De opstand als militaire operatie

Achter de door mannen met helmen bewaakte barricades ligt een drooggelegde zone.

Oekraïne beleeft drie revoluties tegelijk, zegt oppositiepoliticus Joeri Loetsenko: een anti-koloniale, een anti-criminele en een anti-totalitaire revolutie. De tienduizenden betogers, die zich dagelijks rondom het centrale plein in Kiev, Maidan, verzamelen, willen zo afscheid nemen van het verleden. Ten eerste van de nederige verhouding tot grote broer Rusland, die kleine broer Oekraïne nu met gas en geld in het gelid wil krijgen. Ten tweede van de endemische corruptie, die eigen is aan veel postcommunistische landen in de Sovjet-Unie maar bijna nergens zo floreert als in Oekraïne. En tot slot van het staatsmonopoliekapitalisme dat ertoe leidt dat een groepje ‘oligarchen’ alles domineert.

Loetsenko – onder de vorige president Viktor Joesjtsjenko vier jaar minister van Binnenlandse Zaken en onder de huidige president Viktor Janoekovitsj ruim twee jaar lang ‘politieke’ gevangene – bedoelt dat Oekraïne alleen los kan komen van zijn door het Russische Rijk getormenteerde geschiedenis als het kiest voor Europa. Dat is een lange weg. De burgerbeweging tegen de ‘macht’, zoals de regering genoemd wordt, is een kwestie van lange adem.

De Maidan is daar de fysieke uiting van. Het plein lijkt op een sjtsjit: een kozakkenvesting. Aan de Kozakken ontlenen veel Oekraïners hun trots als vrije strijders. De Kozakken, die in operette-uniformen en te paard over de Maidan paraderen, illustreren dat. Net als hun hetman (hoofdman) die in vol ornaat het publiek zo enthousiasmeert: „We zijn geen slaven van het Moskouse kanaat!”

„Ze ruilen brood in voor clowns”, zegt een Russische waarnemer. Hij praat zachtjes, uit angst dat de omstanders hem horen. Maar de Maidan is geen operette. Op het plein is sprake van een quasi-militaire organisatie. Rond het plein zijn gebouwen bezet. Zoals het paleis voor cultuur en kunst, gebouwd op de heuvel waar een paar straten verderop de regering en het parlement zijn gevestigd. Of het stadhuis, waar in het stalinistisch-classicistische gebouw demonstranten in de gangen slapen en eten. En vooral het gebouw van de vakcentrale op de hoek van de Maidan, waar de ‘staf van het nationale verzet’ zijn hoofdkwartier heeft gevestigd.

Ter bescherming van de bolwerken zijn barricades opgeworpen. Op Chresjtsjatik-boulevard, net voor het stadhuis, ligt de voorste barricade: de ‘eerste linie’. Daar worden soms auto’s doorgelaten. Rond het plein is de ‘tweede verdedigingslinie’ opgericht: vier barricades op elke hoek. Hier mogen alleen voetgangers in en uit.

Vijf barricades als tankwallen. Gebouwd van zandzakken, autobanden, olietonnen, hout en prikkeldraad. Soms versterkt door ‘Spaanse ruiters’, de stalen kruisen waarmee Moskou in 1941 de Wehrmacht buiten de stad hield. En bewaakt door mannen die niet bewapend zijn maar alleen helmen op mogen hebben: van gewone motor- en bouwvakkershelmen tot heuse soldatenhelmen. Mannen ook die militaire ervaring hebben. Zoals Afgantsi, veteranen die tot 1989 nog met het Sovjetleger in Afghanistan hebben gevochten. De Amerikaanse senator John McCain, zelf Vietnamveteraan, zwaait hen zondag publiekelijk lof toe.

Binnen deze gebarricadeerde vesting staan aan de rand overal chemische toiletten. Dat is de les die ze hebben geleerd in Tbilisi. De beweging die daar in 2003 de ‘rozenrevolutie’ ontkende tegen de Georgische president Edoeard Sjevardnadze sloeg geen acht op de stoelgang. Ze dacht abusievelijk dat opzwepende toespraken en muziek de boel wel konden ophouden. Elders zijn legertenten opgezet, worden vuurtjes gestookt en zijn veldkeukens geïnstalleerd. Daar kunnen de betogers zich warmen, slapen, eten en drinken. Geen alcohol. Als het spannend wordt, is er een ‘droge wet’ van kracht. Die drooglegging wordt ook gehandhaafd. Dronken lui worden buiten de sjtsjit geleid. Alleen die oude man die zaterdagnacht zonder oponthoud „pederasten, ik sta achter jou, Janoekovitsj” brult, krijgt clementie: hij is zo bezopen dat het niet meer uitmaakt.

Elke strategische plek in de vesting heeft een of meer ‘veldcommandanten’. De meesten van hen zitten in het Oekraïense parlement. Die status geeft enig gewicht bij onderhandelingen met de macht – die gaan gewoon door – en ook immuniteit.

Veldcommandanten

Het vakbondsgebouw wordt geleid door drie veldcommandanten. De oppositiepartijen ‘Vaderland’ van de gedetineerde ex-premier Joelia Timosjenko, ‘Stoot’ van de topbokser Vitali Klitsjko en ‘Vrijheid’ van de nationalist Igor Tjaginbok hebben er elk één. Deze drie veldcommandanten zijn verantwoordelijk voor de inschrijving van vrijwilligers, voor het verzamelen en distribueren van voedsel en drinken, voor de medische hulpteams , voor debatten in de grote vergaderzaal en voor de pers. Ze treden bij voorkeur in trio op, om de indruk te wekken dat de in wezen verdeelde parlementaire oppositie verenigd optrekt. Op de massaalste protestdag wisten ze naar eigen zeggen 110.000 borden eten op de Maidan uit te serveren.

Het bezette stadhuis, de ordetroepen, het tentenkamp en het podium op het plein worden ook geleid door een veldcommandant. Volksvertegenwoordiger Andrej Paroeby (42) uit Lviv vervult die rol. Paroeby stelt de roosters op voor de wachtdiensten en barricadebewakers. Vierduizend mensen kan hij inzetten. Op een gewone dag of nacht lopen er volgens Paroeby tweeduizend rond. Het zijn deze mensen die woensdag een week geleden een ‘aanval’ van de politie weerstonden. Die wilde in de nacht de barricades opruimen, maar stuitte op een muur van jongens en mannen die, met helmen op, niets anders deden dan terugduwen.

Veldcommandant Paroeby geeft zijn parolen bij voorkeur via de centrale geluidsinstallatie. Dat is effectief, bijvoorbeeld om te waarschuwen voor ‘provocateurs’ die zich in groepjes van vijf tot tien in de buurt ophouden. En het werkt mobiliserend. Het podium in het hart van het plein is sowieso het belangrijkste wapen. Dat heeft Roeslana Lyzjitsko (40), winnares van het Eurovisie Songfestival in 2004, als een van de eerste niet-partijpolitiek geëngageerde Maidanners begrepen. Ze kwam ’s meteen de eerste nacht, vlak nadat Janoekovitsj op 21 november het associatieverdrag met de EU had afgeblazen, zelf naar de studenten: om voor ze te zingen. En ze blijft komen. Roeslana was bijna tien jaar geleden het bewijs dat Oekraïne Europa meer had te bieden dan boeren en kozakken. Nu is ze niet meer alleen een ster maar ook een ‘moeder’, die al die martiale retoriek van de oppositiemannen compenseert.

Dat podium is zo belangrijk dat Paroeby als de dood is dat de ‘macht’ de stroom uitschakelt. Generatoren staan klaar. Elk dag kan de politie voor dag en douw oprukken.

De veldcommandanten hopen intussen vooral dat de mensen blijven komen: ook als Nieuwjaar in aantocht is. Dat vieren Oekraïners graag rond een kerstboom op de Maidan. Normaal zet de macht die kerstboom neer. Het ‘nationale verzet’ heeft aangekondigd dat nu zelf te doen.

Als de Maidan het zolang volhoudt, is de cirkel rond. Want dat het kleinschalig spontane studentenprotest überhaupt een massabeweging heeft kunnen worden, heeft alles te maken met die ene kerstboom. Omdat de burgemeester van Kiev en de adjunct-secretaris van de nationale veiligheidsraad het plein wilden vrijmaken voor de boom, sloeg de politie in de nacht van 30 november in op een paar honderd studenten bij het nationale monument. Velen werden bewusteloos geslagen en gearresteerd. Sommigen wisten te ontkomen naar het Michaïlov-klooster iets verderop. De monniken openden daar de deuren en sloten die toen de politie arriveerden. Waarna ze de klokken luidden, net zoals in 1240 toen de Mongolen voor de poorten van Kiev stonden. Vanaf het moment dat de macht de jeugd zo in elkaar liet slaan, is de Maidan pas echt volgestroomd.

Met de zegen van patriarch Filaret van de Oekraïense Orthodoxe Kerk. „De kerk moet altijd aan de kant van de waarheid staan. Als macht onrechtvaardig handelt, kan de kerk geen onwaarheid steunen.”

Janoekovitsj heeft de ‘functionarissen’ vorige week ontslagen. Maar wie gelooft dat de burgemeester en adjunct-secretaris op eigen gezag hebben geopereerd? Alleen bezoekers van de pokertafels en de nachtclubs in de hotels rond de Maidan laat de schuldvraag koud. Zelfs zijn medestander Inna Bogoslovskaja, parlementariër voor de regerende Partij der Regionen, heeft zich vorige week laten gaan, toen ze zei: „De eerste twee jaar was Janoekovitsj adequaat. Hij had veel geleerd en werd, uiteindelijk, ook echt president. Maar nu is alles uit hem gevaren. Hij is een marionet geworden, een lappenpop.”

    • Hubert Smeets