commissaris Rob Zwartendijk (74) van SNS Reaal rijdt op donderdagochtend 31 januari naar het ministerie van Financiën in Den Haag. Zwartendijk is een man met vriendelijke blauwe ogen en een rustige uitstraling. Hij heeft een gebruind gezicht en kort grijs haar. Zwartendijk is een ervaren bestuurder en commissaris, die carrière maakte bij Ahold en jaren verantwoordelijk was voor de Amerikaanse divisie van het bedrijf.

Hij heeft er een grote liefde voor dat land aan overgehouden. Een van zijn kinderen woont er met zijn vrouw. Ieder jaar vieren Zwartendijk en zijn vrouw bij hem en de kleinkinderen Kerst. Zwartendijk zit aan het einde van zijn carrière. Veel van zijn commissariaten lopen tegen het einde.

Directeur Financiële Markten Gita Salden (45) heeft Zwartendijk gevraagd om langs te komen op haar kamer, op de derde verdieping van het ministerie van Financiën in Den Haag. Ze zegt tegen de president-commissaris dat ze nog altijd hoopt dat SNS Reaal wordt overgenomen door de Britse durfkapitalist CVC. Maar stel nou dat het anders gaat. Stel nou dat ze er vandaag met zijn allen niet uitkomen en dat de bank in het ergste geval toch genationaliseerd moet worden. „Wat doe jij dan?” Ze hoeft hem de vraag die erachter schuilt niet te stellen. De president-commissaris zegt vrijwillig op te stappen als het zover komt. Dat had hij allang zelf bedacht.

Bestuursvoorzitter Ronald Latenstein en financieel bestuurder Ference Lamp van de bank en verzekeraar zijn een paar dagen eerder bij de topambtenaar geweest voor eenzelfde soort gesprek. Ze gaf hen ook te kennen dat het prettig zou zijn als ze in geval van nationalisatie vrijwillig zouden opstappen. Er zal dan geen plek voor hen zijn. De bestuurders begrijpen dat wel. Maar, zegt topambtenaar Salden, ze zullen ook geen vertrekvergoeding meekrijgen. Dat vindt de president-commissaris schandalig. Deze mannen hebben hun leven volledig gewijd aan de bank. „Dit hebben ze niet verdiend”, zegt Zwartendijk.

Salden knikt begrijpend. Ze zegt dat ze voor hen heeft gepleit, maar dat het nu eenmaal „een politieke beslissing” is geweest. Ze wil het met de president-commissaris nu ook nog even hebben over het laatste plan van de investeerder van gisteravond. Het lijkt alweer een betere deal: minder verlies op de eerste dag, de verliezen worden uitgesmeerd. Maar berekend over de komende tien jaar schiet de staat er nog altijd niet veel mee op. Het voorstel is nog niet voldoende in balans. De staat moet er nog altijd te veel op toeleggen. „Doe alles wat in je vermogen ligt om vandaag meer kapitaal bij elkaar te krijgen”, geeft ze Zwartendijk mee. Dan nemen ze afscheid.

Vandaag komt het erop aan. SNS Reaal komt in handen van een investeerder, óf het wordt eigendom van de Nederlandse staat. Dat laatste is een onoverkomelijke nederlaag. SNS Reaal een staatsbank. Latenstein en Lamp hebben de afgelopen maanden dag en nacht gewerkt om dat te voorkomen. Steun kregen ze daarbij nauwelijks. De beurskoers daalde, de aandeelhouders mopperden. En hun toezichthouders? Die hadden geen enkel idee. Vanuit de medewerkers op het ministerie en De Nederlandsche Bank kwamen alleen opdrachten. En plannen werden zonder pardon afgekeurd als hen die niet bevielen. Maar zelf kwamen ze nooit eens met nieuwe ideeën. Het zijn slimme en aardige mensen, moeten de bankbestuurders erkennen, maar het zijn geen ondernemers. Ze denken niet constructief mee. Ze gaan niet tot het uiterste. Ambtenaren nemen geen enkel risico. En dat terwijl de druk hoog is. SNS Reaal verkeert in geldnood. Wel drie keer per dag houden ze de uitstroom van het spaargeld scherp in de gaten.

De bestuurders en de commissarissen van SNS Reaal hebben deze vrijdagochtend 31 januari 2013 nog alle hoop dat hun bedrijf zal worden overgenomen door de durfkapitalist. CVC, met de Nederlandse directeur Rolly van Rappard, heeft de afgelopen maanden intensief met het ministerie onderhandeld over allerlei varianten van een ingewikkelde deal. Het komt erop neer dat CVC 910 miljoen euro in de bank en verzekeraar wil steken, in ruil voor een meerderheidsbelang.

De voortekenen zijn goed, menen de bestuurders en commissarissen van SNS Reaal die ochtend. De investeerder is nog steeds enthousiast en de ambtenaren zeggen keer op keer dat ze liever niet hebben dat het bedrijf genationaliseerd wordt. Zelfs de minister zei het, tegen Latenstein. Nationalisatie is politiek heel moeilijk uit te leggen en het kost de staat miljarden. Dan is hun overnameplan hoe dan ook goedkoper en aannemelijker. Het kan zijn dat het plan nog niet tot in detail wordt goedgekeurd, maar daar verzinnen de slimme rekenaars van CVC dan wel weer iets op. Zo ging het gisteren ook. Of er nog even 400 miljoen euro bij kon.

Voor alles blijkt steeds een oplossing. Het hoort bij het spel. Onderhandelen tot je erbij neervalt. Latenstein en Lamp geloven dat het kan. Net als Zwartendijk.

Na afloop van het gesprek met Salden belt de president-commissaris met bestuursvoorzitter Latenstein, die die dag een laatste presentatie zal geven aan de directie van DNB. Zwartendijk praat hem bij. Het ministerie heeft nog altijd de voorkeur voor het private scenario, laat hij hem weten. De ambtenaar was complimenteus over de bestuurders en de commissarissen. Latenstein reageert verheugd.

16:00

Tot in detail voorbereid en helemaal opgeladen rijdt bestuursvoorzitter Latenstein van SNS Reaal in de namiddag met de voltallige raad van bestuur, medewerkers van de investeerder en adviseurs naar Amsterdam. Als de auto’s bij De Nederlandsche Bank aan het Frederiksplein komen aanrijden, schuiven de hekken van de omheinde binnenplaats al open. De bestuurders worden opgewacht en snel naar boven gebracht, naar een vergaderzaal die uit het zicht ligt voor buitenstaanders.

Enkele dagen eerder zijn er al fotografen en cameramensen voor de deur van DNB gesignaleerd. Om te voorkomen dat media lucht krijgen van de belangrijke en beslissende gesprekken vandaag, vinden die niet plaats in het hoofdgebouw, maar in de toren op de binnenplaats.

De vergaderzaal in deze toren heeft ramen die enkel uitkijken op de parkeerplaatsen en de oude benzinepomp van de centrale bank. Aan de lange witte tafels die in een rechthoek zijn opgesteld en met grote beeldschermen in het midden, nemen stipt om vier uur de bezoekers en de medewerkers van de toezichthouder plaats in vrolijk gestreepte stoelen van het Zweedse merk Swedese. Ze hebben een microfoon voor zich, voor het geval ze vragen willen stellen of als ze om andere redenen de spreker willen onderbreken. Op papier krijgen ze nog eens de laatste versie van het reddingsplan uitgereikt.

Latenstein weet dat het er nu op aan komt. Het is alles of niets. Hij neemt zijn toehoorders vol vuur pagina voor pagina mee door het plan. Hij licht de voordelen van het plan eruit – voor de aandeelhouders, de staat, de belastingbetaler en de bank. Het alternatief is nationaliseren. Dat wil niemand. Dit is de finale oplossing voor het tekort aan kapitaal waar SNS Reaal mee kampt. Daarmee komt het plan tegemoet aan de eis van DNB.

Ondanks zijn bevlogenheid ruikt Latenstein al tijdens zijn presentatie onraad. Enkele toezichthouders kijken hem vriendelijk en begripvol aan. Anderen zitten voorovergebogen naar de papieren te staren. Niemand gebruikt de microfoon op de tafels. Niemand wil iets weten. Ook na afloop stelt niemand vragen. Als de bestuursvoorzitter klaar is met zijn presentatie valt er een uiterst ongemakkelijke stilte.

Die wordt doorbroken door Jan Sijbrand, directeur toezicht van DNB. Zijn stem is beslissend binnen de centrale bank. Sijbrand heeft in rap tempo de memorandum of understanding doorgebladerd naar de laatste pagina. Er staan voorgedrukte namen en lijnen, zonder handtekeningen erboven. De banken, het ministerie, ze hebben het plan nog niet willen ondertekenen. „Er is geen commitment”, roept Sijbrand uit. Latenstein weet niet wat hij hoort. „Maar we hébben commitment”, zegt hij – verbaasd. Het ministerie heeft die ochtend nog laten weten een voorkeur te hebben voor het private scenario. De grote Nederlandse banken doen mee. ABN Amro, Rabobank en ING zullen net voor de deadline van 18 uur identieke e-mails naar de toezichthouder sturen. Ze steunen het plan op hoofdlijnen. Maar dan moeten de toezichthouders het wel goedkeuren.

„Maar waar zijn dan de handtekeningen?”, roept Sijbrand uit. Hij blijft Latenstein wijzen op de voorgedrukte, lege lijnen. Ook op die van CVC en van het ministerie. Het is niet duidelijk of de felheid van de toezichthouder terecht is. Natuurlijk zet geen bank of investeerder een handtekening onder een plan dat nog niet definitief is. En omgekeerd is niets definitief zolang er geen toestemming is van de toezichthouder. Zo wacht iedereen op elkaar. Zelfs het ministerie kan officieel niets beslissen zonder te weten hoe DNB erover denkt. Maar Sijbrand vat het ontbreken van handtekeningen en de mitsen en maren van de grootbanken op als een onzekere factor, naast alle zwaktes die hij al in de voorgaande dagen in het plan zag. Als er geen onvoorwaardelijke steun is van de banken en van het ministerie, zo vraagt hij aan Latenstein, wat moet híj er dan nog mee?

De presentatie is binnen een uur afgelopen. De bankiers schudden de toezichthouders de hand. Ze zijn zichtbaar aangeslagen. Latenstein vraagt bij het weggaan aan Sijbrand of hij hem morgenochtend uiterlijk om tien uur over het besluit wil informeren. Zo spreken ze het af. De bankiers stappen in de auto’s op de binnenplaats en rijden van daar naar het advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek op de Amsterdamse Zuidas. Daar hebben ze deze dagen hun kamp opgeslagen.

Ronald Latenstein belt onderweg Gita Salden om haar te vertellen over het verloop van de presentatie bij de centrale bank. Ze stelt het op prijs, zegt ze. Latenstein spreekt zijn verbazing uit over het feit dat Sijbrand maar bleef hameren op die ontbrekende handtekeningen. Zij kan dat ook niet goed plaatsen. Ze spreekt Sijbrand een paar keer per dag. Over de handtekeningen hebben zij het niet eerder gehad.

Ze legt de bestuursvoorzitter uit dat zij en haar ambtenaren nog die avond over het voorstel zullen vergaderen. Daarna zullen ze minister Jeroen Dijsselbloem adviseren. Hij moet het besluit nemen. Ze waarschuwt Latenstein dat de investeerder er kapitaal bij moet doen. Gebeurt dat niet, zegt ze, dan moet de bank en verzekeraar rekening houden met nationalisatie. Het ‘terugvalscenario’, noemt ze het. Ze zegt: „Ga nog één keer kijken of er niet meer in zit. Er moeten nu snel meters worden gemaakt.”

19:00

Een cateraar brengt rond zeven uur de schalen voor een buffet bij het Amsterdamse advocatenkantoor. Zwartendijk spreekt het gezelschap toe. Hij zegt dat ze er alles aan gedaan hebben om het plan met de investeerder te doen slagen. Meer kunnen ze niet doen. Ze zitten wat stilletjes bij elkaar. Ze beseffen allemaal dat het zomaar eens gedaan zou kunnen zijn. De secretaris van de raad van bestuur is emotioneel, de tranen staan in haar ogen. Lamp staart voor zich uit. Hij sluit zich af van de anderen. Hij is woedend over de kille ontvangst bij DNB. En hij is – net als de anderen – ontzettend moe.

Op hetzelfde moment verzamelt de directie van De Nederlandsche Bank zich in een kamer boven de zaal waar Latenstein die middag zijn presentatie hield. Ook Klaas Knot is erbij, de president van DNB. Jan Sijbrand neemt tijdens de vergadering het woord. Hij vertelt zijn collega’s waar volgens hem de zwakke punten zitten in het plan. De minister heeft het plan niet voor de deadline om zes uur geaccepteerd, dat is één. Hij noemt het onaanvaardbaar dat de investeerder eisen aan het toezicht stelt die hun juridische bevoegdheden beperken. DNB moet door hoepels springen, waar ze niet doorheen wil springen, zegt hij. „De deal vliegt niet”, is zijn conclusie. Niemand spreekt hem tegen.

Het besluit is genomen. DNB keurt het plan niet goed. De rest van de vergadering zijn de toezichthouders vooral bezig om te bedenken hoe het besluit op papier moet komen. Er hangt veel van af. Er kunnen schadeclaims komen, of andere juridische procedures. Het is belangrijk hoe ze dit verwoorden. Er zal een brief naar de minister worden gestuurd en een naar SNS Reaal. Tot negen uur vergaderen ze er nog over. Dan gaan advocaten van Clifford Chance en Boekel De Nerée ermee aan de slag.