Hè hè, dat regeerde lekker

De Tweede Kamer is met reces gegaan, na het zoveelste rommelige jaar // Maar na het herfstakkoord veranderde de onrust in rust: eindelijk regeren // Enig pijnpuntje is de macht van de Eerste Kamer

politiek redacteur

Rommelig was het, vaak onvoorspelbaar. Never a dull moment. Op het persoonlijke vlak kende het politieke jaar 2013, net als alle politieke jaren van het afgelopen decennium, weer de nodige dramatiek.

Een partijleider die zijn zetel opgaf vanwege gesjoemel in het verleden (Henk Krol van 50Plus). Een PVV’er die uit de fractie werd geknikkerd na openlijke kritiek op Geert Wilders (Louis Bontes). Twee PvdA’ers die vertrokken uit onvrede met het leiderschap van Diederik Samsom (Desirée Bonis en Myrthe Hilkens). Twee VVD’ers die hun mandaat verloren vanwege een oplichtingszaak (Johan Houwers) en rijden onder invloed (Matthijs Huizing). En dan nog: een Kamervoorzitter die voortdurend onder vuur lag vanwege gebrek aan gezag (Anouchka van Miltenburg).

Maar hoe zat het in 2013 met de politieke invloed van de Tweede Kamer? Wie die vraag stelt aan Kamerleden, krijgt het volgende antwoord: het parlement was nog nooit zo machtig. Dankzij de minderheidspositie van het kabinet-Rutte II in de Eerste Kamer konden oppositiefracties grote invloed uitoefenen op het beleid. Zoals Ronald van Raak (SP) met enig gevoel voor overdrijving stelt: „Ministers liepen hier zwetend rond.”

De omslag? 11 oktober

Het kantelpunt van 2013 valt nauwkeurig vast te stellen: vrijdag 11 oktober. Dat was de dag waarop het kabinet en de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP het herfstakkoord sloten, waarin afspraken werden gemaakt over de begroting van volgend jaar en over hervormingen op de arbeidsmarkt.

Aan dat akkoord waren negen onzekere, chaotische maanden voorafgegaan, waarin de Tweede Kamer nauwelijks wetsvoorstellen van belang besprak. Kabinet en parlement bevonden zich op onbekend terrein, omdat niemand wist wat er in de Eerste Kamer zou gaan gebeuren. Bij vlagen leek iedereen in Den Haag verlamd.

Maar vanaf het moment dat het herfstakkoord er was, daalde een weldadige rust neer in de gangen van het parlement. Na bijna een jaar kon het kabinet eindelijk gaan regeren. „Je merkte aan alles dat er ontspanning optrad”, zegt Kamerlid Martijn van Dam (PvdA).

Met het herfstakkoord ontstond ook een nieuwe pikorde in de Tweede Kamer. Tot oktober was het overzichtelijk: twee tegen negen, VVD en PvdA versus de rest. Daarna viel de oppositie uiteen in drie smaken: van een semi-permanente gedoogrol (D66, ChristenUnie en SGP) via incidentele steun (CDA, GroenLinks en 50Plus) tot compromisloos verzet (SP, PVV en Partij voor de Dieren).

Met name de rolverwisseling van het CDA viel op: de oude bestuurderspartij koos dit jaar op alle belangrijke dossiers definitief voor een harde oppositierol, sociaal-economisch rechts van de VVD. De afkalving van het CDA – met dertien zetels zijn de christen-democraten nog maar een middelgrote partij – had nog een ander opmerkelijk gevolg. Een aantal langlopende kwesties op het gebied van ethiek (de weigerambtenaar, het verbod op godslastering) werden dit jaar eindelijk beslecht.

En nóg een scheidslijn

Hier openbaarde zich een andere scheidslijn, onafhankelijk van de steun aan het kabinet: seculier versus gelovig. Het initiatief kwam niet van het kabinet maar van de Tweede Kamer – en de coalities waren breed en verrassend. „Vroeger sloten partijen elkaar systematisch uit”, zegt SP’er Van Raak. „Dat is niet meer zo”.

De Tweede Kamer deed er dus toe, stellen parlementariërs vast. Toch kleeft er ook iets wrangs aan die constatering. Ze weten namelijk dat hun invloed in de eerste plaats te danken was aan de situatie aan ‘de overkant’: de Eerste Kamer. Vóór alles was 2013 het jaar waarin Den Haag definitief ontdekte dat de chambre de reflexion keiharde partijpolitiek bedrijft.

In de coalitie klinkt dan ook steeds vaker de roep om de senaat aan te pakken. „Het is onverantwoordelijk om door te gaan met een Eerste Kamer die zo’n politieke rol speelt”, zegt PvdA’er Van Dam. „Er zal iets moeten veranderen.”

Op naar 2014. Of dat een rustiger parlementair jaar wordt dan 2013? Kamerleden verwachten het niet. Er komen verkiezingen aan voor de gemeenteraden en het Europees Parlement. En de dreigende rebellie van senator Adri Duivesteijn (PvdA) tegen het woonakkoord liet zien hoe kwetsbaar de positie van Rutte II is.

    • Thijs Niemantsverdriet