De toekomst van Nederland gaat mij aan het hart

Ze verruilde de industrie voor de universiteit – die onder haar leiding voortvarend nauwere banden aanknoopt met het bedrijfsleven.

„Sommige nevenfuncties zijn functioneel, sommige komen gewoon op mijn pad.” Foto Andreas Terlaak

Het was een opmerkelijke transfer. Na een carrière van ruim drie decennia in de zware industrie verruilde Marjan Oudeman haar baan bij verfgigant AkzoNobel voor die van voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Utrecht.

Toen ze eind vorig jaar werd benaderd was ze „verrast” en ging „te rade” bij Feike Sijbesma, bestuursvoorzitter van biotechnologiebedrijf DSM. Hij kent de Utrechtse universiteit, hij studeerde er medische biologie, en vond dat Oudeman een toegevoegde waarde kon hebben. Voor de universiteit én het bedrijfsleven.

„De vraag viel in het goede pulletje”, zegt Oudeman op haar kantoor bij AkzoNobel aan de Amsterdamse Zuidas. Het is april, een paar maanden nadat haar overstap bekend is gemaakt. In de kamer staat een indrukwekkend houten bureau. Antiek? Oudeman lacht. „Het bureau is geschilderd met een verf die een nostalgische sfeer moet creëren, dat is dus gelukt.”

Oudeman is 55 jaar, een goed moment voor een midlife-transition. Bezinning en zelfreflectie horen daarbij. „Ik geloof niet dat ik last heb van een midlife-crisis”, zegt ze. „Maar op deze leeftijd besef je wel dat als je nog een keer de koers wil verleggen, het ook nu moet gebeuren.”

Ze koos „zeer bewust” voor studenten, zegt ze. „Op de universiteit wordt een nieuwe generatie klaargestoomd voor de toekomst. Ik ben in een fase van mijn leven dat ik mij daar volledig voor wil inzetten.”

Woman to Watch

The Wall Street Journal tipte Oudeman vijf jaar geleden als Woman to Watch. Ze was één van de tien Europese vrouwen die volgens de zakenkrant op cruciale posities in politiek en bedrijfsleven terecht zouden komen. Op dat moment werkte ze bij staalbedrijf Corus in IJmuiden.

Hoogovens was haar „eerste liefde”. Haar vader werkte bij het concern toen ze in 1958 werd geboren in Beverwijk onder de rook van de Hoogovens. En nog steeds bezoekt ze het bedrijf bij een afscheid of jubileum van een medewerker. In 2007 nam het Indiase Tata Steel het bedrijf over. „Ik kon mij niet vereenzelvigen met de strategie en de hiërarchische manier van leidinggeven”, zegt ze. De paternalistische bedrijfscultuur van de Indiërs, waarin besluiten top-down worden genomen, staat haaks op de Nederlandse overlegcultuur. Ze stapte op.

Vier maanden na haar vertrek bij Tata belde Hans Wijers. De topman van AkzoNobel kent Oudeman uit het ondernemerscircuit en ze zaten samen in het bestuur van het alumnifonds van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze werd lid van het uitvoerend comité en verantwoordelijk voor personeel en organisatie.

Velen zagen in haar de opvolger van Wijers. Daarvoor zou ze wel eerst een van de drie divisies – decoratieve verf, industriële verf en chemie – moeten leiden. Toen de leidinggevende functie bij de chemietak aan haar neus voorbij ging, werd dit binnen en buiten de onderneming gezien als een teken dat ze Wijers niet zou opvolgen. Dat werd Ton Büchner.

„Ik ben niet binnengehaald als de opvolger van Hans”, zegt Oudeman terugblikkend. „Ik was verantwoordelijk voor personeel en organisatie-ontwikkeling. AkzoNobel is een verzameling bedrijven en die moest worden gestroomlijnd. Binnen de groeimarkten China, India, Brazilië en Rusland hadden alle divisies een eigen organisatie en een eigen hoofdkantoor. Dat zijn we beter gaan organiseren.”

Bijbanen

Oudeman heeft meerdere nevenfuncties. „Sommige zijn functioneel, sommige komen gewoon op mijn pad”, zegt ze bijna verontschuldigend. Ze zit in de raad van toezicht van het Rijksmuseum in Amsterdam. AkzoNobel leverde de verf voor het gerenoveerde museum. „Een fantastische klus. We hebben er zes jaar aan gewerkt.”

De originele wand- en plafonddecoraties van architect Pierre Cuypers zijn weer in oude glorie hersteld. „Aan de hand van verfanalyse van oude verfresten is de samenstelling van de oorspronkelijke verf achterhaald. We hebben de verf gereproduceerd in de originele matte kleuren uit 1885. De reacties waren echt fantastisch”, zegt Oudeman tien dagen na de opening van het nieuwe Rijksmuseum op 13 april.

De toezichtsfunctie bij het Rijksmuseum valt in de categorie ‘functioneel’, de functie bij Ronald McDonald kwam toevallig op haar pad. Op 1 juli nam ze afscheid van Akzo en sinds die datum is ze ook voorzitter van de raad van toezicht van het Ronald McDonald kinderfonds, als opvolger van Ed Nijpels. Nog een klus erbij naast een nieuwe baan? „Ik ben ook moeder en een ziek kind kan niet zonder zijn ouders. Dankzij Ronald McDonald huizen zijn ouders altijd binnen een paar minuten bij hun kind in het ziekenhuis.”

Oudeman en haar man Jan Grobben hebben drie kinderen, twee meisjes en een jongen. Haar man runt de huishouding. „Ik vind dat in ieder geval één van de ouders veel thuis moet zijn. Bij ons is dat toevallig mijn man”, zei ze in 2002 in het bedrijfsblad van Corus. „We hebben bewust de afweging gemaakt wie van ons twee het grootste carrièreperspectief had en vervolgens deze keuze gemaakt.” En: „We hebben nog steeds geen spijt van deze keus.”

Het intermezzo tussen AkzoNobel en de universiteit gebruikte het gezin om op vakantie te gaan naar Brazilië. „Ik wil mijn kinderen alle continenten laten zien. Een ontmoeting met andere culturen verlegt letterlijk en figuurlijk je eigen grenzen.”

De Universiteit Utrecht volgt de Wet Normering Topinkomens, luidt de voetnoot van het persbericht waarin de komst van de nieuwe bestuursvoorzitter werd aangekondigd. Door de Balkenendenorm gaat Oudeman er fors op achteruit. Bij AkzoNobel verdiende ze, naar schatting – zelf zwijgt ze daarover – 500.000 euro per jaar, bij de Universiteit Utrecht 228.000 euro. „Ik ga er financieel op achteruit. Ik heb er uiteraard over nagedacht, maar dat was absoluut geen factor om nee te zeggen.”

Hoogdravend

Gaat de universiteit onder de nieuwe voorzitter een andere koers varen? „Ach, dat klinkt zo hoogdravend”, zegt ze op haar kantoor op het Utrecht Science Park, even buiten de stad. Het ‘antieke’ bureau aan de Amsterdamse Zuidas is vervangen door een steriel ‘ambtenarenbureau’. „Volgend jaar ga ik mijn kamer inrichten.”

Om zich te profileren heeft de Universiteit vier strategische thema’s gekozen: duurzaamheid, life sciences, instituties, en jeugd & identiteit. „Bij Hoogovens hadden we al het onderscheid tussen toegepast en fundamenteel onderzoek”, zegt ze. „Dat geldt voor een universiteit des te meer. Met deze thema’s sluit de universiteit aan op maatschappelijke vragen en behoudt voldoende vernieuwingskracht in grensverleggend onderzoek.”

Aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen wordt – gemeten naar internationale maatstaven – veel hoogwaardig onderzoek gedaan, maar dat onderzoek wordt vaak niet ‘te gelde’ gemaakt. De samenwerking tussen universiteiten, hogescholen en bedrijfsleven kan beter.

De paradox van de globaliserende wereld is dat de factor plaats belangrijker wordt. De technologie biedt de mogelijkheid om ideeën uit te wisselen omgeacht de fysieke afstand. Toch zoeken mensen elkaar actief op, niet alleen via sociale media, maar ook fysiek. „De moderne economie vereist dat mensen bij elkaar komen, ideeën en kennis uitwisselen.” En dat moet, als het aan Oudeman ligt, in de regio Utrecht gebeuren. Als „inspirerend voorbeeld” noemt ze het onderzoekscentrum van Nutricia dat eind september is geopend. De Franse eigenaar van het voedingsbedrijf koos voor concentratie van alle onderzoeksactiviteiten voor babyvoeding en medische voeding in Utrecht. Ruim 400 medewerkers uit verschillende plaatsen in Europa komen in Utrecht onderzoek doen.

Het gaat om „krachten bundelen”, zegt Oudeman. Zo gaat Philips samen met de Universiteit Utrecht, het UMC Utrecht en de Technische Universiteit Eindhoven onderzoek doen naar nieuwe diagnose- en behandelmethoden waarbij medische beeldtechnologie wordt ingezet.

Met voedselgiganten Unilever en FrieslandCampina wordt onderzoek gedaan hoe het gedrag van consumenten is te beïnvloeden om gezondere voedingskeuzes te bevorderen.

In juni vroeg minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken haar voorzitter te worden van het Actieteam Crisisbestrijding, dat plannen moet maken om de werkloosheid terug te dringen – een uitvloeisel van het Sociaal Akkoord. „Ik ben gevraagd en voel dan wel een verantwoordelijkheid om dit te doen”, zegt Oudeman. Het thema raakt haar persoonlijk. „De toekomst van Nederland gaat mij aan het hart. Ik vind het een verplichting om een perspectief te bieden aan toekomstige generaties, zoals mijn eigen kinderen.”

De nevenactiviteiten kosten tijd. Maar veel kan ze doen op de achterbank van de auto tussen Utrecht en haar woonplaats Overveen. „Ik zit per dag drie uur in de auto, dan is dit nuttig bestede tijd.”

    • Cees Banning