Ik dacht: dit wordt mijn

terugkeer

Interview

Gevallen hoogleraar psychologie Diederik Stapel probeert in 2013 weer op te staan. Hij mailt critici, zoekt BN’ers als ambassadeur en vervult zijn taakstraf. Een dagboek van zijn jaar.

tekst Eppo König

Foto ANP

Goede voornemens uit het dagboek van Diederik Stapel op 3 januari 2013: ‘Gisteren lang gesprek met Marcelle [zijn vrouw, red.] over mijn depressie gehad. Besloten: vroeg opstaan. Eerder naar bed. Aan het werk. Schrijven van boeken. Verleden laten voor wat het was. Naar de toekomst kijken. Afsluiten, loslaten, niet zeuren. Geen zorgen over verhuizen, armoede, schuld. Dat is niet belangrijk. Niet meer internet. Niet zoeken naar vergiffenis. Niet zoeken naar goede reviews.’

„Januari was een heel erg donker begin”, zegt Stapel thuis in Tilburg. Het is dan een jaar en vier maanden na de val van de voormalig hoogleraar sociale psychologie. Drie onderzoekscommissies hebben eind november 2012 gerapporteerd dat 55 tot 65 publicaties van Stapel (en co-auteurs), bijna de helft van zijn oeuvre, vals zijn. Tien proefschriften zijn besmet. Het is de omvangrijkste fraude in de Nederlandse wetenschap tot dan toe.

In een verklaring in het NOS Journaal heeft Stapel op diezelfde novemberdag diepe spijt betuigd. Hij vertelt dat hij over zijn fraude en zelfonderzoek een boek heeft geschreven, Ontsporing. Hij wilde opvallen, fingeerde onderzoeken en data en raakte verslaafd aan het succes van prachtige inzichten, staat in het boek. De internationale pers smulde van conclusies als ‘vlees eten maakt hufteriger’ en ‘rommel stimuleert vooroordelen’.

„Het is een eerlijk verhaal, over iemand die in al zijn naaktheid zegt: het is helemaal fout gegaan en dat is mijn schuld”, vindt Stapel. „Ik dacht ook, dit wordt een beetje mijn terugkeer. Met dat boek kan ik laten zien dat ik kan denken, dat ik goed opgeleid ben, dat ik ideeën heb, een visie. Ik dacht, misschien kan het mij helpen weer ergens aan de slag te gaan. Nou, dat is dus helemaal mislukt.”

Het boek wordt gescand en illegaal via internet verspreid. Aangifte doen heeft weinig zin, krijgt uitgever Prometheus te horen van het Openbaar Ministerie. De verkoop valt behoorlijk tegen, een paar duizend exemplaren, denkt Stapel. Mensen twitteren de link naar het boek door, ook BN’ers als Charles Groenhuijsen, Ad van Liempt en Jacobine Geel. „Mijn boekverbranders”, noemt Stapel ze.

„Het was eigenlijk een verboden boek, hè. Je mocht het niet kopen. Een soort Lolita. Mein Kampf-achtig. Heel gek voor iets wat ik in alle oprechtheid heb geschreven.”

„Wat me toen heel erg heeft gekrenkt, is de rechteloosheid. Dat niemand iets doet of denkt: dit kan gewoon niet. Ik bedoel: die Stapel is een ontzettende eikel, hij heeft foute dingen gedaan en hij moet gestraft worden. Maar dit vond ik bizar, gewoon eng. Je voelt echt: oké, ik sta dus buiten de wet. Mensen mogen mij gewoon bestelen.”

Februari

Stapel wordt zzp’er. Hij schrijft zich in bij de Kamer van Koophandel onder de naam Pile Consult – voor al uw organisatie- en communicatieadvies en reclameontwerp. Twee Tilburgse vrienden met een adviesbureau hebben hem gevraagd een strategisch plan te schrijven. „Ze zeiden: ‘Hé knurft, je kan wel thuis gaan zitten huilen, maar je komt voor ons werken.’”

Maart

Stapel heeft besloten dat hij er weer is. Sommige critici die hem in de media of op internet vierendelen, begint hij te mailen. „Als het te gortig wordt, probeer ik er iets aan te doen. Ik ben een mens, geen object of publiek bezit. Iedereen kan alles over Diederik Stapel zeggen. Bijna op een spreekwoordelijke manier: een ‘Stapeltje doen’. Mensen hebben geen idee over wie ze het hebben.”

„Ook voor mijn dochters – op een gegeven moment moet je opstaan. Ik laat me niet kapotslaan. Dat doe ik gewoon niet.”

Zijn wekker gaat om zeven uur. „Dan maak ik ontbijt voor iedereen. Ga ik schrijven: aantekeningen bij de realiteit, korte verhalen, essay-achtige gedachten. Ook ga ik bellen. Ik probeer te netwerken, afspraken te maken, ik schrijf sollicitatiebrieven.”

Stapel gaat op zoek naar ambassadeurs. Hij zoekt contact met vakgenoten en bekende Nederlanders voor een goed gesprek, om werk te vinden, het beeld te doen kantelen. Misdaadverslaggever Peter R. de Vries is een van de eersten die Stapel thuis ontvangt. „Peter zei: ‘Je kunt je fouten weer goedmaken, door ervan te leren.’”

Niet alle ontmoetingen zijn prettig voor Stapel. PvdA-Kamerlid Mei Li Vos heeft zich voorgenomen hem niet te sparen. Ze vindt dat hij te vroeg zoekt naar vergeving. Stapel schrikt ervan. „Waarom ga je dan met me praten? Kennelijk om even de rechter uit te kunnen hangen. Het was bizar, heel vervelend. Dus dat maak ik ook mee.”

April

Stapel maakt een vriend. Hij stuurt een e-mail aan de Tilburgse schrijver Anton Dautzenberg, onder meer bekend van zijn fake-interviews en tijdelijke aansluiting bij pedofielenvereniging Martijn – een daad voor de vrijheid van verlangen.

‘Ik ben op zoek naar mensen die me kunnen helpen op een nieuwe, creatieve manier naar mezelf en de wereld te leren kijken’, mailt Stapel aan Dautzenberg. ‘Ik snap het natuurlijk ook wanneer je niets met mij te maken wilt hebben. Ik heb daar zelf ook veel last van.’

Ze spreken af in stadscafé Meesters en zakken door in Weemoed. Stapel komt uit Oegstgeest en is een oud-corpsbal, Dautzenberg een verlegen arbeiderszoon uit Heerlen. Maar ze vinden elkaar in hun stigma’s, hun melancholie en hun rijke verbeelding. Ze beginnen aan een brievenroman en een theatervoorstelling onder de noemer De Fictiefabriek.

Stapel overweegt fraude-expert te worden. „Ik ken de verlangens, de verleidingen. Ik weet ook hoe je het zou kunnen voorkomen.” Hij maakt afspraken met de forensische diensten van accountants KPMG en Grant Thornton, vertelt hij. „Geweldige gesprekken. Ze zeiden: ‘Ach joh, Diederik, wat jij hebt gedaan, dat is zo menselijk, dat gebeurt zo vaak.’” Het levert nog geen werk op.

The New York Times publiceert het eerste grote interview met Stapel, zijn familie en oud-collega’s. Naar Nederlandse media blijft Stapel terughoudend. Hij wacht op uitsluitsel over de aangiften van de universiteiten van Tilburg en Groningen wegens valsheid in geschrifte en oplichting. Hij heeft wel contact met journalisten, polst ze en wijst op tekortkomingen van de onderzoekscommissies. Stapel vindt de berichtgeving eenzijdig en ongenuanceerd. Hij is argwanend en vindt het moeilijk om journalisten te vertrouwen.

Mei

Het Openbaar Ministerie wil schikken. Er is geen misbruik van subsidiegelden geconstateerd. Wel krijgt Stapel een taakstraf van 120 uur voor het „vervalsen van datasets”. >>

>> Hij is, voor zover bekend, de eerste wetenschapsfraudeur die strafrechtelijk wordt aangepakt. Stapel is er ambivalent over. Hij is direct ontslagen, heeft bekend, meegewerkt aan de onderzoeken en hij heeft zelf zijn doctorstitel ingeleverd, benadrukt hij. „Het vermoeden is dat het Openbaar Ministerie vooral iets stevigs moest doen gegeven de publieke aandacht voor de zaak. De media hebben er wel iets buitenproportioneels van gemaakt, vind ik.”

Juni

Columniste Rosanne Hertzberger schrijft in NRC Handelsblad een harde column over Stapel. Ze had hem op een boekpresentatie van haar man gezien. Hertzberger noemt hem ‘de Robert M. van de wetenschap’. Ze verbaast zich erover dat niemand tegen hem schreeuwt, hem laat struikelen of bier in zijn gezicht gooit.

„Als columnisten als ‘Hetzeberger’, Holman of Van ’t Hek – of hoe ze ook heten – vinden dat ik mijn bek moet houden en tien jaar lang niets van me moet laten horen: oké, doe ik graag. Laat mij in de luwte. Maar koop dan wel mijn huis. Of de helft. Dan hoor je van mij niets meer. Nu moet ik mijn economische meerwaarde vinden. Ik wil weer werken!”

Schrijver Tommy Wieringa noemt Hertzberger in regionale kranten op zijn beurt de ‘Mien Dobbelsteen van de columnistiek’. Wieringa gaat samen met Stapel eten in Hotel de Goudfazant in Amsterdam. Het fascineert de schrijver dat Stapel van de wetenschap een ‘bepaald soort literatuur’ heeft gemaakt. ‘Je zou kunnen zeggen: hij heeft het verkeerde vak gekozen’, schrijft Wieringa.

Juli

De familie Stapel past op het huis van vrienden in het Spaanse Girona. Er is een zwembad. Stapel leest Amerikaanse klassiekers. „Fitzgerald, Hemingway, Faulkner en mijn grote held Truman Capote.”

Augustus

Relaties ontvangen een e-mail van Stapel. Een stip op de horizon is de titel. De schaamte en wroeging hebben een plek gekregen, schrijft hij. Hij wil met ‘nieuwe energie, lef en daadkracht’ verder. Op zijn nieuwe website biedt hij zich aan als psychologisch manusje-van-alles. Zo kun je hem boeken voor ‘zinritten’ als ‘mee- en tegensprekend chauffeur’, desgewenst in Stapels Subaru.

Met een paar promovendi heeft hij nog contact, zegt hij. „Anderen zeiden: ‘Nee, ik ga liever door met mijn leven.’ Ik heb ze allemaal geschreven: mijn deur staat open.”

September

„Er is weer een nieuwe”, hoort Stapel van zijn vrouw. Ze bedoelt Mart Bax, oud-hoogleraar politieke antropologie. Bax blijkt minstens 64 artikelen verzonnen te hebben. Stapel zegt er niet veel over. Hij wenst Bax het beste. Maar hij vindt het wel „gewoon heel zuur” dat Bax hoogleraar mag blijven. „Bax is over een paar weken voorbij, maar Stapel blijft. Dat is mijn lot.”

In zijn dagboeken schrijft hij met verbazing over Lance Armstrong: ook een oplichter, maar wel een rijke en nog steeds een groot wielrenner. En Bram Moszkowicz, die geen advocaat meer mag zijn, maar wel juridisch adviseur wordt.

De Libor-affaire van de Rabobank, die voor 774 miljoen euro wordt afgekocht, fascineert Stapel. „Ik heb onderzoeksgegevens bedacht in een veld waar niemand wat van hoort. Maar deze mensen hebben gewoon létterlijk de rente verzonnen.”

De wetenschap is onze nieuwe religie, een huis voor de elite, zegt Stapel. Wetenschapsfraude is daarom zo’n grote zonde, denkt hij. Op verzoek schrijft hij voor de Belgische krant De Morgen een kritisch stuk over de ‘publicatiedruk, bureaucratie, meetfetisjisme’ in de universitaire wereld. Hij is blij verrast over de inhoudelijke reacties van Belgische lezers.

Oktober

Stapel heeft zijn eerste betaalde lezingen gegeven, vertelt hij. Bij de HSMAI, de beroepsvereniging voor de ‘gastvrijheidsbranche’, ging het over vooroordelen en stereotypen. Tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven heeft hij gesproken over verbeelding. Zijn vader heeft hem gevraagd voor een praatje op de Rotary Club, over vallen en opstaan. „Hij wil graag laten zien dat het goed met me gaat.”

De depressie is min of meer voorbij, denkt Stapel. Zijn therapeut zag hij eerst wekelijks, nu eens per maand. Stapel omschrijft zichzelf als zondagskind, de therapie ging lange tijd over leren verdragen. Hij geeft elke dag een cijfer. Het zijn niet meer alleen tweeën. „Mensen om me heen maken zich geen zorgen meer dat ik morgen aan een boom hang. Dat deden ze wel.”

Hij is iets over de helft van zijn taakstraf. Van de reclassering mocht Stapel kiezen: werken in een bejaardentehuis of op een begraafplaats. „Lekker buiten, tussen de doden.” Stapel moet bladeren opruimen, prullenbakken legen en oude graven ruimen. „Ik heb ontdekt dat ik daar niet bang voor ben, dat ik zonder moeite een schedel opgraaf.” Guitig laat hij foto’s op zijn telefoon zien van beenderen en een kunstgebit.

Hij werkt meestal op een katholieke begraafplaats met oude praalgraven van industriëlen. „Met andere ‘boeven’, mannen van wie de meesten hebben gezeten”, zegt hij. „Verslaafden, dealers, kluizenkrakers.”

„Ze snappen er niets van. Goh, wat vervelend voor je, zeggen ze dan. Ik mag wel hopen dat je er iets aan hebt overgehouden, dat je binnen bent? Ik zeg nee, ik heb er niets aan overgehouden. Ja, koppijn.”

„Het is heel leerzaam. Maar het is ook gewoon kutwerk, gewoon straf. Ik word goed begeleid. Er is pauze om 11.00 uur, om 12.30 uur en om 15.00 uur. Soms gaan ze naar de snackbar, frikadellen halen. En als je taakstraf erop zit, moet je trakteren, hè. Worstenbroodjes of Bossche bollen. Of op zijn Tilburgs: sjkladebollen. Vaak worden adressen en telefoonnummers uitgewisseld. Mochten ze ooit nog wat van elkaar nodig hebben, weet je wel.”

November

Stapel is bloednerveus. Hij mag de jaarlijkse ‘Preek van de leek’ in de Amsterdamse Singelkerk aftrappen. ‘Preek van de loser’ heeft de organisatie het achteraf genoemd – heel blij is hij daar niet mee. Stapels komst is op internet fel bekritiseerd. De organisatie heeft in nrc.next gereageerd met een opinieartikel: ‘Geef Diederik Stapel een tweede kans’.

Het daklozenkoor De Straatklinkers zingt liederen, Dautzenberg leest een gedicht voor zijn vriend Stapel voor: „En nu lig je hier, met je geschoren hoofd, te wachten op de dood… Alleen de slechtste vijf minuten van je leven tellen nog mee.”

Op zijn goudkleurige Nikes betreedt Stapel de kansel. Hij begint met het bijbelverhaal over de genezing in het bad van Bethesda. Hij verbindt zijn eigen verhaal met de thema’s blindheid, genezing en samenzijn. Dit kan Stapel goed, hij lijkt ineens zelfverzekerd.

Er is applaus, witbrood en wijn. Er zijn mensen die met Stapel willen praten. Het was louterend, zegt zijn vrouw ontroerd. Ze zag hem al liggen in een kist. Nu zijn ze in een kerk, maar niet voor zijn uitvaart.

Zingeving en spiritualiteit zijn belangrijk geworden voor Stapel, zegt hij. Met zijn buren is hij dit jaar naar een dienst geweest. Hij heeft gepraat met een minnebroeder, een oude franciscaan, over zonde en het Griekse hamartia, je doel missen. Vroeger was Stapel tegen geloven, nu ziet hij het nut ervan. „Ik was anti-theïst, nu atheïst. Ik geloof dat geloven goed is voor je psychologisch immuunsysteem.”

December

Er verschijnen wat meer stipjes op de horizon. Een zakenvrouw wil Stapel boeken voor zijn eerste betaalde zinrit, zegt hij. Volgend najaar komt zijn brievenroman met Dautzenberg uit. Later hoopt hij een boek over zijn depressie te publiceren. Een subsidieaanvraag voor de voorstelling De Fictiefabriek is afgewezen, maar het productiebedrijf polst de interesse bij theaters. Zijn taakstraf van 120 uur zit erop, zegt Stapel. Hij heeft de jongens getrakteerd: „Sjkladebollen.” <<