Het volk heeft kennelijk begrip voor gescheld

Ze is een van de effectiefste Tweede Kamerleden in de oppositie. Ze boekt politieke overwinningen, voor de SP, en ze komt ook op voor individuele gevallen.

„We spreken zóveel mensen. Dat is iets anders dan kijken welke oneliner goed valt in de peilingen.” Foto Andreas Terlaak

‘Als moeder zou ik uit mijn stékker gaan als mijn kind zo ziek was en geen goede medische zorg zou krijgen.” Sharon Gesthuizen was deze week op flitsbezoek in Polen. Ze bezocht het Georgische meisje Renata. Het meisje heeft acute leukemie en is doodziek. Ze werd eind 2012 uitgezet naar Polen – pas bij aankomst daar bleek dat ze zo ziek was. „Ik heb tegen de familie gezegd dat het niet tegen hen persóónlijk is gericht. Dat we meer klachten krijgen over de medische zorg van vreemdelingen.”

Het is de kern van waar Sharon Gesthuizen, Tweede Kamerlid voor de SP, zich mee bezighoudt als woordvoerder immigratie en asiel: opkomen voor mensen die dat zelf niet kunnen. Gesthuizen is één van de effectiefste Kamerleden uit de oppositie, zeker van de meer ‘radicale’ partijen. Ze komt op voor individuele gevallen, maar regelde dit jaar bijvoorbeeld ook dat het Openbaar Ministerie streefaantallen gaat hanteren voor fraudezaken.

Is ze eigenlijk wel een echte SP’er, met al die samenwerking? Ze lacht: „Emile [Roemer] laat mij heel vrij. Ik bespreek het met hem als ik twijfel, maar in principe doe ik mijn werk autonoom.” Ze leerde het vak nota bene grotendeels van een PvdA’er. Samen met Hans Spekman, nu partijvoorzitter van de PvdA, lobbyde ze in stilte bij bewindspersonen voor uitgeprocedeerde asielzoekers met een schrijnend verhaal.

Nu de PvdA in de coalitie zit, vormt ze een clubje met de partijen die nog wel dichtbij elkaar staan waar het om asiel en immigratie gaat: D66, GroenLinks en de ChristenUnie. Zoals ze zelf zegt: „Ik probeer serieuze politiek te bedrijven en tegelijk op de hoogte te zijn van wat er in de samenleving speelt. Ik wil het beste van die twee werelden combineren. Maar misschien klink ik dan hopeloos idealistisch en naïef.”

In debatten is Gesthuizen niet bang om haar emoties te laten zien – ze kan fel tekeergaan. „Als een man een keer met zijn vuist op tafel slaat denkt iedereen zó, die maakt eens een punt. Een vrouw is na twee keer hysterisch, of zogenaamd altijd kwaad.” Ze weet vooraf wanneer ze zich boos gaat maken: „Dan zit ik te turven hoe vaak iemand vreemdelingen in verband brengt met woorden als crimineel of misdrijf.”

Als Gesthuizen genoeg tijd had, zou ze zich „met vijftig, zestig, zeventig gevallen kunnen bezighouden”. Alleen die tijd heeft ze niet. Dus door het jaar heen heeft ze steeds tussen de tien en twintig zaken lopen waarin ze zelf voor mensen iets probeert te bereiken.

Renata

Zo’n moment was eind september. Heel politiek Den Haag was druk met Prinsjesdag en het debat over de Miljoenennota. Sharon Gesthuizen niet. Zij sms’te met staatssecretaris Teeven, over Renata. Hij moest weten hoe moeilijk het gezin het heeft, en dat de familie graag naar Nederland terug zou komen. Ze belde via Skype met de familie: vader overstuur, moeder in tranen, Renata zelf stilletjes en timide. „Dat hele gezin is gewoon óp. Het zou zo mooi zijn als we haar hier opvang kunnen bieden.”

Nog vóór het einde van het debat die middag is het geregeld. Teeven zegt haar toe dat Renata en haar gezin terug naar Nederland mogen komen. Gesthuizen heeft er een wat dubbel gevoel over. „Aan de ene kant ben ik zó blij voor die familie. Maar een ander deel in mij denkt, waarom doet hij dit? Ik ben een beetje argwanend dat het hem politiek goed uitkomt.

In het voorjaar diende Gesthuizen nog een motie van wantrouwen tegen de staatssecretaris in, over het falen van de overheid in de zaak rond de Russische asielzoeker Dolmatov, die zelfmoord pleegde in zijn cel in detentiecentrum Rotterdam – waar hij niet eens vast had mogen zitten. Die motie haalde het niet. Het was wel één van de momenten waarover ze overlegde met fractievoorzitter Emile Roemer. „Ik heb hem gebeld en om zijn steun gevraagd. Wees voorzichtig, zegt hij. Je moet het echt menen. Niet eerst de indruk wekken dat je hem laat bungelen, om daarna je motie in te trekken. Maar toen wist ik: als het moet, kan ik all the way.”

In de loop van het jaar is Gesthuizen „wel iets genuanceerder” over Teeven gaan denken, zegt ze. Door Renata, maar ook bijvoorbeeld omdat hij is gestopt met het laten visiteren van vreemdelingen. Toch ziet ze, in het laatste gesprek in december, nog steeds liever een andere bewindspersoon op immigratie en asiel. „Dat VVD-zweempje van ‘we doen alleen wat goed is voor óns’, dat zit nog steeds in het beleid. Aan de andere kant is er ook een stemmetje in mij dat zegt: best handig, zo’n staatssecretaris die het al een keer écht, écht moeilijk heeft gehad.”

In de standpunten over immigratie van de SP zit iets paradoxaals. De partij pleit voor ruimhartige opvang, maar wil tegelijk liever niet al te veel Roemenen en Bulgaren tot Nederland toelaten. Gesthuizen legt het uit als verschil tussen mensen die alleen uit noodzaak vluchten en mensen die om economische redenen naar Nederland komen. Die laatsten verdringen Nederlanders op de arbeidsmarkt. „En het grote verschil is dat het binnen de Europese Unie zó om 10.000 mensen gaat. Bij vluchtelingen is 5.000 al enorm veel.”

Opzeggingen

Ze krijgt soms mailtjes van mensen die geen SP meer zullen stemmen vanwege haar asielstandpunt. „Jij wilt al die buitenlanders hier naartoe halen, schrijven ze dan. Maar die mails zijn op één hand te tellen. En een opzegging van een lidmaatschap vanwege mijn asielstandpunt is me nog nooit overkomen. En we krijgen het altijd te horen, als iemand opzegt vanwege iets wat zich in de Tweede Kamer voordeed.”

Voor haar partij is het dit jaar soms zoeken geweest, zegt ze. Media noemen de SP in één adem met de PVV van Geert Wilders, als pure protestpartijen die niet willen samenwerken met het kabinet. Illustratief is een moment in september. De SP-fractie steunt, samen met de Partij voor de Dieren, een motie van wantrouwen van PVV-leider Geert Wilders. De drie partijen zeggen het vertrouwen in het kabinet op, nog vóór het debat heeft plaatsgevonden.

Gesthuizen en enkele van haar fractiegenoten wilden die motie liever niet steunen. Wie het met haar eens waren, wil ze niet zeggen. Wel dat ze zich er ongelukkig over heeft gevoeld. „Maar ja, als Kamerlid moet je accepteren dat je niet altijd je zin krijgt. De context vind ik het ergst. Wilders liep zó te schelden.” Wilders noemde Alexander Pechtold een „zielig, miezerig en hypocriet mannetje”, toen die kritische vragen stelde over zijn extreem-rechtse achterban. Gesthuizen: „Er zitten zoveel mensen, echt geen politieke fanaten, voor de buis. Die zien dit en denken, zo ga je toch niet met elkaar om?”

Ook het moment waarop Wilders met zijn motie komt – nog voor premier Rutte zich had kunnen verdedigen – vindt ze verkeerd. „Je kunt dat afdoen als Haags geneuzel. Maar aan de andere kant: debatteren is ons werk. De parlementaire democratie, dat ís met elkaar redevoeren.”

Het onbegrip kwam vooral uit de pers en van andere politieke partijen. „Ik probeer het objectief te zeggen: we hadden het in de media even héél moeilijk. Iedereen viel over ons heen. Het gekke is, een groot deel van de achterban steunde ons juist wél. Het volk heeft kennelijk meer begrip voor zulk gescheld dan ik zou verwachten, dan ik hoopte misschien zelfs. Natuurlijk moet je recht voor zijn raap kunnen zijn, maar als parlement moet je óók een norm zetten.”

Gesthuizen is blij dat Emile Roemer afstand nam van Wilders. Hij zei dat hij nooit met een partij wil samenwerken die „de tweedeling in de samenleving vergroot”. Toch ziet ook zij de raakvlakken wel tussen beide partijen. „Ja, wij hanteren óók de massalijn. Kijken vooral naar wat het volk beweegt. Maar het grote verschil is: wij doen onderzoek. We spreken zóveel mensen. Agenten, leraren, zorgpersoneel, gevangenisbewaarders... Dat is iets anders dan kijken welke oneliner goed valt in de peilingen.”

Is de SP nu weer vooral anti-partij in het parlement? Dat beeld is toch meer van tien, vijftien jaar geleden, zegt Gesthuizen. En wat er voor in de plaats kwam, is dat goed of slecht voor de partij? Ze lacht. „Weet jij het? Ik was nooit lid geworden van de SP als we een parlementaristische partij waren geweest. Maar ja, mensen op straat zien ons volgens mij minder dan vroeger als schoppartij, en steeds meer als ‘de politiek’ in het algemeen. Het blijft een tweestrijd.”